Gelijkspel ver weg

Onze verste uitwedstrijd stond nu op het programma. Tegen Sas van Gent helemaal. Zulke afstanden lijken meer iets voor de meesterklasse, maar ook in de poule-indeling van de derde klasse wordt duidelijk niet met afstanden rekening gehouden. Doorgaans kom ik alleen in België als we een weekend weg zijn, niet op doorreis naar een schaakwedstrijd. Wel leuk was dat we samen met LSG 2 speelden, en dat de televisie in de bar aan stond, waardoor we tijdens het schaken gezellig naar de gouden race van Sven Kramer konden kijken. Schaken is leuk, maar je moet wel prioriteiten stellen natuurlijk.

Bij het openingspraatje werd al verteld dat Sas van Gent bij winst op ons de koppositie zou overnemen, dus de tegenstanders waren flink opgepept. Inderdaad was Sas van Gent in de sterkste opstelling aangetreden. En dat terwijl wij nog een beetje suffig van de reis achter ons bord plaatsnamen.

We speelden in afwezigheid van Eric en Thomas niet helemaal in onze vaste opstelling, maar ouwe trouwe invaller Marcel de Jeu heeft nu al zo vaak ingesprongen, dat hij inmiddels tot het meubilair kan worden beschouwd.

Aangezien ik zelf tot het laatst toe bezig was, heb ik niets van andere partijen meegekregen. Ik verlaat me hierbij dus op het commentaar van de spelers zelf.

Mark Irwin:
Van onze coryfee heb ik nog geen input gehad, maar wat ik van zijn partij heb gezien was een lastig eindspel met een pion minder waarvan Henk al zei dat hij het op zijn hoogst remise kon houden. Op dat moment stond het 3-3 en vocht Mark voor wat hij waard was, maar helaas verloor Mark dit eindspel inderdaad.

Marcel Wubben:
“Ondanks het feit dat ik niet mijn geplande tegenstander kreeg had ik toch iets aan mijn voorbereiding. In een scherpe Franse opening waar ik een aanval moest overleven kwamen langzaam mijn a- en b-pion naar voren om de achterkant van de witte pionnenketen aan te vallen en zo een tegenaanval op te zetten; op het kritieke moment offerde ik een pion waarbij aanname minstens remise was (zetherhaling) en misschien meer. Mijn tegenstander vertrouwde het niet of wilde geen remise, weigerde het offer waarna ik beter stond. Na nog wat enge momenten (zijn aanval ging ook door) bleek ik toch eerst te zijn, won een stuk een een paar zetten later ook de partij.”

Frans Erwich:
“Tijd om me op de partij voor te bereiden had ik niet en bovendien kon ik maar een paar uur slapen. Het moest dus bij voorkeur een korte partij worden en zeker geen uitputtingsslag. Mijn tegenstander bleek wel op mij te hebben gerekend en hij speelde een voorbereide variant van het Siciliaans. Veel hielp hem dat niet, want ik kwam al snel in het voordeel. Op zet 26 won ik een pion en twee zetten later had ik de partij min of meer kunnen beslissen. Helaas nam in deze fase mijn concentratie merkbaar af en ik begon voor de hand liggende zetten te missen. (Een ply diep was al te veel.) Daarom was het verstandiger geweest om (wat heel goed mogelijk was) toch maar naar een remisestelling  af te wikkelen. Als maximalist houd ik niet zo van remises, dus bleef ik ook in de tijdnoodfase gewoon op winst spelen (dom!!). Ik offerde zelfs een stuk voor een schijnbaar winnende aanval, maar dat klopte natuurlijk niet. Na de tijdnood werd dat meteen duidelijk en ik kon opgeven.”

Henk van Putten:
“Mijn partij was kort en niet zo best van beide kanten, daar waren we het na afloop gauw over eens (een 4,5 op een schaal van 1-10 voor beide). Ik zat in mijn voorbereiding en kwam met zwart ietsje beter te staan. Na een simpele paardzet over het hoofd gezien te hebben moest ik knokken en een beetje bluffen om de boel weer in evenwicht te krijgen. Dat lukte redelijk en in ondoorzichtige, maar nog steeds iets mindere stelling kon ik remise aanbieden zonder voor gek te staan. Dat werd na heel lang denken geaccepteerd onder de woorden: “ik sta beter, maar neem het aan”.“

Adinda Serdijn:
“Ik had met wit een pion op c5 meer die weliswaar zwak was, maar ook zijn stelling in de tang hield want zijn witveldige loper kon alleen spelen door zijn b7 of d7 pion tegen mijn c-pion te ruilen, waarna ik er echt een voor stond. Door onnauwkeurig spel raakte ik die pion echter kwijt en kon ik weer helemaal opnieuw beginnen. Misschien stond ik toen zelfs was minder. Inmiddels was me al verteld dat ik gezien de stand op de andere borden moest winnen (bedankt Henk voor het teamleideren!), en we gingen door tot het verre koningseindspel waarin mijn vrije b-pion besliste. We speelden trouwens enorm traag. Ik had het geeneens zo door, omdat ik steeds zo’n twee minuten meer had dan mijn tegenstander, tot ik mij opeens realiseerde dat ik na dertien zetten nog maar een half uur over had. Oeps.”

Leendert Pols:
Hoewel hij naast me zat, heb ik zijn partij maar fragmentarisch gezien. Sorry Leendert. Voor zover ik het heb gezien ging het lang gelijk op. Het ging pas mis in het pionneneindspel.

Joost Schaeffner:
Hier heb ik niets van meegekregen. Ik zag na afloop dat dit het bord was waaraan we het grootste ratingoverwicht hadden. Dit won Joost dan ook.

Marel de Jeu:
Onze gewaardeerde en inmiddels behoorlijk vaste invaller, die vaker heeft meegespeeld dan sommige “vaste” teamleden. Daar heb je wat aan! Zijn opmerkingen: “Aan bord 8 moesten hun topscoorder Yves Regniers en ik (zwart) na 1 d4 d6 2 b3 gelijk al gaan nadenken. Wit kreeg wat ruimteoverwicht, maar zette te vroeg e5 door, waardoor van het witte centrum een paar zetten later niets meer over was. Sterker nog: zwart had door een onnauwkeurigheid van wit een pion gewonnen, waarbij de zwarte paarden dan wel weer raar terecht gekomen waren en de meerpion onder vuur lag. Een computer houdt die pion natuurlijk feilloos, maar als mens ik koos ervoor om mijn stukken meer in het spel te brengen. Nadat wit zich een aantal zetten lang nauwkeurig verdedigd had, kwam de pion weer terug bij wit en werd in evenwichtige stand wit’s remiseaanbod aangenomen.”

Gelijkspel dus tegen een van de vier (!)nummers twee. De drie andere concurrenten kwamen ook niet tot winst, waardoor we zelfs nog wat verder zijn uitgelopen op de rest. Dat is dan wel weer een meevaller.

HWP Sas van Gent 3 2013 LSG 3 2038 4 4
1. FM Marc Lacrosse 2202 Mark Irwin 2209 1 0
2. Etienne van Leeuwen 2046 Marcel Wubben 2057 0 1
3. Jim van de Vreede 1994 Frans Erwich 2032 1 0
4. Erik van de Wynkele 1988 Henk van Putten 2089 ½ ½
5. Rudy van de Wynkele 1998 Adinda Serdijn 1992 0 1
6. Andre Galle 1977 Leendert Pols 1987 1 0
7. Frans Snijders 1894 Joost Schaeffner 1999 0 1
8. Yves Regniers 2003 Marcel de Jeu 1938 ½ ½