LSG A tegen LSG B – een sociaal experiment

Stel, jij organiseert binnenkort een familiefeest. En dat feest… dat moet knallen. Geen urenlange verhalen over de kleinkinderen, geen slaapverwekkende herinneringen aan vroeger. En ook geen voorspelbare ruzie tussen opa Arie en tante Marieke – althans niet tussen die twee alleen. Wat als iedereen nu eens meedeed? Met die ruzie? Dan kregen we strijd, emotie, een feest met pit!

In zo’n geval kun je je licht opsteken bij de wetenschap. Want sociaalpsychologen organiseerden de afgelopen jaren talloze experimenten, en steeds weer bleek het heel gemakkelijk om groepen tegen elkaar op te zetten. Bij een gelegenheid kregen vrijwilligers random buttons opgeprikt: de helft groen, de andere helft rood. En ja hoor, al na een kwartiertje praatten de groenen en roden alleen nog met hun eigen kleur, en iedereen wierp giftige blikken naar de anderen aan de overkant.

Daarom begint dit verslag met een feesttip. Sla die buttons nu alvast in, en alle ooms, tantes, opa’s en oma’s reizen bij de volgende verjaardag in aparte busjes naar hun gescheiden vakken. En voor wie nog wat extra dynamiek wil op de groepsfoto: zet in dat ene vak 24 borden met bittergarnituur en zalmhapjes, en in het andere 1 schaaltje met 3 rauwe radijsjes. Alles voor de wetenschap.

Competitie
Dat laatste motto staat ook centraal in de onderbondcompetitie 2021-2022. En hier wordt het sociaal experiment georganiseerd door de Leidse Schaakbond, met medewerking van LSG. Zestien leden krijgen een random predicaat opgeplakt – LSG A of LSG B – en gaan daar vervolgens iets bij voelen. Jammer dat bord 1 zo slecht staat, want die is ook B. En die potremise stelling moet ik toch maar doorspelen, want A staat achter.

“Wij moeten winnen”, klonk het voor de wedstrijd. “Want wij zijn LSG A.”
“Maar wij zijn B”, kwam er onmiddellijk terug. “En ‘B’ staat voor ‘beter’”.

Kijk, dan is het duidelijk: de stemming zit erin. De wedstrijd kan beginnen.

26…, Pd4:
En die wedstrijd begon met een verrassing: de partij tussen Alexander Polak (A) en Edwin van Haastert (B). Alexander is natuurlijk uitstekend op dreef, en hij won de afgelopen tijd van sterke spelers. Maar toch, Edwin was de favoriet, en leek dat ook te gaan bewijzen. Totdat het in een razend ingewikkelde stelling allemaal mis ging.

Hieronder de interessante analyse van Edwin zelf, en alvast een quizvraag voor gevorderden: moet zwart in deze stelling…

… kiezen voor 26…, Pd4:?

Zwarte velden
Had ik al gezegd dat ik ben ingedeeld in LSG B? Dit was dus een tegenvaller. Uberhaupt ging het niet goed aan de topborden, want witspeler Reinier Feiner (B) werd geconfronteerd met de openingsvoorbereiding van Mark van der Werf (A), en na 16 zetten stond het zo.

Een plusje voor wit, oordeelt de computer, en hij zal wel gelijk hebben. Wit staat inderdaad een pion voor, maar zwart beheerst echt alle zwarte velden: c5, d6, e5, f4,  en eventueel h2. In de praktijk woog dat zwaar: 2-0 voor A.

Iets van het terrein werd teruggewonnen door Raoul van Ketel (B) tegen Jeroen Berrevoets (A). Alvast een vraag: wat vind jij van de stelling na wits 14de zet?

Of ik nu A ben of B, hier heb ik altijd een voorkeur voor wit. Ik droom over zetten als h4, Le3, P3h2, Dg4, Lc1 en dan een rooklift met Te1-e3-g3 gevolgd door h5. Maar Raoul speelt dit soort stellingen al sinds de brugklas, en hij laat dat nooit gebeuren. Niet tegen mij en niet tegen Jeroen.

Voorsprong
Maar toch, voor het A-team leek alles gesmeerd te verlopen. Zeker toen Richard Schelvis (B) een mooie kans liet lopen tegen Jorgen Henseler (A). Een kans die je kunt missen trouwens. Wat speel je met wit in de onderstaande stelling?

Antwoord: 34: c5. Als zwart niet slaat, ruilt wit met 35. Td1 de Torens, iets wat je absoluut niet wilt als je een kwaliteit achter staat. Maar slaat zwart wel, dan wint 35. Td1 een stuk. Een aanvulling van Richard: ‘Ik kreeg nog op mijn kop van Edwin, omdat ik te weinig tijd nam in deze stelling. Op zich wel terecht natuurlijk.’

Ook Albert Termeulen (B) wist de beslissende slag niet uit te delen. Of in zijn eigen woorden: ‘Ik dacht dat ik hem had liggen, maar mijn tegenstander (Loek Veenendaal) verdedigde zich taai’

Crisis
Bleven over: drie partijen. Die tussen Michel Hubert(A) en Bernard Evengroen (B), tussen Arjo Andringa (A) en Manfred Kindt (B) en tussen Alisha Warnaar (A) en mij (B). Ik zat tussen Bernard en Manfred in, en dat bood geen prettig uitzicht. Manfred leek te worden matgezet, en Bernard stond twee pionnen achter. Het was dus duidelijk: ik speelde op winst.

