LSG 3 kopje onder

Het hád spannend kunnen worden. Maar, gebiedt de eerlijkheid te vermelden, het wérd niet spannend. De heren van de Westlandse Schaak Combinatie kwamen, zagen en overwonnen. Uiteindelijk werd het nog 3½ – 4½, maar meer heeft er ook nooit ingezeten.

We hadden wel een beetje pech. Henk van Putten, tot voor kort een van de sterkere LSG’ers, had juist dit seizoen besloten uit te komen voor WSC. Niet zo heel raar overigens, aangezien Henk zelf in het Westland woonachtig is. En Henk won met wit overtuigend van Chris, ook niet de geringste. Langzaam werd Chris weggedrukt tot hij op enig moment min of meer pat stond. Soms levert pat remise op, maar nu niet.

De tweede pechvogel was Marcel, wiens gehaaide tegenstander Menno Pietersma speciaal uit Limburg was “ingevlogen” voor deze wedstrijd. Marcel kwam met zwart matig uit de opening. Hij leek nog even terug te komen in de partij, maar na een paar mindere zetten ging het hard.

Zo’n vlotte achterstand van 0 -2 is uiteraard een slecht voorteken. Ook op de andere borden neemt de spanning dan toe. Voor ons betekende dat we iedere neiging tot remise uit de weg moesten gaan. En zoiets kan dan gepaard gaan met risico’s.

Quirinius speelde een goede partij met lange tijd een gelijke stelling, waarbij de tactische mogelijkheden steeds verder toenamen. Zijn tegenstander ging echter praktischer met zijn tijd om (lees: had niet alles gezien, maar deed wel logische en niet direct verliezende zetten) en kwam steeds beter te staan. Toch waren er twee kansen van Q. om het tij te keren. Die waren echter riskant, moeilijk uit te rekenen en daarom verworpen in de gedachte dat we als team geen extra nul konden gebruiken. Helaas overschreed Q. de tijd op het moment dat de stelling op zou gaan.

Kort hierna kon ondergetekende het eerste punt voor LSG 3 bij laten tekenen, zie partijverslag hieronder. Ook Vincent won in een solide prettige Grünfeld – zijn tegenstander kwam er eigenlijk niet aan te pas. Dat bracht de stand op 2 – 3, maar de koek was ook gelijk op.

Albert kreeg in de opening een lelijke pluspion en is daar de hele partij mee blijven zitten. Grote kansen heeft hij niet gemist, zodat uiteindelijk de vrede getekend moest worden. Hetzelfde gold voor Ernst, die wel prettig uit de opening kwam, maar nergens heeft kunnen profiteren. Toen er tenslotte een eindspel met ongelijke lopers op het bord verscheen, restte hem ook niets anders dan de acceptatie van het halve punt.

Bij een stand van 3 – 4 moest teamcaptain vervolgens proberen ijzer met handen te breken. Vanuit een ongebruikelijke Hollander ontstond een ingewikkeld middenspel. Het evenwicht werd nooit echt verbroken. Toen Robert in het eindspel een pion verblunderde, kon hij het hierop volgende remise-aanbod niet meer afslaan.

Tekst: Eric van ’t Hof