De laatste GM-norm (deel 2)

Het verslag gaat verder. Na de eerste vier partijen ben ik zeer goed op koers voor de norm. In de tweede helft van het seizoen heb ik langer gerekend aan ratings van mijn tegenstanders dan aan varianten op het bord en in dit deel van het verslag beschrijf ik hoe dit in zijn werk ging.

Ronde 5: GM Twan Burg (HMC, 2519)

In de resterende vijf ronden moest ik nog minimaal één grootmeester tegen krijgen. Het liefst had ik die zo vroeg mogelijk. Dan zou die eis uit de weg zijn en ben ik de ronden daarna maximaal flexibel om het beste bord uit te kiezen. De tegenstander HMC heeft meerdere grootmeesters en dus ging ik op bord 2 zitten met de hoop om er eentje te treffen. Het viertal van HMC dat gisteren de beker won bevatte drie grootmeesters. Het team waarmee ze tegen ons kwamen slechts één: Twan Burg. Gelukkig voor mij zat die wel precies op bord 2.

De partij werd een zeer korte remise waarvan ik alle zetten thuis voorbereid had. Ik zou hier graag vertellen dat ik dit deed omdat de kans op een norm nu sterk zou stijgen, maar dat valt wel mee, ik was er qua score echt nog niet. De hoofdreden is dat ik eigenlijk helemaal niet weet wat ik zou moeten beginnen tegen het Russisch van Twan. Een jaar eerder speelde ik in de Belgische competitie tegen Twan. Ik speelde mijn openingsvariant die ik al een tijdje klaar had liggen en toen werd ik verrast door 10…Te8, waar 10…Lf5 ongeveer 10 keer zo vaak in de database staat. Ik reageerde er niet optimaal op en Twan maakte moeiteloos gelijk waarna we remise overeenkwamen.

Wat doe ik dan voor de volgende wedstrijd waar ik misschien nog eens tegenover Twan zou kunnen komen? Ik zou veel tijd kunnen stoppen in het leren van een ander systeem tegen het Russisch. Daar koos ik niet voor. Ik verzon snel wat ik zou gaan spelen en waar ik remise aan zou bieden en besteedde mijn voorbereidingstijd verder aan de andere spelers van HMC. Voor de volgende partij tegen het Russisch weet ik dus nog steeds niet goed wat ik ga doen. En we kunnen snel door naar de volgende ronde.

Ronde 6: Rob Konijn (Waagtoren, 2104)

Bij een GM-norm is er de regel dat de rating van jouw zwakste tegenstander mag ophogen tot 2200. Een goede regel, want anders zou een fantastisch seizoen verpest kunnen worden door één zeer zwakke tegenstander. Bijvoorbeeld een 1400-speler die voor Charlois Europoort invalt omdat hun Belgische basisspelers bij de grens worden geblokkeerd door boeren op de weg, om maar iets te noemen dat deze ronde gebeurd is.

Deze regel verandert wel hoe het ideale norm-schema eruit ziet. Ineens is die 1400-speler zeer welkom om de score op te krikken. Nu speelden wij tegen de Waagtoren en die zouden weliswaar niet met spelers van die rating komen, maar nog steeds met meerdere spelers onder de 2200. De vraag was dus of ik zo’n tegenstander zou willen krijgen. Ik heb er een tijd over nagedacht en uiteindelijk ging ik toch voor een sterkere tegenstander op bord 1. Ik wilde een tegenstander van 2200-2300 want ik dacht dat die extra ratingpunten wel eens belangrijk zouden kunnen zijn. En mijn winstkansen zijn wat minder maar, zeker met wit, nog steeds erg goed.

Ik ben natuurlijk niet de enige in de competitie die zijn bord iedere ronde nauwkeurig uit mag kiezen en de tegenstanders besloten deze ronde om hun team ongeveer omgekeerd neer te zetten. Zo speelde ik tegen Rob Konijn, met een rating van 2104 die zou tellen voor 2200. In de database waren er nauwelijks partijen van Rob en ik werd zonder er op voorbereid te hebben geconfronteerd met het Marshall-gambiet. De hoofdvarianten van deze opening zijn erg in orde voor zwart als hij zijn huiswerk heeft gedaan maar nadat Rob zijn eerste zetten een klein beetje twijfelend uitvoerde kreeg ik een zeer sterk voorgevoel dat het deze partij anders zou gaan lopen, en zo geschiedde ook. Ik volgde een systeempje dat ik meerdere malen eerder heb gespeeld tot de volgende stelling na 17. Le3.

Er zijn hier nog meerdere prima zetten voor zwart, maar de in mijn ogen meest overtuigende is het verrassende 17…a5. Zwart staat een pion achter en heeft daar in ruil wat ontwikkelingsvoorsprong voor, maar de manier om verder te gaan is niet een directe aanval tegen mijn koning. In plaats daarvaan doe je gewoon nuttige zetten aan beide kanten van het bord en hiermee is de stelling dik in orde. We noemen het Marshall-compensatie.

