Oegstgeest 3 – LSG 6

LSG 6 bleek dit seizoen “een maatje te klein” voor de promotieklasse, maar naarmate de competitie vorderde werden de resultaten wel steeds beter. In de vijfde ronde was het team dicht bij een stunt tegen Philidor 2. In de zesde ronde werd het eerste matchpunt gepakt. Michiel Zeevaarder heeft hier een verslag van gemaakt.

Oegstgeest 3 LSG 6 4 – 4
 E.M. Noordijk (z) Michiel Zeevaarder (w) 0 – 1
J. Brandt Vincent Schenkelaars ½ – ½
H.T. Weiland Chris de Weert 0 – 1
W.G. Binnendijk Jaap Beetstra 1 – 0
A.G.J. van Brussel Daan Vernooij ½ – ½
G. van de Wulp Ivo Schoonman 1 – 0
J.J. Bey Joris Kuipers 0 – 1
M.J. Goudriaan Peter van der Hoeven 1 – 0

En daar was dan, na het bijna-punt tegen Philidor 2, ons eerste wedstrijdpunt; en meteen ook degradatie, zowel voor ons als voor Oegstgeest 3. Bij winst zou Oegstgeest 3 nog een heel klein kansje (winnen van LSG 5) hebben gehad op voortgezet verblijf in de ‘promotieklasse’, nu ontmoeten we elkaar volgend jaar weer gezellig in een andere promotie- -handhavings-degradatieklasse.
Joris gaf ons een goede start door in een vooruit gespeelde partij Jan Bey min of meer op te sluiten, waarna hij met een aardige combinatie won. Op de vastgestelde avond speelden we helaas zonder RAG, wiens conditie spelen niet toeliet, en Koen, die ‘elders in het land’ verbleef.
Hun vervangers uit het zevende weerden zich goed. Daan behaalde aan het vijfde bord een regelmatige remise en dat resultaat lag ook voor Peter in het verschiet. Misschien vanwege vermoeidheid na een lange dag, en nog maar net hersteld van een hersenschudding, vergiste hij zich echter in een eindspel. Hij had een vrijpion meteen kunnen ophalen maar besloot eerst een stuk te ruilen waarna er ongelijke lopers over zouden blijven. Een zinnig idee maar helaas was de vrijpion toen niet meer op te halen behalve met een onreglementaire zet en die moest hij uiteraard terugnemen.
Ivo en Jaap verloren regelmatig, Vincent maakte remise met het soort schaak waar hij, met zwart in elk geval, van houdt: alles dicht (laten) schuiven maar wel zo dat je zelf ook iets kunt. Chris kwam twee pionnen achter maar dreigde eeuwig schaak en won toen zijn tegenstander te veel wilde.

Resteert mijn partij, het ‘spektakel’ van de avond dankzij een dubieus stukoffer.

1. e4 d6  2. d4 Pf6  3. Pd2 Pbd7  4. f4 e5  5. fxe5 dxe5  6. c3 c6 7. Pgf3 exd4  8. cxd4 Da5 9. Lc4 b5  10. Lxf7†!?

Rommelen is een ding, positioneel rommelen … ach, het kan leuk uitpakken.

10… Kxf7  11. Db3 Ke8

Kg6 is niks als wit goed speelt.

12. Pg5 Pb6

De matdreiging levert een tempo op waardoor wit kan rokeren met aanval op f6.

13. Df7† Kd8  14. 0-0 Db4

StellingnaDb4

[DIAGRAM na 14. … Db4]

Tot hier had ik bij het offer gekeken. Nu de dame echt op b4 stond, moest ik nagaan of Txf6 inderdaad kon en dat bleek helaas niet zo te zijn. De toren kan na Dxd4† terug naar f2 maar dan kan Lc5 en komt wit in de simpelste variant – Dxd4 Tf2 Lc5 (nu Pf1 vermoedelijk; wit heeft niet veel mogelijkheden) en dubbele ruil op f2 – een kwaliteit achter zonder compensatie. Het alternatief was Pb3 maar dan is De7 een lomp-goede zet en wellicht heeft zwart nog beter. Het offer leek me in dit geval mislukt en daarom besloot ik op hoop van zegen toch maar op f6 te slaan.

15. Txf6? Le7?  16. Tf2 Lf6  17. Pb3

Wit had opnieuw, en nu correct, Txf6 kunnen spelen. Dxd4 lijkt daarom beter, in plaats van Lf6, maar opent wel de d-lijn voor wits torens en dat kan haast niet goed gaan ook al staat Tf2 vooreerst gepend. Ik zag Txf6 vreemd genoeg niet, waarschijnlijk omdat ik al iets anders in gedachten had, het gespeelde Pb3 waarmee ik mijn loper en toren wilde ontwikkelen. Als zwart, na Pb3, Lxd4 (Pxd4) Dxd4 had gespeeld, was er een lastige stelling ontstaan met tactische vallen waarin de open d-lijn de doorslag zou moeten geven; de beste zet is Ld2.

17… Tf8  18. Ld2(!) De7  19. Dxe7 Kxe7?

Een slordigheid tot slot. Na Lxe7 komt wit twee pionnen voor maar heeft zwart spel, nu kreeg ik zo maar een kwaliteit bij gunstige stelling. Tegen een ontmoedigde tegenstander ging het verder soepel.