LSG 3 herpakt zich in Middelburg

De hoofdstad van onze kleinste provincie is een prachtig stadje met een middeleeuwse aanblik en vooroorlogse rust. Een frisse wandeling door de hoopgevende voorjaarszon bracht ons in een kwartier op het opgegeven adres, alwaar wij slechts een appartementencomplex voor mensen op leeftijd aantroffen. Nadat wij hier enkele malen omheen waren gecirkeld, ontdekten wij op aanwijzingen van de lokale bevolking een verborgen trap, die naar de eerste verdieping leidde. Hier bleek een van de appartementen te zijn ingericht als een soort buurtcentrum. Naast de puzzeluitleen, een biljart, twee dartboards en een kleine bar, werd er in de voormalige woonkamer ook geschaakt.

Wij werden welkom geheten door de charmante mevrouw de Boer, die niet alleen rol van gastvrouw vervulde, maar daarnaast ook zorgde voor de koffie en broodjes, tevens fungeerde als wedstrijdleider en bovendien voorzitter is van de schaakvereniging Middelburg!

Nauwelijks later dan het afgesproken tijdstip kon de voor beide ploegen belangrijke wedstrijd aanvangen. Voor Middelburg was het zaak minimaal een matchpunt te scoren, omdat degradatie anders onvermijdelijk zou zijn. Voor LSG 3 hing een zo mogelijk nog belangrijkere vraag in de lucht: konden wij überhaupt nog wel schaken? Hier werd ernstig aan getwijfeld wegens de dramatisch nederlagen in de twee voorgaande ronden. Spannend werd het echter niet en dat was met name de verdienste van Henk en Thomas. Eerstgenoemde bleek met de zwarte stukken de sterkste Middelburger (Elo 2100) tegenover zich te vinden. Met vaste hand speelde Henk zich echter in korte tijd naar een voordelige positie en bood hierop remise aan, hetgeen niet geweigerd kon worden. Dit belangrijke halve punt gaf de Leidse ploeg rust en moed. Kort hierna gleed Thomas met zijn zwarte stukken door het witte kamp, als een heet mes door zachte boter. Hoewel wij op verschillende borden, waaronder het mijne, bedenkelijke stellingen hadden bereikt, hielden wij stand in de wetenschap de het team toch wel zou winnen. Dit was eigenlijk het omgekeerde (psychologische) proces in vergelijking met de twee genoemde drama’s tegen België en De Pion, waarin we juist tegen een snelle achterstand aan waren gelopen.

Toch ontstond er halverwege de middag wat rumoer in de kamer. Ter toelichting hiervan moet ik even stilstaan bij een recente ontdekking. Tot voor kort was de algemene indruk dat het schaakspel bestond uit een strijd tussen twee personen, maar dat blijkt een misvatting. In feite zijn er drie partijen betrokken, namelijk de Witspeler, de Zwartspeler, en de Klok. Van oorsprong was deze laatste speler slechts een hulpmiddel om een schaakpartij enigszins in goede banen te leiden, door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de partij niet oneindig lang duurde. Maar tegenwoordig doet Klok zelf gewoon mee aan de schaakpartij. Het is niet zo dat Klok vaak wint – het gebeurt zelden dat een van de andere twee spelers de tijd overschrijdt – maar hij drukt wel een steeds nadrukkelijker stempel op het partijverloop. Dit doet Klok door zijn tegenstanders, de witspeler en de zwartspeler dus, zoveel mogelijk in verwarring te brengen. Klok wordt hierbij gesteund door de beleidsmakers van de schaakbond, die, om nog niet opgehelderde redenen, de regels rond het afstellen van Klok, alsmede het speeltempo zelf, elk seizoen weer te wijzigen.

Het voert nu te ver om alle problemen met Klok hier in kaart te brengen, dus ik beperk me tot een paar voorbeelden. Het begint ermee dat Klok je 110 minuten geeft om de eerste 40 zetten uit te voeren. Maar op zijn scherm toont hij heel geniepig slechts 90 minuten, gecodeerd als 1:30. De resterende 20 minuten worden er pas geleidelijk aan toegevoegd, met een zogeheten increment van 30 seconden per uitgevoerde zet. Kinderachtig eigenlijk, waarom krijg je die 110 minuten niet direct bij het begin van de partij? Dat weet bijna niemand. Goed beschouwd komt dit systeem er op neer dat er 80 tijdcontroles zijn. De eerste 40 zetten moeten in minder dan 110 minuten worden uitgevoerd, de eerste 39 zetten in 109,5 minuten, de eerste 38 zetten in 109 minuten, de eerste 37 zetten in 108,5 minuten, enzovoort. En dat dan voor beide spelers afzonderlijk.

Het tweede probleem is dat Klok je er 30 minuten extra bij geeft, indien je 40 zetten hebt gespeeld. Zo luidt althans het (huidige) reglement. Puntje van aandacht hierbij is dat Klok, indien vermomd als DGT2000, helemaal niet weet of en wanneer zijn tegenstanders, Witspeler en Zwartspeler, die 40 zetten hebben gespeeld. De DGT2000 heeft namelijk geen zettenteller. Overigens blijkt dat die zettentellers bij jongere versies van de DGT, indien aanwezig, steevast defect of ontregeld te zijn. Bij de DGT2000 krijg je dat halve uur extra er pas bij nadat de witspeler of de zwartspeler, of beide, minimaal één keer de tijd hebben overschreden, hetgeen in dat geval niet formeel als tijdsoverschrijding geldt, omdat er immers, virtueel, nog 30 minuten extra beschikbaar zijn. Enfin, het is niet vreemd dat sommige wedstrijdleiders hier hoorndol van worden en het zou me niet verbazen als enkele lezers hier inmiddels ook afgehaakt zijn.

Daarom snel terug naar Middelburg. Om het kort te houden, sommige spelers kregen er inderdaad 30 minuten bij, andere spelers echter niet en bleef Klok nukkig -0.00 tonen. Joost kreeg van Klok na de dertigste zet er al 30 minuten bij, blijkbaar had zijn klok wel een zettenteller, wat weer tot grote (terechte) verontwaardiging bij zijn tegenstander leidde. Het voltallige verenigingsbestuur moest er aan te pas komen, om in een ter plekke belegde vergadering, te komen tot een oordeel over de verdere voortzetting van die partij. Wat is schaken toch leuk. Ik had het te doen met mijn tegenstander die in een inmiddels slechte stand met nog maar drie minuten bedenktijd op een meter afstand van dit gekrakeel een verdediging probeerde te bedenken.

Toen Klok er in de partij van Leendert het bijltje bij neergooide, werd de arme Zeeuwse teamleider van zijn partij gelicht, juist op het moment dat hij zelf nog slechts een minuut over had om een mataanval van Marcel af te wenden. Beide partijen gingen verloren voor de sympathieke eilanders.

Adinda had een plezierige middag; zij hoefde alleen maar zo nu en dan een pion op te rapen die haar tegenstander liet vallen. Frans scoorde een degelijke remise tegen de gevreesde De Wolf en kon tevreden zijn. Zelf behaalde ik een gelukkig punt in een grappig eindspel. Tenslotte gaf Joost na een boeiende partij remise in een misschien gewonnen stelling. De totaalscore was 1,5 – 6,5, een niettemin tevredenstemmend resultaat.