OKU 2015, eenvoud is onze kracht

Eric van ’t Hof en ik voelde ons een soort moreel verplicht om aan het jubileum-Daniel Noteboomtoernooi mee te doen in februari. Dit beviel uitstekend en smaakte naar meer. Direct na het toernooi opperde Eric om ergens anders een weekendtoernooi te spelen, hotelletje boeken, kortom een soort mannenweekend.

Ons oog viel in eerste instantie op het Open Kampioenschap van Utrecht (OKU), maar dat was niet in Utrecht maar in Maarssen. Geen hotel in de buurt te vinden, dus geen optie. We schreven ons in voor de HSG-open. Enkele weken daarna bleek ik verhinderd, maar toen kwam er een verheugend bericht: het OKU werd toch in Utrecht gespeeld, namelijk in het plaatselijke Stedelijke Gymnasium. Op naar Utrecht dus!

Eric had een goedkoop 1-ster hotel geregeld in Utrecht, hotel Domstad. Dit hotel heeft elke overbodige luxe/opsmuk (TV, douche/wc op de kamer, uitgebreid ontbijt) zorgvuldig vermeden en voert terecht als motto

“eenvoud is onze kracht”

De hoteleigenaar is een uitstekende en servicegerichte gastheer. Voor schakers die zich een weekend monomaan willen richten op de schaakprestaties is dit een ideale verblijfplaats.

De ideale verblijfplaats

De ideale verblijfplaats

Ronde 1
Eric (groep A) mocht in de 1e ronde met zwart tegen GM Horvath. Deze zou uiteindelijk het toernooi winnen en ook Eric heeft hem van de toernooiwinst niet af kunnen houden. De GM rondde een goede stelling af met een stukoffer en mat. Ikzelf (groep B) mocht tegen een boze Belg. Snel had ik een goede stelling en na serieuze materiaalwinst was de winst binnen.
OKU2
Ik had hier ook graag wat willen schrijven over een prachtig vrouwelijke verschijning in groep B. Er waren regelmatig toeschouwers aan haar bord (ook ik) om onder andere haar schaaktechnische kwaliteiten (ook goed overigens) te beoordelen. De schitterende annotaties van Jan Sprenger uit Italië hebben wel geleerd dat opmerkingen over vrouwelijk schoon niet door iedereen gewaardeerd worden. Hoewel ik geen intentie of zelfs maar ambitie heb om vrouwen voor de schaaksport of zelfs voor LSG te interesseren zal ik mij dus hierbij niet bezondigen aan onheuse kwalificaties als BS, LW, LD of zelfs het beschamende ‘doos’. Ik schrijf er niets over en richt mij vooral op het schaaktechnische gedeelte.

Ronde 2
Eric mocht met wit tegen een lager gerate tegenstander en opende met 1.e4 . De opening bracht Eric tot de stellingname dat hijzelf kennelijk niets begrijpt van frans met wit. Zijn tegenstander kwam geweldig te staan. In het late middenspel mocht Eric echter langzaam maar zeker terugkomen in de partij en kon alsnog het punt drukken. Zelf speelde ik een lekker draakje. Ik won een pion, en na zorgvuldig spel kon ik een matnetje breien.

Ronde 3
Nu kon Eric met zwart frans (tarrasch) spelen en wel tegen Lucas van Foreest. Een klassiek kwaliteitsoffer op F3 kon de jonge Foreest niet verontrusten, een nul voor Eric. Zelf beleefde ik mijn artistieke hoogtepunt dit toernooi door de zet 35.Dxg4 (zie diagram), waarna geforceerd een gewonnen eindspel met een pionnetje meer ontstaat.
diagram_daan
Het toernooibulletin omschreef de zet als ‘stoer’ en er werd gesteld dat als er een prijs voor de beste 35e zet zou zijn, ik hem zou krijgen. Overigens beloonde bij de prijsuitreiking de voorzitter van de schoonheidscommissie, Richard Vedder, de zet ook met een prijs (DGT-reisklok), dus dat was mooi.

DGT-reisklok in de pocket

DGT-reisklok in de pocket

Ronde 4
Eric speelde een werk- en zwoegpartij tegen een geïsoleerde pion. Maar daar niemand zo goed kan zwoegen als Eric, werd het uiteindelijk ook beloond met een welverdiend punt. Zelf dacht ik dat ik een aan perfectie grenzende prestatie afleverde. Een kleine combinatie leverde een toren en 2 vrijpionnen op tegen 2 stukken, en hoewel ik daarna nog behendig de matgrappen moest ontwijken is de zege niet in gevaar geweest. Het invoeren van de partij leerde dat de perfectie in ieder geval op 1 moment ver weg is geweest. In de onderstaande diagramstelling deed ik 41…., b3 wat ook ruim genoeg was, maar Tch2 (mat in 59 zetten) had ik zelfs wel mogen zien. Ik had nu 4 uit 4 en stond een half puntje los.
diagram_daan2

