LSG 7 klopt LSG 8 na spannend duel

Op 14 oktober is het nieuwe schaakseizoen 14/15 begonnen. Traditiegetrouw moesten daarbij de twee teams van dezelfde vereniging (in casu LSG 7 en LSG 8) meteen in de eerste ronde tegen elkaar. Dat geeft immers de minste kans op competitievervalsing. Wij van LSG zijn echter duidelijk geen Chinezen of Oostblokkers, want beide teams gingen er vanaf het begin gewoon keihard met gestrekt been in. De eerste speldenprik werd al uitgedeeld door non-playing captain Chris, die door het afzien van de mogelijkheid van een praatje vooraf iedere onvoorbereide speler volstrekt in het ongewisse liet over bijvoorbeeld de regels rond de beschikbare tijd. Dat leverde na een uur of drie spelen pas de eerste problemen op, maar daarover later meer.

Voor LSG 8 (Julius, Rob, Daan, John, Sander en Stanley) was dit overigens een thuiswedstrijd (zwart aan bord 1 etc), LSG 7 (Joris, Jan, Maurice, Peter S, Luuk en ondergetekende) was “op visite”. Vreemde gewaarwording voor mij en Peter S om nu ineens tégen zovelen van onze teamgenoten van vorig seizoen te spelen.

Mijn partij op bord 1 tegen Julius was bijzonder snel afgelopen. Kort nadat ik mij net op tijd een soortgelijke stelling tegen een blinde schaker tijdens Corus (nu Tata) kon herinneren en zo een foute zet kon voorkómen, stak ik het bord in brand door met Pe5 de zwarte dame op d7 aan te vallen. Deze stelling vroeg zeker om een diepe berekening, maar uiteraard moest elke zwarte voortzetting beginnen met het hoe dan ook wegnemen van juist die ene dreiging. In de analyse achteraf bleek zwart vervolgens alles behalve kansloos. Maar omdat de dame in de partij gewoon in bleef staan, kon Julius meteen opgeven.

Op bord 2 speelde Joris met zwart tegen Rob. Toen Rob met een pion de zwarte dame aanviel, beantwoorde Joris deze zet met een tegenaanval op de witte dame die diep in de zwarte stelling was doorgedrongen. Het was dus niet moeilijk om een stuk (loper) te vinden om te slaan. Weliswaar was de loper verdedigd, maar de zwarte dame bleef immers ook gewoon instaan. De fout waardoor deze kleine combinatie kon ontstaan, was uiteraard al eerder gemaakt. Joris probeerde het nog geruime tijd, maar Rob gaf dit ruime materiele voordeel met nauwelijks compensatie vanzelfsprekend niet meer uit handen.

Bord 3 ging tussen Jan en Daan. Het zag er uit als een complexe en principiële partij, waarin Jan met Pb5! Daan voor onoverkomelijke problemen plaatste. Even daarvoor had Daan met Db7! een comfortabele stelling kunnen bereiken (bleek uit de analyse met hulp van Edwin) met een pion meer. Nu kon de witte dame ongehinderd binnendringen en dankzij de vele open lijnen op het bord de partij snel beslissen.

De partij op bord 4 ging tussen Maurice en John. Het begin leek nog aardig voorspoedig te gaan voor de speler van LSG 7, maar dat keerde om toen John heel sluw met zijn paard wist binnen te dringen op de zwarte damevleugel. Dat beest zette de stelling zó vast, dat Maurice het al gauw niet langer kon aanzien en moest opgeven. De borden 1-4 leverden daarmee een tussenstand van 2-2 op en niets was nog zeker.

Op papier heeft LSG 7 gemiddeld een flink hogere rating dan LSG 8, maar dat wil helaas niet zeggen dat de onderlinge wedstrijd een “walk in the park” is. Bord 5 stond op dat moment namelijk best goed, maar grote zorgen gingen uit naar bord 6. Een gelijke eindstand leek mij op dat moment  daarom meest waarschijnlijk.

