Eenvoudige winst in Oosterhout

Op basis van de opstellingen is het derde team van het Leidsch Schaakgenootschap de grote favoriet in de derde klasse F van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond. Niet alleen hebben wij verreweg de hoogste gemiddelde Elo-rating, maar hierin ook nog een lage spreiding. Anders gezegd, een qua speelsterkte zeer homogeen team dat bovendien kan beschikken over een groot arsenaal aan sterke invallers.

Het niet winnen van dit kampioenschap zou eigenlijk een grote verrassing zijn. In dat licht was onze eerste overwinning weliswaar eenvoudig te noemen, maar ook wel wat aarzelend. Zowel Henk als ikzelf gaven onze tegenstanders elk een gratis half punt cadeau. Dit werd dan weer gecompenseerd door Joost, die zijn eerbiedwaardige tegenstander een extra half punt aftroggelde. De overige winstpartijen waren min of meer regelmatig.

Het etablissement waar wij ons dienden vervoegen bevond zich in het oude centrum van Oosterhout en droeg de uitnodigende naam Café Oud Brabant. Gebouwd in 1680, liet ik me vertellen door de opzichtig geblondeerde Brabantse achter de toog. Bruin hout aan de muur, bruin hout op de vloer en bruin hout aan het plafond. De stamgasten die al om half één ’s middags aan hun pintje hangen. Maria, Maria, ik hou van jou, klonk de stem van Raymond uit de luidsprekers. Kortom, de stemming zat er gelijk in.

De speelzaal was gelukkig boven en verder uitstekend uitgerust. Dat er tussen de borden ook een man rondliep uit 1680, compleet met scharlaken hemd, gitzwarte hoed, stoere snor en sik, zwaaiend met een schroevendraaier, stoorde me in het geheel niet. Gedurende de eerste twee uur van de partij droomde ik zelfs weg met de gedachte dat het spelen in zo’n mooi café eigenlijk het ultieme schaken is. Dat was dan vóórdat de plaatselijke rockband begon aan zijn wekelijkse oefening, juist schuin onder de speelzaal. Ik speelde op dat moment in een gelijke stelling ook de grootste blunder van het jaar, maar dat was toeval. Overigens ontglipt mij elk jaar wel een grote fout op het schaakbord, dus het is fijn dat dit nu in de eerste ronde al gebeurde – dan hebben we dat gelijk maar weer gehad.

Onze tweede verliespartij kwam op naam van invaller Marcel de Jeu, die de afwezige Thomas en Mark verving. Marcel speelde zijn zwarte officieren snel naar voren, op jacht naar de vijandelijke koning. Hij had echter de pech dat het Oosterhoutse team, D4 genaamd, een van hun sterkere spelers net op het laagste bord hadden gepositioneerd. Deze man ving de aanval goed op, wikkelde af naar een eindspel met loperpaar en trok de buit op het droge. Wat betreft ons halve verliespunt aan het hoogste bord, sprak onze kopman na afloop mistroostig: de jonge Henk zou deze partij gewonnen hebben. De oude Henk voegde echter twee profylactische zetten in, waarna het voordeel verdampte. Over onze winstpartijen kan ik kort zijn, aangezien deze slechts een krachtige demonstratie waren van ons grote overwicht aan speelsterkte. Zo vloog Frans zijn tegenstander vanaf de eerste zet naar de keel en liet niet meer los. De Oosterhouter bleef (te) optimistisch, een fraaie eigenschap, maar dat veranderde de uitslag van de partij uiteraard niet.

Leendert trof een wat zwakkere tegenstander, die slechts gebruik wenste te maken van de onderste drie rijen van het schaakbord. Leendert won ergens een pion en later een stuk. Marcel Wubben mocht het met zwart opnemen tegen een buitenlandse schaakmeester, maar Marcel was niet onder de indruk. In een open stelling voerde hij de druk op, net zolang tot de Belg bezweek.

Mooi was het spel van Adinda. Haar tegenstander offerde tijdelijk een pion, maar wachtte een beetje lang met het terugnemen hiervan. Eens gegeven blijft gegeven, dacht Adinda en ging met alle macht aan het boertje hangen. Toen de man met veel omhaal van zetten eindelijk zijn materiaal terugvorderde, stond hij in strategisch opzicht helaas totaal verloren.

Tenslotte de partij van Joost, wiens grootste handicap is dat hij te aardig is voor zijn tegenstander. Zo gaf hij mij afgelopen zomer een remise in een voor hem gewonnen stelling. Ook in een andere partij in hetzelfde toernooi, gaf hij zijn tegenstander remise, omdat die dat verdiend zou hebben. Op de heenweg naar Oosterhout heb ik hem daarom op het hart gedrukt dat deze generositeit bij externe wedstrijden ongebruikelijk is.

Joost won een pion tegen een heer die de leeftijd van tachtig reeds gepasseerd was. Van het half uur dat hij er na de veertigste zet bij kreeg, gebruikte Joost twintig minuten om tot de conclusie te komen dat het toreneindspel, ondanks pluspion, toch remise was. Hij besloot echter om zijn resterende zetten krachtig en zelfverzekerd uit te voeren. Uiteindelijk wist hij de heer te verleiden zijn koning op een minder gelukkig veld te zetten, waarna hij een tweede pion en de partij won.

Natuurlijk hebben wij deze overwinning op gepaste wijze gevierd in een Oosterhouter Italiaan. Het was gezellig en het werd laat.

Eric van ’t Hof

Uitslag in detail


D4 LSG 3 2½ – 5½
Ruud Goverde 1837 Henk van Putten 2102 ½ – ½
Pierre Jaspers 1947 Eric van ’t Hof 2080 1 – 0
Joost Sips 1999 Frans Erwich 2042 0 – 1
Marc Caluwe 2008 Marcel Wubben 2031 0 – 1
Krijn Keijzer 1632 Leendert Pols 2001 0 – 1
Karg Brunner 1697 Adinda Serdijn 1989 0 – 1
Paul den Boer 1768 Joost Schaeffner 1966 0 – 1
Robbert van Vossen 1997 Marcel de Jeu 1941 1 – 0

De opstellingen in klasse 3F.