In de partij kwam na enig nadenken 17…Tae8, dat er natuurlijk ook een stuk logischer uitziet. Na 18. Pd2 Te6 19. f3 Pxe3 20. Df2 mag zwart kiezen hoe hij mij het stuk terug laat winnen. Dat kan het best met 20…Pd5 21. fxg4 Dxg4 wat ook nog eens de pion terugwint. Toch heeft wit hier een klein voordeeltje, vooral als er een eindspel komt waar de zwarte damevleugel zwak is. Zo’n eindspel had ik vorig jaar in Wijk aan Zee tegen Stefan Beukema en daar kreeg ik snel serieus voordeel.

Nu ging het nog veel harder. Rob ging namelijk gruwelijk de fout in met 20…Th6??. Er zit een idee achter: pion geofferd, stukken ontwikkeld, daarna dus mijn koning bestoken. Maar juist door deze zet verdwijnt alle controle in het centrum en daarmee de Marshall-compensatie. Sterker nog, ik krijg de enige open lijn in handen en die kan ik direct gebruiken om mijn stelling verder te versterken. Er worden nog acht zetten gespeeld waarin Rob zijn stukken nog verder weg uit het centrum zet om maar een sprankje hoop op ooit een koningsaanval levend te houden en ik win over de e-lijn.

Ronde 7: GM Sergei Tiviakov (Groningen, 2544)

De afgelopen twee ronden dus 1.5 uit 2 tegen gemiddeld 2360. De laatste drie ronden moet ik nog 2 uit 3 tegen gemiddeld 2360 halen. Dat ik deze gemiddelde tegenstand ga halen is niet zeker, dus wordt het langzaam tijd om na te denken of we de tegenstanders willen vragen om iemand met een hoge rating tegen mij te zetten. Dat deed ik hier nog niet, want het zou ook betekenen dat die tegenstander van tevoren weet dat hij tegen mij speelt en zich goed kan voorbereiden en dat vond ik een veel te groot nadeel. Dus het werd weer op een hoog bord zitten en ik kreeg de tegenstander die ik van tevoren het meest wenste: Sergei Tiviakov.

Bij ronde 5 schreef ik nog dat de remise tegen een grootmeester de kans op de norm niet bijzonder had vergroot. Inmiddels zat het echter anders en met een extra winstpartij in de zak was het wel tijd om op deze manier dichter bij de finishlijn te komen. Ik hoopte tegen Sergei van tevoren op een snelle remise en die wilde ik behalen op misschien niet de meest voor de hand liggende manier. Ik wist dat Sergei’s openingsrepertoire met zwart matig was, dus ik ging er in de opening vol voor. Om daarna remise aan te bieden, maar ik hield er al serieus rekening mee dat ik zo goed zou komen te staan dat ik dat niet eens meer zou doen.

Het werd inderdaad een matige opening van zwart: het Scandinavisch met 3…Dd6. Dat pak je het best aan met 6. Pe5 en vooral 7. f4!, zoals ik in 2010 heb geleerd van Alexei Shirov die in Hoogeveen zijn harde winstpartij tegen Tiviakov op het demonstratiebord liet zien. Ook zelf had ik al eens een heerlijke partij gewonnen met dit systeem, tegen Peter Ypma. Iets van tien jaar later is ook de computer helemaal overtuigd en die laat zelfs nog meer finesses voor wit zien om het extra handig te spelen.

Sergei Tiviakov heeft die tijd ook niet helemaal stilgezeten en zijn nauwelijks gespeelde zet 7…a6 is ook een stuk beter dan het automatische 7…Pb6, maar toen het paard daarna alsnog naar b6 ging kreeg ik weer duidelijk voordeel. Dat is echter niet iets waar Sergei zich bijzonder veel zorgen over maakt. Hij blijft gewoon snel en nauwkeurig doorspelen en op die manier wint hij vaak genoeg partijen vanuit een slechte opening. Gezien mijn situatie werd het dus een remiseaanbod vanuit betere stelling, wat direct werd aangenomen. Het voelde absoluut niet als verspilling van de goede stelling. Er waren namelijk nog twee partijen te gaan tegen waarschijnlijk zwakkere spelers en grote kans dat ik dan opnieuw met voordeel uit de opening kom.

Ronde 8: FM Michael Buscher (Zuid Limburg, 2302)

Hiermee was het ratinggemiddelde weer lekker hoog. In de laatste twee ronden moest ik nog 1.5 uit 2 tegen gemiddeld 2266 halen, tegen degradatiekandidaten Zuid Limburg en Charlois. Nog steeds gold dat ik liever niet om een tegenstander ging vragen omdat die dan specifiek tegen mij zou kunnen voorbereiden. Maar het scenario dat ik de laatste ronde een minimale rating nodig zou hebben zat er wel aan te komen.

