Schaken aan de Adriatische Zee (II)

Een veelbelovend begin heeft niet altijd een goed vervolg. Nadat Arthur en ik in de eerste vier rondes bij het open Toernooi in Salinello (Abruzzo/Italië) goed bezig waren, volgden wat tegenvallers. In ronde vijf was ik aan het topbord iets te ambitieus tegen de witrussische grootmeester Nikita Maiorov en had ik onvoldoende gevoel voor het gevaar achter mijn keuzes.

Bij Arthur ging het nog erger. Hij speelde tegen de Israëlische schaakster Marsel Efroimski. Helaas geen lekkere breezerslet, zoals ik in mijn eerder verslag vermoedde, maar een redelijk stug wijf van een jaar of twintig dat altijd kijkt als Angela Merkel en na een rondje onderhandelen met de Griekse regering. Komt er nog bij dat zij niet weet wanneer zij op moet geven (meerdere keren ging zij veel te lang door), maar daar kwam Arthur helaas niet aan toe.

Daarmee was gelukkig het dieptepunt voor ons allebei bereikt. In de laatste vier rondes ging het weer beter. Buiten het schaakbord was er tijd voor aan het strand liggen (het weer bleef stabiel met zon en 25+ graden), een lekker gelato hier en daar, en ook een voetbalpartij Italië (I+II) tegen de Rest van de Wereld. Dat laatste team bouwde op een Joodse as (Aviv Bar in de goal, GM Avital Boruchovsky als libero, IM Danny Raznikov een beetje overal en nergens), aangevuld met Julia (een Braziliaans meisje) en mij op de vleugels en Arthur als klassieke sterke spits. Avital was de enige die er écht iets van kon hoewel ook Julia soms haar Zuid-Amerikaanse techniek liet zien. Het hoofdprobleem was echter gebrek aan discipline, waardoor we vaak open stonden voor counters. Italië I, aangevoerd door GM Daniyl Dvirnyy en twee Duitse leenspelers met snor en broekjes uit de jaren 70, tikte ons makkelijk eruit. In de pauze herinnerde Avital ons aan de Russische schaakschol (“Read the game from defense!”), waarna het ook op het veld een stuk beter ging. Het eindstand werd echter een 3-4 nederlaag. Vervolgens versloegen we Italië II (het jeugdteam) overtuigend. Hun verdedigers vonden de duellen blijkbaar niet altijd leuk, en dat zou ik ook niet doen als ik een 14jarig jongetje van geen 60 kg en 1,70m was. Maar ja, voetbal is geen mietjessport en vergeleken met de 5e of 6e reserve competitie in Tilburg en omstreken viel het reuze mee. De rematch tegen Italië I eindigde in een vrij terechte 3-3: wij scoorden “op zijn Italiaans” na dode spelmomenten, maar twee goede acties van Dvirnyy en een verdedigend misverstand tussen Arthur en mij verhinderden de zege.

TeamSalinello

Tijdens de tweede toernooihelft maakten we ook contact met een veteraan van de US Air Force, IM Emory Tate. Hij is nu gezakt op 2250, maar heeft steeds nog een verbazingwekkend goed gevoel voor verschillende soorten van stellingen. Na wat drankjes vertelde hij ons—en de Israëlische jongens waarme we hadden gevoetbald—alles over de holocaust en de redenen voor het bestaan van de staat Israël. Iets makkelijkere conversatieonderwerpen waren zijn prestaties in het verleden, waaronder “a 3000 elo game” tegen Alexander Shabalov (inderdaad een fraaie aanvalspartij) en een studieachtige winst in een verloren toreneindspel tegen Jan Gustafsson. “I have never seen somebody turn so red. After the game I asked him: Gusti, how does it feel to lose to a negro if you are four pawns up?” Het antwoord van Gusti heb ik niet kunnen achterhalen, evenmin als de partij zelf.

Afijn, het werd ook nog geschaakt. In de zesde ronde speelde ik met wit remise in een zenuwachtige partij tegen GM Oleg Korneev, die in dit toernooi duidelijk buiten vorm was. De zevende ronde keepte ik tegen bijna-GM Jacek Stopa een minder eindspel in het QGA (business as usual dus), en in de achtste ronde won ik op techniek van het Israëlische meisje waarvan Arthur had verloren.