De stelling leek zich daar ook voor te lenen, want ik bereikte met wit deze stelling.

Wit heeft eeuwige controle over veld e5 en eeuwige druk tegen pion e6. Tijdens de partij moest ik denken aan een soortgelijke stelling op een dvd van de Engelse grootmeester Nicholas Pert: Typical mistakes by 1600-1900 players. Het viel Pert op dat amateurs hier met wit de Dames graag wilden ruilen, omdat ze zwakte op e6 wilden uitbuiten in het eindspel. En dat terwijl zwartspelers die Dames juist op het bord wilden houden, omdat ze aanvalskansen zagen langs de f-lijn.

Pert is het daar niet mee eens. In een eindspel kan zwart e6 verdedigen met zijn Koning, en dan zijn Torens activeren via de c-lijn (Tc8-c4). Daarom houdt wit die Dames juist op het bord. Dan is een zet als Kf7 veel te gevaarlijk en bindt wit de zwarte Torens aan de verdediging van e6.

Vandaar mijn langetermijnplan: zorg dat je die Torens bindt (liefst op de passieve velden e7 en e8) en richt je vervolgens op de zwaktes op zwarts damevleugel (Dd1 en op een zet als b5 Dd3).

Helaas. Alisha speelde hier 24… Tc8! en na 25. De2 (dreigt 26. Td5:) Tf7!.

En ik besefte dat het met fase 1 niet zo wilde opschieten: de zwarte Torens lijken redelijk ongebonden. Geen probleem, zegt mijn computer: hij komt met geduldige zetten als Kg2, De3, h5 en zelfs f4. Dit lijkt inderdaad gevaarlijk voor zwart, vooral omdat wit in veel stellingen wél op e6 kan slaan. Bijvoorbeeld in deze:

Hier volgt na 28. Te6:!, Dd4: het lastige schaak 29. Te8+ Bijvoorbeeld: 29…, Kh7 30. Th8+!, Kh8: 31. De8+ en 32. Df7:. Wit dreigt dan 33. Df5+ gevolgd door een Torenschaak op de 7de of de 8ste rij. Voorkomt zwart dat met 32… Df6, dan hangt d5.

Geduld dus – maar dat had ik juist niet. In deze stelling…

… speelde ik direct 26. Te6:? en dat leverde na 26…, Dd4: niets op. Hoewel… een paar zetten later werd het weer bijna interessant.

Mijn laatste zet was 32. Td3, en de vraag is natuurlijk: heeft zwart 32…, Tf2:? Alisha en ik dachten allebei van niet, want na de grappige variant 33. De8+, Tf8+ 34. Td4: Te8: 35. Tb4: leek het eindspel ons veel beter voor wit. Pas toen we die stelling in de analyse op het bord zetten, zagen we het: na 35…, Te2 heeft wit echt helemaal niets. Waarschijnlijk visualiseerden we allebei een niet-bestaande witte pion op f2.

Daarom speelde zwart in de diagramstelling 32…., Dc4 (?), en ik kon een pion winnen: 33. ab4:, Db4: 34. Td5:. Als de a- en de b-pion op het bord blijven, zal dat misschien winnen, maar Alisha speelde natuurlijk 34…, a3, en wat overbleef was 3 tegen 2 op een vleugel.

Een duidelijk plusje voor wit, oordeelt mijn computer. Vervolgens komt hij met 25 zetten die niets aan de stelling veranderen en constateert dan tevreden dat hij dat plusje heeft vastgehouden. Zo verliep de partij ongeveer ook. Remise dus.

Ontknoping
En zo werd het dus 5,5 – 2,5 voor LSG A. Althans… dat had het moeten worden. Want zowel Arjo als Michel stonden nog steeds gewonnen. Maar in tijdnood sloeg het om. Michel liet zich opeens mat zetten, en iets soortgelijks gebeurde met Arjo. Die laatste kwam met een uitvoerige analyse. Hier alvast een opgave: hoe had hij hier met wit kunnen winnen?

Het antwoord: 26. Dh7+, Kf6: 27. Tf1+ Ke7 en nu de lastige zet 28. Dg7! Dan heeft wit twee plannen: 29. Df6+ en 29. Tf6 gevolgd door 30. Te6+. Dat is te veel voor zwart.

Nabeschouwing
De einduitslag: 4,5-3,5 voor team B. En nee, bij mijn weten heeft dat geen wig gedreven in ons ledenbestand. Geen ijzige stiltes aan de bar, geen strafbare spreekkoren op het Diamantplein. Hoogstens constateerden beide partijen dat B altijd wint van A – wie er ook in zit.

De B van Beter dus? Mwah… Laten we het zo zeggen: de G van Goed bleef voorlopig buiten bereik.

 

1 Reactie op “LSG A tegen LSG B – een sociaal experiment
  1. Vincent Fructuoso schreef:

    Mooi verhaal Peter! Dank voor verslag.