LSG 2 – Wageningen: op zoek naar de schuldige

Laten we beginnen met een filosofische vraag: wat is volgens jou het verschil tussen mensen en andere dieren? Kies je nu voor intelligentie, liefde of empathie? Dan reken ik dat goed, maar met enige aarzeling. Wat ons mensen echt onderscheidt, is één allesoverheersend verlangen: anderen de schuld geven. Van alles.

Ga maar na: olifanten, dolfijnen en chimpansees moeten hun problemen oplossen, maar wij zullen er eerder over twitteren. En in die tweets leggen we uit aan wie het ligt. Bijvoorbeeld: aan links, aan rechts, aan die typische mannen, die typische vrouwen, die typische Nederlanders, buitenlanders, het weer, de NS als er wordt gestaakt, de weerman, de NS als er niet wordt gestaakt, en mijn persoonlijke favoriet uit mijn jonge jaren: het imperialistische en kapitalistische maatschappijsysteem dat wordt beheerst door het corrupte grootkapitaal en daarom niet waard is om hard voor te werken.

Heel veel naming en shaming dus. Maar er is een uitzondering: de teamverslagen op deze site. Daar komt het woord ‘schuld’ nooit voor. Daar vind je verhalen als hieronder:

Oké, we hebben dus verloren. Jammer. Maar ja, je kunt niet altijd winnen, dus laten we maar hopen dat je ook niet altijd kunt verliezen. Na regen komt zonneschijn toch? En bovendien: altijd zonneschijn is ook niet goed. De volgende keer beter!

Maar wat je nooit ziet, is een tekst zoals deze:

We hebben verloren, en dat kwam allemaal door Gerrit. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wie heeft die man opgesteld? Wie neemt de verantwoordelijkheid? Het wordt hoog tijd dat we het probleem benoemen (Gerrit), en dat we krachtige maatregelen nemen (geen Gerrit).

Jammer, want juist zo’n strafverslag biedt vele voordelen. Hoe zenuwslopend de wedstrijd ook was, dat verslag is altijd spannender. Alle spelers wachten met samengeknepen billen op het oordeel, vooral degenen die vorige keer óók de schuld hebben gekregen. Want iedereen weet: degene met de hoogste schandpaalscore betaalt aan het eind van het seizoen de naheffing van het energiebedrijf. Bijkomend voordeel: je hoeft nooit meer eindeloos te soebatten voordat iemand het verslag wil schrijven. Omdat iedereen het verslag wil schrijven. Omdat dat verslag anders wordt geschreven door iemand anders.

Criteria
En zo komen we bij de wedstrijd LSG 2 – Wageningen van vorige week zaterdag. Tien mannen, 4,5 punt, één schuldige. Wie het was? Dat leg ik dit keer nog met een neutraal advies aan jullie voor. Als richtlijn geef ik alleen 7 mogelijke criteria. Hier komen ze:

  1. Je eigen opening niet begrijpen
  2. Zo zichtbaar slecht staan dat het drukt op het team
  3. Zo onzichtbaar slecht staan dat anderen niet weten waar ze aan toe zijn
  4. Heel goed staan – maar dan nog verliezen
  5. Teamleider zijn
  6. Te vroeg remise geven
  7. Te laat remise geven

1. Je eigen opening niet begrijpen
Laat ik beginnen met mezelf. Ik zat achter de zwarte kant van een Rauzer, en dan wil je maar één ding: je pion op d6 verliezen en dan met je zwartveldige loper heel veel compensatie hebben. Al snel zag ik een mogelijkheid om die droom te realiseren.

Stel, wit slaat hier op f6. Dan komt 15…, Lf6: 16: Dd6:, Le5! 17, Dc7:, Lc7:.

In het midden van de vorige eeuw ontdekten mensen als Michael Botwinnik dat zwart hier niet alleen genoeg compensatie heeft, maar veel beter staat. De zwartveldige loper is een monster, en het witte paard op c3 staat juist buitengewoon beroerd. Zwart zet die loper op e5, ruilt een toren, zet de andere op de c-lijn, en komt met b4. Het is voor wit bijna onmogelijk om alles bij elkaar te houden, en dus besloot mijn tegenstander om hier niet op in te gaan.

Tot zover geen probleem, maar een paar zetten later, stond het zo:

Hier sloeg wit wél op f6. En ik antwoordde met… 20…, gf6:?? Logisch, vond ik zelf, want de situatie is veranderd. De zwarte pion staat niet langer op e6, maar op e5, dus is de zwartveldige loper lang niet zo sterk. Voor het paard op c3 geldt juist het omgekeerde: dat beschikt nu over het veld d5. Na 20…, Lf6: 21. Td6: zag ik dus geen compensatie.