Met deze overwinning hoopte ik nog op een kans op een GM-norm, maar dat viel van de indeling tegen. De laatste ronde (met zwart tegen GM Carlos Garcia Palermo) eindigde na een lange en slopende strijd in remise. Daarmee werd het 6/9, een TPR van ca. 2550 en een gedeelde 4e t/m 6e plaats (op weerstand 4e ), zoals deze tabel duidelijk maakt:

Eindstand A-groep Salinello 2015

Het blijkt dat je in een toernooi waar niemand veel risico neemt (+2 was al een redelijke prijs) een tegenslag, zoals mijn nederlaag tegen Maiorov, moeilijk kunt compenseren.

Tijdens het toerrnooi heb ik ook dingen geleerd. Uiteraard zijn mijn openingen nu in betere staat dan voorheen. Ik speelde zelfs 6. Lg5 (i.p.v. 6. g3) tegen de klassieke Siciliaan, iets dat ik al jaren (of decennia?) niet meer heb gedaan! Ook het belang van correspondentieschaak voor de voorbereiding heb ik leren waarderen. Verder bleek dat het stellingsoordeel “wit staat gewonnen” per persoon erg kan verschillen. De gewone huis- en keukenschaker verbindt daarmee het idee dat hij een stuk voorstaat. Een russische Grootmeester denkt aan een beter toreneindspel. Om dat te winnen heeft hij immers de techniek en het sitzfleisch. Arthur definieert het via de ideale 32-stukken tablebase. Mijn eigen visie is ergens daartussen.

Terug naar het toernooi. Maiorov versloeg na mij ook Jacek Stopa en won het toernooi met 7/9, gevolgd door Dvirnyy en Alessio Valsecchi (beide 6,5/9). Arthur kon zich in het Evansgambiet van deze laatste vinden, maar het gebruik van het Middelgambiet (1. e4 e5 2. d4!?) ging hem duidelijk te ver. Danny Raznikov wiste echter niet hoe hij zich op moest stellen en verloor in 25 zetten.

Hoe je 1. e4 e5 met wit moet aanpakken liet Arthur in de zesde ronde zien:

Daarna versloeg Arthur met ietswat mazzel nog een andere 2300 speler en besloot hij het toernooi met twee correcte remises tegen GM Aleksander Strikovic en GM Oleg Korneev. Dit resulteerde in 5,5/9, een gedeelde 7e t/m 17e plaats (op weerstand 12e) en een verdere, nu overbodige meesternorm. Onze individuele elo-afrekeningen zijn hier en hier te vinden.

Arthur zijn slotrondenpartij tegen Korneev illustreert het idee van een “positionele remise” en laat ook een fraaie remisecombinatie aan het eind zien:

We besloten het toernooi met een middagje aan het strand—spelen om 9u30 heeft dus ook voordelen—en een glasje Montepulciano d’Abruzzo op de veranda van onze bungalow. Helaas is het alcoholisme van Arthur niet vergevorderd genoeg om van Ramazotti’s en andere Italiaanse drankjes te houden.

Op de dag van de terugreis was het al om negen uur boven de 25 graden en ik was stiekem blij om nu weer van de Nederlandse zomer te kunnen genieten. Het toernooi is echter een absolute aanrader voor iedereen die in een mooi en familiair ambiente op niveau wil schaken. En voor de rest is er ook een B-groep…

Ten slotte nog alle partijen uit de tweede toernooihelft op een rijtje:

…en uiteraard wat fotos:

3 reacties op “Schaken aan de Adriatische Zee (II)
  1. Bart schreef:

    Jan, gefeliciteerd met je 4e plek en dank voor je (wederom) fraaie en instructieve verslag! Je (waarschijnlijk grappig bedoelde) herhaalde kwalificatie t.a.v. de zogenaamde ‘breezerdame’ vind ik alleen weinig respectvol. Vermoed dat je hiermee geen vrouwen zult winnen voor het schaken (in het algemeen) en voor LSG (in het bijzonder).

  2. Edwin schreef:

    Nette prestatie van allebei. Mooi verslag en erg leerzame analyse van je partij tegen Efroimski. Zeker de moeite waard voor iedereen om eens na te spelen.

  3. Rudy schreef:

    Heel verstandig ook hoe je een linkse directe van Bianca of een confronterende foto van Peng hebt weten te voorkomen… ben benieuwd naar de verhalen van die Tate, dronken mensen vertellen vaak de waarheid. Tot slot veel dank voor het noeste analyseren en de leuke verhalen.