Pd5:!! en het pinguïnprincipe

De afgelopen 20 jaar heb ik talloze malen meegedaan met een Triviant-avond, maar slechts zelden heb een potje kunnen winnen. En dat lag niet aan mij of aan de andere spelers. Het kwam allemaal door de pinguïns.

Je moet weten, Triviant is gebaseerd op kennisvragen, over bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis, kunst en wetenschap. En een van die vragen luidt als volgt: ‘Leven pinguïns op de Noordpool of de Zuidpool?’

De eerste keer had ik geen flauw idee. Ik gokte de Noordpool, het was de Zuidpool, en mijn beurt was weer voorbij.

Maar nu komt het. Een week later kreeg ik de dezelfde vraag weer, en dit keer kwam mijn antwoord met meer overtuiging: ‘De Noordpool toch? Dat was het de vorige keer toch ook?’ En de derde keer was mijn zelfvertrouwen al uitgegroeid tot rotsvaste zekerheid: ‘Wat een vraag! De Noordpool! Dat is toch algemeen bekend!’

Pinguïnprincipe
Ziedaar de werking van het pinguïnprincipe. Hoe vaker je een vraag fout beantwoordt, des te groter de kans dat je dat een volgende keer weer zult doen. Of, meer in het algemeen: hoe langer we een taak volkomen verkeerd aanpakken, hoe vaster onze overtuiging dat we juist lekker bezig zijn.

En inderdaad, bij ieder volgend pinguïnmoment, werd mijn geloof sterker. Tot het moment dat ik het juiste antwoord zelfs niet meer wilde accepteren: ‘Nee, kom op! Staat dat er werkelijk? Laat zien! Maar de Zuidpool… dat is toch veel te koud voor die beesten! Die horen toch op de Noordpool? Dat is tegenwoordig één groot subtropisch zwemparadijs!’

Valstrik
Dat pinguïnprincipe zie je ook in het schaken. En niet alleen bij mij. Vraag witspelers waarom ze na 1.d4, d5 2. e3, Pf6 3. c3, e6 kiezen voor 4. Ld2, en je krijgt al gauw een antwoord als: ‘Dit speel ik al 45 jaar.’

Maar oké, je ziet het vooral bij mij. Bijvoorbeeld in deze stelling.


Hier lijkt misschien weinig aan de hand, maar het witte spel is gebaseerd op een giftige valstrik. Wat is de meest voor de hand liggende zet voor zwart? Inderdaad: 6…, d5. Dat was ook precies wat ik in dat 3 + 2 vluggertje speelde – en ik was heel verbaasd toen bleek dat hij bijna geforceerd verliest. Wit offerde een stuk met 7. ed5: ed5: 8. Pd5:!!…

… en na 8…, Pd5: 9. Pd4: cd4: kwam 10. Dh5! Het zwarte Paard kan niet weg wegens mat op f7, en na de enige zet 10…, Le6 kwam 11. Te1!

Een leuke stelling voor een les over penningen. Er zijn er namelijk 2: de pion op f7 dekt niet langer de Loper op e6, en die Loper op e6 vormt geen betrouwbare verdediger van het Paard op d5, dus dat staat gewoon in. Het enige dat ik kon verzinnen, was 11…, Pf4, maar na 12. Lb5+! Ke7 13. Dh4+ en 14. Df4: was mijn stelling er niet op vooruitgegaan.

Zoiets overkomt je één keer, zou je zeggen. Maar dan houd je geen rekening met het pinguïnprincipe. De volgende keer dat ik deze stelling op het scherm kreeg, zat 6,… d5 al stevig in mijn spiergeheugen, dus speelde ik het met nog meer overtuiging. Pas de derde keer begon ik na te denken: ‘Stop… wacht even… Hier was iets mee. Wat moest ik ook alweer spelen? O ja: gewoon 6…, d5!’

Ik weet het, de echte prof zoekt het na een keer of 6 op in de database – maar bij mij was dat er nog niet van gekomen. En het was puur toeval dat ik op YouTube stuitte op een filmpje dat op deze materie inging.

Wat bleek? Zwart moet in deze stelling…


… kiezen voor 6…, a6!. Daarna kun je wél d5 spelen. Herinner je je nog de variant…

… 11…, Pf4 12. Lb5+! Ke7 13. Dh4+ en 14. Df4:? Nu, dat 12. Lb5+ is na 6…, a6 onmogelijk, en daarmee haal je de angel uit de witte stelling.

KNSB
Fast forward naar 18 september, naar de wedstrijd Krimpen 1 – LSG 2 in de ronde 1 van de KNSB competitie. Want inderdaad, in mijn partij keek ik al na 5 minuten naar de volgende stelling:

P. Glissenaar – P. Passenier

Al het Lichess-leed was vergeten. Met een triomfantelijk gevoel speelde ik 6…, a6, en na 7. d3 hing mijn hand al boven de d-pion. 7…, d5! was de zet. Dat moest hem zijn. Door YouTube voorgeschreven. Wat kon er mogelijk nog misgaan?

Maar toen sloeg de twijfel toe. Wat als mijn tegenstander die video niet heeft gezien? Wat als hij gewoon op d5 slaat? Twee keer? En wat als ik dan terechtkom in de volgende stelling?

En toen wist ik het weer. Ook dit had ik tijdens vluggertjes op het bord gehad, diverse malen zelfs. En iedere keer kwam ik er niet uit, want ik had precies hetzelfde probleem als daarvoor. Oké, na 11…., Pf4 heeft wit geen 12. Lb5+, maar wel 12. Lf4:, en andere zetten kon ik niet ontdekken, niet tijdens de Lichess-avonden en niet achter het bord in Krimpen.

Hoe was dat mogelijk? Was internet tegenwoordig net zo onbetrouwbaar als de achterkant van Triviant-kaartjes? 7…, d5 was toch gewoon de principiële zet?

Oplossing
Je snapt het al, het teambelang gaat voor principes. Mijn hand trilde boven de d-pion…

… maar ik haalde hem weer weg. Met tegenzin speelde ik het niet-principiële 7…. b5.

En het verrassende is: dat is ook de juiste zet. Want wat bleek toen ik het YouTube filmpje nog een keer afspeelde? Na 6…, a6 zal de meerderheid van de witspelers kiezen voor 7. a4, om het dreigende b5 te verhinderen. En dan kan 7…, d5 wél. Na het inmiddels bekende offer, ontstaat de volgende stelling:

Hier werkt 11…, Pf4 prima. Het enige dat wit kan proberen is 12. Te6:+, maar na 12…, Le7! blijft zwart een kwaliteit voor en staat duidelijk beter.

Mijn eerste niet-pinguïnmoment dus, en dat voelde goed. Het werd zelfs nog beter, want weet je nog wat ik tijdens Triviant-avonden over die pinguïns zei? Nou, al die tijd had ik gewoon gelijk.

Kijk maar:

1 Reactie op “Pd5:!! en het pinguïnprincipe
  1. Andreas schreef:

    Dank, Peter, voor weer een mooi verhaaltje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*