Verslag van ronde 1 LSG Zwitsers

De eerste ronde van het LSG Zwitsers bracht ons veel moois. Op afzienbare termijn gaan we een ‘besloten’ deel openen voor leden en daar komen de partijen op te staan. Dat doen wij om te voorkomen dat andere verenigingen al te makkelijk aan het openingsrepertoire van spelers komen. Daarnaast geeft het de mogelijkheid om wat meer ongezouten commentaar op partijen te geven. Als ik bijvoorbeeld in dit publieke deel zou zeggen dat er naast al dat moois ook minstens evenveel regelrechte grafzetten zijn gedaan, zou dat wellicht ontaarden in vele discussies die je niet aan het brede volk wil tonen.

Laten we eens een keer alle partijen langs lopen. Sommigen krijgen wat meer aandacht, sommige wat minder. Neemt u het niet persoonlijk als u er bekaaid vanaf komt. Het toetsenbord is de schuldige.

Groep A

Van Dorp – De Jong 0-1. De partij verloopt zo Spaans als je maar hebben kan. Na wat afwikkelingen begaat wit een strategische blunder: in een speelbare stelling voor beiden biedt wit remise aan. Het probleem bij deze manoeuvre is dat de kans op aanname 5% is, dat het objectief gezien 0,00 is op dat moment, maar dat je wel alle resterende zetten het aanbod meeneemt. Dus zelfs als een paar zetten daarna wit zelf ‘boven 0’ staat is het na een niet al te beste afruil opeens zwart die een pion en de partij wint.

Pijpers – Polak 1-0. Aan de opening lag het niet, aan het vroege middenspel ook niet. Maar waarom Polak besloot tot Pxf3 met als gevolg dat zijn koning schietschijf werd voor twee lopers is moeilijk te bevatten. Helemaal tegen Pijpers die als een kind zo blij is als zijn stukken rondom de koning kunnen dartelen. Vele pionnen van zwart moesten opgegeven worden en de witte a-pion kon gratis naar de overkant.

Van der Scheer – Van Wessel rem. Natuurlijk moesten beide heren even schakelen, want zij waren de enige die ‘1 voor 12’ een nieuwe indeling kregen. Van Wessel zette het met zwart scherp op en juist toen het moment aangebroken was om daadwerkelijk voordeel te krijgen, onderschatte hij een witte aanval op de zwarte monarch met paard en dame. Meer dan eeuwig schaak zat er voor wit zeker niet in, maar het was mooi om te zien hoe wit over de zwarte velden rondom de zwarte koning de boel eeuwig onder controle hield.

Wantola – Van ’t Hof 1-0. Na een opening die al 1.122.337 keer op het bord is geweest, maar waar je dan zomaar een zet kan spelen die eigenlijk nooit gespeeld wordt, kwam wit steeds wat beter te staan, zette een batterij aan stukken op de a-lijn neer en sloeg hardhandig toe toen de zwarte dame de verdediging los liet. De grootste uitdaging was toch wel de partij invoeren op basis van het handschrift van een van beide heren.

Oei – Van Ketel rem. Het belangrijkste wapenfeit in dit duel was dat er 3x remise werd aangeboden (2x Oei en 1x Van Ketel) maar dat uiteindelijk 3x dezelfde stelling op het bord ervoor moest zorgen dat de koppige heren recht deden aan de stand op het bord.

Van Wissen – Hellenberg 1-0. Een van de grote nadelen van een scherpe Franse opening is dat als het mis gaat voor zwart, dat het dan ook echt goed mis gaat voor zwart.

Senders – Jap 1-0. Op het moment dat zwart waarschijnlijk dacht “Nu breek ik met d5 de boel open”, dacht wit “Ha, na d5 sluit ik met e5 de boel af en is het strategisch game over”. Het enige wat wit daarna nog moest doen was de stukken hergroeperen richting de damevleugel. De veelheid aan witte ruimte bleek in deze partij de beslissende factor.

Van Drunick – Bloothoofd 1-0. Een witte modelpartij voor het boekje met als thema ‘aanvallen loont’. De witte openingsopzet moet je niet zo snel tegen Komodo 9 proberen. Wellicht ook niet tegen Carlsen. Maar op het niveau van het volk kan het ijzersterk zijn. Na een behoorlijke zwarte onnauwkeurigheid kreeg wit een pion (meer) op d6 en daarna d7. Toen kwaliteitswinst dreigde hield zwart zijn ruïne voor gezien.

Termeulen – Erwich 1-0. Tijdens het invoeren van partijen komt het wel eens voor dat je je afvraagt hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat er 1-0 als uitkomst gaat volgen. De eerste circa 20 zetten waren zeker voor Termeulen maar nadat zwart zijn opgesloten toren had geactiveerd en een mooie combi kon uitvoeren kwam hij straalgewonnen te staan. Een mat in 5 wending werd even gemist, maar goed, dat deed Eljanov onlangs ook nog tegen Nakamura. Zwart bleef compleet gewonnen staan totdat hij pardoen een schaakje ophief door met zijn koning naar g2 te gaan. Termeulen pakte zijn kans, kon de zwarte pion op h2 elimineren en er ontstond een zeer onduidelijke stand. Zo onduidelijk, dat Erwich er meer dan 30 secondes over nadacht en door zijn vlag ging.

Belle – Straver 0-1. De opening was niet helemaal volgens de regels van het schaken. De beide dames gingen vroeg op pad, meer zetten met hetzelfde stuk in de opening, pionnen offeren zonder echte compensatie, u kent het wel. Nadat wit vergat te rokeren, kon zwart goed gebruik maken van de witte koning op e1 en afruilen naar een stelling met meer pionnen meer dan er pionnen waren.