Fout, zegt Stockfish. Hij speelt heel rustig 21…,Tfd8 en constateert dat hij beter staat. Zwart ruilt alweer een Toren, speelt b4 en zijn aanval komt veel eerder. De witte stukken op de koningsvleugel staan heel onhandig, en het duurt heel lang voordat wit tot g5 komt.

Maar je raadt het al: na 20…, gf6 ging het voordeel over op wit.

2. Zo zichtbaar slecht staan dat het drukt op het team
Wat had jij met wit gespeeld in deze stelling?

Kies je voor dynamisch, dan kies je voor 10. f5. Dat is een opmars die je met wit sowieso in de planning hebt, en na 10…, ef5: 11. Pf4 beschik je over prettige compensatie.

Ga je voor 10. f5 dus? Kijk dan naar de analyse van Eelke Wiersma, en vooral naar de stelling na 20 zetten. Die was niet alleen deprimerend voor hem, maar voor alle teamgenoten om hem heen.

In dezelfde categorie valt Stefan van Blitterswijk. Zijn tegenstander was Jan Timman, en die koos voor een redelijk onschuldige variant, waarin je met wit gewoon gaat schaken. Zoals bekend kan Timman dat uitstekend, en ook nu speelde hij weer een fantastische partij. In het begin zag het er nog wel aardig uit voor zwart, maar daarna ging het ook visueel bergafwaarts.

Stefan leidt ons zelf door de laatste fase.

De zwarte stelling ziet er al zeer verdacht uit, maar als ik wat tijd krijg gaat het misschien nog. Al weet ik ook wel beter.

Die tijd kreeg ik zeker niet. 22. c4! bxc4 23. Bc1! Nb5 24. a4 Nd4 25. Ba3 Qd8 26. Rfe1 Ng6 (ik zag niks beters en Stockfish ook niet) 27. Bxf8 Qxf8 28. Be4 Rd8 29. Rc1 en wit heeft een kwaliteit meer en veel activiteit (+5.0 voor wit).

Ik probeerde het nog met de twee paarden, maar er zat niks meer in. 1-0.

3. Zo onzichtbaar slechter staan dat niemand weet waar hij aan toe is
Hoe stond Raoul van Ketel? Het was voortdurend heel moeilijk te zeggen. Hij heeft geen fragment aangeleverd, maar volgens mij stond het ongeveer zo:

Zwart (Raoul) heeft een kwaliteit veroverd, maar wit heeft twee pluspionnen. Wie staat hier beter? Niemand had enig idee. Heel verwarrend dus, voor het hele team: kunnen we nu remise aanbieden of toch maar niet? En o ja, bovenstaande stelling is toch iets beter voor wit, en Raoul verloor.

4. Heel goed staan – maar dan nog verliezen
Twee kandidaten hier: Alexander Polak en Martin Roobol. Beiden vertellen zelf hun verhaal.

Martin:

Ik heb het echt verprutst. Stond heel de partij tussen de plus 1-2. Daarna verkeerde afwikkeling naar 0 en toen blunderde ik.

Alexander:

Ik speelde tegen mijn voormalig jeugdtrainer Van Oosterom, kwam goed uit de opening (Najdorf met 6.Lg5) en verwarde hem met een vroege Lxf6 gevolgd door g4. Als ik consequent ben en g5 speel, is het +1.5. Ik koos voor f5, wat minder goed is. Hij verraste me even later door kort te rokeren, waarna ik alsnog voor g5 ging, al was dat ditmaal een pionoffer. Ik won de pion wel terug, maar de aanval kwam niet lekker van de grond, en het eindspel was duidelijk minder voor mij.

5. Teamleider zijn
Voetbaltrainers die het veld ruimen bij de eerste witte zakdoekjes, ministers die aftreden vanwege fouten van hun voorganger. Iedereen weet: steek je hoofd boven het maaiveld, en je legt dat hoofd op het blok. Iedereen… behalve onze teamleider Michiel van Wissen dus. Ook na deze wedstrijd hield hij zijn zonnige humeur in tact, en op de chat had hij het volgende te zeggen:

Ik ga nergens mijn excuses voor aanbieden. Speelde gewoon een uitstekende pot. 🙂

En over de partij:

Tot en met zet 11 was het allemaal bekend, al moest ik wel even nadenken over 11…Tb8, 12…Txb6 of direct 11…Dxb6, wat ook beter is. 12.b3 is zeker niet de beste, een zet die wel mogelijk is na 11…Tb8. Een kwestie van het door elkaar van varianten dus. Daarna kon ik de gevolgen van 12…Lf6 13.e5 (blijkt uitstekend te zijn voor zwart) niet helemaal goed doorrekenen en koos daarom voor het iets mindere, maar wel veiligere 12…Lb7. Maar ook daar staat zwart uitstekend en ik zie eigenlijk niet hoe wit onder pionverlies uit kan komen. In de partij won ik die pion dan ook en voordat er een 2e pion zou verdwijnen (c4 is niet meer te dekken), gaf zwart op.