Ronde 5
Eric speelde zijn tegenstander van uit de opening helemaal zoek. Hij stond een kwaliteit en een stelling voor. Rustig bouwde hij aan een verdere positionele verbetering van zijn stelling, terwijl zijn tegenstander een matnet aan het bouwen was. Zeker met de ‘kennis van nu’ zie je de tactische ellende aankomen en Eric is ook een paar zetten in de gelegenheid geweest om het te smoren. Toen hij het zag was het echter te laat. Een pijnlijke nul. Zelf speelde ik tegen iemand die een bijzondere tijdverdeling hanteert. Het speeltempo was 1 uur 50 met 10 seconden increment. Voor een beetje LSG’er is dat natuurlijk een beetje een ouwe wijventempo en daarbij hield ik mij het hele toernooi vast aan het advies wat Timman eens kreeg bij een interzonaal toernooi op Mallorca : speel als Larsen, snel en foutief. Mijn tegenstander dacht zich compleet suf en op een gegeven moment had ik zelfs een uur meer bedenktijd. Belangrijker: ik stond een kwaliteit voor en gewonnen. Wat wil je nog meer, zou je zeggen? Nadat ik een paar keer het goede (winnende) plan had gemist, haperde de motor. Ik liep vast en moest de stukken snel verplaatsen om mijn à tempospelende tegenstander van mij af te houden. Ik merkte aan mijzelf dat, gek genoeg, ik zenuwachtig werd van zijn tijdnood. Mijn stelling werd steeds slechter en ik besloot aan de noodrem te trekken. Mijn remiseaanbod werd geaccepteerd. Dit betekende wel dat ik voor de koppositie gezelschap kreeg van een goede jeugdspeler uit Meppel, mijn tegenstander in de laatste ronde.

Ronde 6
De laatste partij had mijn gevoel voor onoverwinnelijkheid geschaad. Kon ik nog wel een keer (met zwart) de energie opbrengen om er vol voor te gaan? Een remise betekende in ieder geval gedeelde toernooiwinst en gezien de SB/WP-score zou ik dan ook ongetwijfeld ook de ‘echte’ nummer 1 zijn. Ik besloot om vooraf mijn tegenstander te spreken en hij dacht er hetzelfde over. Beiden wilden we ons toernooi niet verpesten en na 5 zetten werd er tot remise besloten. Uiteindelijk kwamen 4 spelers tot 5 punten en was ik inderdaad 1e op wp/sb. Eric had een tegenstander die na de partij verklaarde dat ‘het gewoon op is’. Tussen de vele door hem tijdens de partij genuttigde biertjes mishandelde hij de opening en offerde onterecht een stuk. Eric wist wel raad met deze speelwijze en voerde de partij snel en gedecideerd tot winst. Dusdanig snel dat hij ook nog een prijsje kreeg voor de snelste winstpartij in de 6e ronde (groep A).

Naast Eric van ’t Hof en ik speelde ook clubgenoot Erik Oosterom mee aan het toernooi. Net als zijn bijna voornaamgenoot scoorde hij 50%, hetgeen voor hem een ratingwinst van welgeteld 1 punt opleverde. Hoewel ik zeer regelmatig bij zijn partijen heb gekeken (en hij bij mij), kan ik er toch te weinig over vertellen om in de bovengenoemde rondeverslagen een plaats te geven. Sorry Erik, zal ik een volgende keer beter doen!

OKU
Het toernooi OKU is een absolute aanrader. De organisatie is perfect, de rondebulletins snel leuk en gevat, het barpersoneel is gezellig, de speellocatie is super, ook Paul Keres heeft een uitstekende voorzitter, de deelnemers zijn leuke mensen. Kortom, een toernooi dat meer deelnemers van LSG verdient….en ga dan vooral logeren bij hotel Domstad want eenvoud is onze kracht!

Tevreden...

Tevreden…


Daan Binnendijk

2 reacties op “OKU 2015, eenvoud is onze kracht
  1. Robert schreef:

    Geweldig verslag Daan! En knap dat je het zo lang met Eric hebt volgehouden. Het is maar goed dat er mensen zijn met zoveel zorgzaamheid voor de minder bedeelden. Volgend jaar mijn beurt neem ik aan.

    De zet Dxg4 maakt inderdaad indruk. Zal nog wel eens in een combi-boekje kunnen komen!

  2. Eric schreef:

    Robert, dat is wel een heel omslachtige manier om te vragen of je volgend jaar ook mee mag! Maar dat regelen we wel; ik doe een goed woordje voor je bij Ted, de hotelbaas. Mensen met tatoeages komen er normaal eigenlijk niet in, maar daar praten we niet over.