Groep B

Dobbelaar – Bakker 0-1. Je ziet wel eens van die bordjes bij gebouwen: “Instortingsgevaar”. Bij Dobbelaar gebeurde dat daadwerkelijk. Net toen hij met wit voordeel leek te krijgen, kwam er van hogerhand de opdracht per zet iets weg te geven.

Van de Peut – Hordijk 1-0. Dat actieve stukken meer kunnen dan inactieve stukken werd in deze partij bewezen. Zwart kwam er niet echt aan te pas, nadat de opening door wit actief was gespeeld en door zwart passief.

Kuipers – Aalders 1-0. De verrassing van ronde 1? Ik denk het wel, al is de wijze waarop wat mij betreft nog meer verrassend dan de uitslag. In een toreneindspel staat zwart iets beter, al is het moeilijk om een winstplan te vinden. Maar dan opeens gebeurt er niet een klein beetje kortsluiting, het lijkt wel of heel Las Vegas op zwart ging. Zelfs de slotstelling bood zwart nog remisekansen. Wellicht was hij zo bedroefd over de laatste pakweg 6 zetten, dat verder spelen menselijkerwijs teveel was gevraagd.

Binnendijk – Schenkelaars, R 1-0. Er was enige verrassing in het land dat wit een andere openingsopzet koos dan wat wij gewend zijn. Heel veel leek er niet in het middenspel voor de spelers aan de hand te zijn. Het was wit die op kansen aaste en het was zwart die er een overzag. Daarna ging het hard.

Uittenbogaard – Zwinkels 0-1. Het schaakleven is soms keihard. Zwart speelde niet zijn beste partij aller tijden en wit kon bogen op mooi voordeel. Op enig moment kon zelfs gesproken worden van een gewonnen stelling voor wit. Toen het voordeel wat verdampte moest wit even de dames ruilen om vrij simpel remise te maken. In plaats daarvan ging hij dat uit de weg, met mat in weinig als alternatief. Een lucky win voor zwart.

Hermans – Vernooy rem. Ook deze partij komt in aanmerking voor de verrassing van de avond. En ook in dit geval speelt mee dat partijverloop ten opzichte van de uitslag een verrassende is. Hermans kwam grandioos te staan. Met een paar creatieve zetten leek de zwarte stelling rijp voor de sloop. Er werd alleen even door wit gemist dat zwart zijn dame kon winnen door een onderste-rij-grapje. Omdat de witte stelling zo overweldigend was, beoordeelde de computer na damewinst de zwarte stelling met -3. Dat bleef min of meer zo (soms -5) totdat tot remise werd besloten. Ja, u leest het goed.

Walraven – Van der Heijden 1-0. De hoofdprijs voor verrassing van de avond kan maar niet kiezen. Een oerdegelijke Bird-opening (jammer genoeg is deze niet te vertalen in vogelopening) gaf wit een prettig plusje. Van der Heijden wilde wellicht ijzer met handen breken, want zijn stukken zochten naar een bres en vergaten dat ook wit binnen kan komen. Dat deed Walraven handig, won wat pionnen en mocht deze scalp op zijn lijstje zetten.

Heijboer – Kettenis 1-0. Het thema wat we eerder bij Senders-Jap en bij Van de Peut – Hordijk zagen was hier ook te herkennen. Meer ruimte, meer activiteit, meer dreigingen. En zo geschiedde. Wit won door dat alles vanaf circa zet 30 vrijwel alle zwarte stukken.

Hoogeveen – Weiland rem. Het bestuderen van toreneindspelen loont de moeite. Talentvolle jeugdspelers willen er liever in vluggertjes op los hakken, maar schaaktrainers pakken hen dan bij het oor beet en zetten ze voor een toreneindspel. De oren van Luuk zien er niet uit alsof daar veel aan getrokken was. Dat had wellicht wel moeten gebeuren, want hij verzuimde een goed opgezette partij te beslissen in een toreneindspel met 2 pionnen meer. Chapeau ook voor Weiland dat hij actief tegenspel bleef voeren met zijn toren. Zoals het hoort.

Zeevaarder – Molsbergen 1-0. Creatief openingsspel van zwart, leidde tot een actieve zwarte stand, misschien zelfs wel een klein zwart plusje en tot helaas pardoes een forse blunder. Wit was er direct bij en won met 1 gemene pionzet een vol stuk.

Kuiper – Schenkelaars, V 0-1. De fase rond zet 30 is in veel partijen kritisch. Zo ook hier. Er lijkt niet heel veel aan de hand. Zwart probeert het, wit blijft degelijke zetten doen. Op een na dan. Die kost direct een stuk en de partij.

De Weert – Bingen 1-0. Deze partij zou als de prijs er was zeker de spektakelprijs kunnen winnen. De computer was het bij het invoeren niet helemaal eens met de keuzes van de heren. Op diverse momenten kon zowel wit als zwart de partij beslissen. Twee opgerukte pionnen wogen in dynamiek op tegen een stuk meer voor zwart. Totdat de pionnen vrije doorgang kregen naar de achterlijn in plaats van geblokkeerd te worden.

Van den Biggelaar – Van den Bosse 1-0. De “battle of the Van den B’s” werd gewonnen door Don. De regel ‘sla nooit met de dame op b2, ook al is het goed’, werd in deze partij weer eens met voeten getreden. Dat wit uiteindelijk met een stuk meer speelde had overigens vooral te maken met de kwetsbare positie van de zwarte koning en de onderontwikkeling van zwart.