Hoe gaat zoiets dan? Wij laten Charlois weten dat ik een tegenstander van, ik noem maar wat, minimaal 2300 nodig heb. Dan krijg ik te horen dat ik op bord 1 (of 2, zij kiezen de kleur) mag gaan zitten en zij bespreken binnen hun team wie er tegen mij gaat spelen. Zoveel als dit is altijd te regelen, niemand is zo onredelijk om deze deal helemaal te weigeren. Maar ik kan natuurlijk geen tegenstander uitkiezen, als ik minimaal 2300 nodig heb kan het ook dat ik tegen 2500 kom te zitten. Het is gunstiger als het benodigde minimum de laatste ronde hoger is: dan zal de daadwerkelijke tegenstander niet veel hoger dan dit minimum hebben, oftewel ik kom heel efficient uit. Tegen Zuid Limburg in ronde 8 zat ik dus op bord 10, eerst een zwakke tegenstander en de laatste ronde vragen om wat ik nog nodig heb.

Het werd Michael Buscher, toch niet zo zwak als ik hoopte. Nog steeds was dit het moment om te winnen, de laatste ronde tegen een afgesproken tegestander zou dat namelijk veel lastiger worden. Gelukkig ging de opening perfect voor mij. In de Siciliaanse Four Knights kwam het voor mij bizar ogende 6. Pxc6 dxc6?! 7. Dxd8+ Kxd8. Het blijkt achteraf niet eens zo slecht te zijn als zwart daarna precies weet wat hij aan het doen is. Maar Michael speelde verder zoals de meeste mensen in de database met Lf8-b4xc3 en dat is wel heel slecht. De stelling (diagram) leek sprekend op die uit één van de WK-partijen Carlsen-Anand, met als grootste verschil dat ik geen c2-c4 heb gespeeld. Dan kan ik die pion ten minste niet wegblunderen zoals Carlsen op een gegeven moment deed!

Ik volgde ongeveer hetzelfde plan als Carlsen en daarmee zette ik veel druk. Michael speelde een tijd heel behoorlijk en zelfs toen ik dacht dat ik er al doorheen was geeft de computer aan dat alles nog binnen de marge is. Maar praktisch was het nauwelijks te doen om nog langer perfect te verdedigen en uiteindelijk pakte de afwikkeling naar het eindspel goed voor mij uit en was het daarna uittikken. Dat was nog een beetje spannend, in ieder geval in mijn beleving. Ik had eerder in de partij veel tijd verbruikt, ook al mede door de zenuwen en dus moest ik het met weinig tijd nauwkeurig afmaken. Dat lukte en toen was ik er bijna!

Ronde 9: FM Arben Dardha (Charlois, 2299)

Nog één partij te gaan. Meestal is de laatste partij van een norm de spannendste. Bij mijn eerde drie normen was het ook zo dat ik in de laatste ronde nog moest presteren: winnen of remise spelen tegen een veel sterkere tegestander. Dit keer was de climax al in de voorlaatste ronde. Ik had nu wat marge opgebouwd en de laatste ronde had ik remise tegen minimaal 2231 nodig. Als ik tegen de Waagtoren die tegenstander van 2231 had gekregen die ik toen opzocht dan zou nu zelfs iedereen volstaan. 

We stuurden Charlois het verzoek om mij een tegenstander met genoeg rating te geven. Zij hebben dan verschillende mogelijkheden om gebruik te maken van de situatie, iets wat ze zeker zouden doen omdat ze als team minimaal gelijk moesten spelen om handhaving veilig te stellen. Ze konden bijvoorbeeld een gevaarlijke, sterke speler veel risico laten namen om te proberen mij te verslaan, met het idee dat een remise-aanbod altijd nog kan als het uit de hand loopt. Dan had het nog spannend kunnen worden.

Charlois koos echter, tot mijn opluchting, voor een ander plan. Ik mocht het met wit opnemen tegen Arben Dardha. Bij remise heb ik mijn norm binnen en zij een goed resultaat voor het team. Win-win en dus duurde de partij niet lang. De laatste GM-norm is officieel een feit!

3 reacties op “De laatste GM-norm (deel 2)

  1. Dag Arthur,

    Ik vind dit een hele mooie tweeluik over de voorbereidingen (schaaktechnisch en de inschattingen op welk bord je het beste kunt gaan zitten) die je hebt getroffen om tot deze GM norm te komen.

    We moeten echter niet uitvlakken dat je achter het bord ook gewoon heel veel goede zetten hebt gedaan om de benodigde punten te halen. De meeste van ons zouden die norm niet halen als we dezelfde hoeveelheid voorbereidingen hadden getroffen. Gefeliciteerd dus met dit resultaat wil ik dus eigenlijk zeggen,

    Groet Eelke

  2. Volledig eens met vorige spreker, en Arthur je hebt een mooi inkijkje gegeven in de belevingswereld van een bijna GM. Denk dat ik voor de play-offs toch maar eens het Russisch ga proberen… 🙂 Van harte gefeliciteerd met je laatste (benodigde) norm, en succes met de ELO-punten-jacht in de komende maanden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*