Die partij op bord 5 ging tussen Peter S en Sander. De stelling stond lange tijd erg vast en met kleine zetjes moest de witspeler progressie zien te boeken. Hoe het precies  gebeurde heb ik niet gezien,  maar op een gegeven moment stond Peter een vol stuk voor. De vele winstwegen die dat oplevert kunnen wel eens tot verdwalen leiden, maar wit wist het materiële voordeel bekwaam tot een volle winst uit te bouwen. Een gelijke eindstand was daarmee in ieder geval bereikt, maar dat was gezien het bovenstaande eigenlijk niet genoeg.

De laatste partij op bord 6 ging tussen Luuk en Stanley. Ik moet eerlijk zeggen dat ik Stanley nog nooit zó goed heb zien staan en spelen. Heel sluw plaatste hij een toren op d1 en viel daarmee de zwarte dame op d5 aan die onder meer weg kon komen door een pion op a2 te pakken. Dan zou diezelfde toren echter een beslissend schaak kunnen geven op d7 met mat in enkele zetten, ongetwijfeld allemaal vooraf scherp gezien door Stanley. De dame moest dus gewoon terug naar e6 om mee te blijven verdedigen. Met enorme druk op de velden g8, g7 en vooral f6 maakte wit het hopeloos lastig voor zwart. Slaan op f6 was zelfs aangewezen, zeker toen de op dat veld bivakkerende zwarte pion door loper, toren én dame werd aangevallen, en nog slechts door de zwarte dame werd verdedigd. De zwarte toren die de dekking even daarvoor had losgelaten kon eventueel nog terug, maar dat had niet afdoende geholpen. Wit sloeg echter merkwaardig genoeg niet en omdat zwart eigenlijk nog steeds  geen vin kon verroeren, schoof hij maar een pion door. Stanley schrok daar blijkbaar nogal van en ging zijn aanvallers vervolgens één voor één ter verdediging inzetten. Inmiddels had zwart erg veel tijd gebruikt (beiden zaten vèr over de 35 zetten) en op de klok stonden voor hem nog slechts 2 minuten. Duidelijk was dat beide spelers hier erg zenuwachtig van werden en Sander vroeg mij en passant nog of het wel klopte dat er geen increment werd bijgevoegd (terwijl dat in de interne inmiddels wel gebruikelijk is). Dat klopte. In de 3e klasse wordt dat namelijk (nog) niet gedaan en dat had de teamleider van LSG 8 toch minimaal even vooraf moeten melden. Spelers moeten zichzelf echter óók op dat soort details voorbereiden en er desnoods tijdens de wedstrijd even naar vragen.

Al met al hadden beiden nog wèl gewoon nog recht op hun 15 minuten extra voor de rest van de partij, al durfden ze daar merkbaar niet op te vertrouwen. Zover kwam het dan ook niet. Wit was door de onnodige switch van aanval naar verdediging inmiddels namelijk flink in de problemen gekomen en zwart kon zijn pionnen laten opstomen. Met schaak promoveerde er één en wit kon dat nog eenmaal opheffen door de verse dame met zijn laatste toren te slaan. Die toren pakte hij ook op, echter niet om te slaan, maar om zelf schaak te zetten(!?). Gevolg: een tijdstraf van 2 minuten extra op de klok van Luuk. Met dank aan Vincent voor de uitvoering hiervan. Vervolgens kon zwart opnieuw met schaak  promoveren en de matvoering met dame en toren daarna was kinderspel.

Einduitslag 2-4 voor LSG 7. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat LSG 8 gezien de strijdlust en het vertoonde spel misschien wel recht had gehad op 3-3.

Peter van der Hoeven

LSG 8   LSG 7 2-4
J. Visser P. van der Hoeven 0-1
R. Uittenbogaard J. Kuipers 1-0
D. Vernooy J. Verheijen 0-1
J. Kettenis M.G.A.M. Walraven 1-0
S. Koning P. Sonneveldt 0-1
S.S.R. Bingen L. Hoogeveen 0-1