6. Te vroeg remise geven
Wie krijgt bij een nederlaag de schuld? Je zou zeggen: degenen die hebben verloren. Logisch. Maar aan de andere kant, juist zij hebben niet voor dit resultaat gekozen. En degenen die remise speelden, deden dat wél.

Dit was de stelling waarin Bram van der Velden remise gaf.


En dit is wat hij tot zijn verdediging aanvoerde:

In de eindstelling vreesde ik na 24…Ta7 of 24…Tb8 25. c5 Ld5 26. De2 Lxg2 27. Kxg2 en het lijkt erop dat wit doorbreekt. De engine vindt dat het meevalt omdat ik 27…b6 kan spelen (of eventueel La5 indien 24…Ta7), maar dat had ik niet gezien, en het ziet er op het oog wel heel lelijk uit om hem een vrijpion op c6 te geven. En de situatie op de andere borden was op dat moment nog gunstig…

7. Te laat remise geven
Het is een bekend tafereel: het team staat met 4 – 5 achter, maar één partij is nog bezig. En onze speler… hij heeft groot voordeel. Sterker nog: alles wint. Hij hoeft alleen… en hij moet vooral niet… Niet die dus! Hoe is dat mogelijk? Hoe kan hij dat nou doen?

Het is het lot van de laatste. Vergeten zijn alle openingsblunders van 3,5 uur geleden, alle strategische missers, tactische ongelukjes en ontspoorde eindspelen. Op dat moment, om 18.30 uur ’s avonds, weet iedereen waarom het team heeft verloren: door die ene misser op de 87ste zet. Van hem daar.

Onze nummer laatst was Remmelt Otten. Hij stond heel goed, maar zijn voordeel glipte weg. Totdat…

Na 59…, Ke7 is er niets aan de hand. Maar zwart zag iets simpelers: 59…., Td6 – en dat verliest! Wit ruilt alles af op d6 en speelt 62. g5!

Ja, wit staat een pion achter, maar zwarts meerderheid op de Koningsvleugel is vastgelegd, en wit heeft de verste vrijpion. Hij brengt zijn koning naar e3, en gaat lopen met zijn b-pion. Als zwart die tegenhoudt, slaat wit op e4 en loopt via e5 en f6 de zwarte koningsvleugel binnen. In de meeste gevallen ontstaat dan deze stelling met zwart aan zet:

Een trebuchet heet dat. Wit wint.

Je begrijpt: dit had niemand gezien, en Remmelt ook niet. Na 59…, Td6 speelde hij 60. Td6: Dd6: 61. De4:+ en het werd remise. Daarmee was de 4,5 – 5,5- nederlaag een feit.

Eindoordeel
En? Wie is volgens jou de hoofdschuldige? Geef je keuze door in een reactie hieronder, en we hebben dadelijk een winnaar. Het bestuur publiceert vervolgens de betreffende foto en naw-gegevens.

PS: Een niet-schuldige
Een speler is tot nu toe niet genoemd: Richard Schelvis. De reden is simpel: hij won een partij uit een stuk. Het beslissende moment zien we hier:

Zwart heeft zich agressief opgesteld, maar hij heeft een duidelijke zwakte: f7. Richard maakte hier mooi gebruik van: 8. Pg5, Dh5 (dekt f7) 9. e4! (verwijdert de verdediger).

Zwart staat nu voor de keuze: óf hij verliest de kwaliteit op f7 óf de pion op d5. Hij koos voor het laatste, maar Richard won overtuigend.

Geen potentiële schuldige dus, maar toch… Ooit had ik een collega die de schuld kreeg. Van alles. Je zou verwachten dat hij snel werd ontslagen, maar in plaats daarvan werd hij voor zijn pensioen nog twee keer bevorderd. Iedereen was als de dood dat hij vrijwillig weg zou gaan, want iemand die je met z’n allen de schuld kunt geven, creëert meer teambuilding dan welk businessuitje dan ook. Die vervult een belangrijke bindende, sociale functie.

Dus iemand die je nooit de schuld kunt geven… die altijd perfecte partijen speelt… die ligt eruit, die wordt na een ronde of vijf niet meer opgesteld. Daar hoor je nooit meer wat van.

 

 

 

2 reacties op “LSG 2 – Wageningen: op zoek naar de schuldige
  1. Raoul schreef:

    Leuk stukje Peter. Ik zou nog een criterium willen toevoegen: spelers die gezellig mee gaan eten (alsof de wedstrijd gewonnen is) in plaats van direct naar huis gaan om hun partij te analyseren en hun zonden te overdenken.

  2. Adinda schreef:

    Weer een leuk stuk Peter. Met heel veel plezier gelezen.