Captain: Adinda Serdijn

Verslagen:
Ronde 9: Sliedrecht
Ronde 8: Caïssa 5
Ronde 7: RSR Ivoren Toren 2
Ronde 6: Charlois/Europoort 3
Ronde 5: Promotie
Ronde 4: HWP Haarlem 2
Ronde 3: BSG 2
Ronde 2: ZSC Saende 2
Ronde 1: De Uil Hillegom

 

LSG


De schrik voor de kampioen

Op de dag dat het kabinet viel en er twee treinen op elkaar botsten, waren wij vol overgave met wat trivialere zaken bezig. Op 21 april speelden we alweer de laatste ronde van dit schaakseizoen. Wat vliegt de tijd. Deze ronde ging voor LSG 3 werkelijk nergens meer over, maar voor onze tegenstander Sliedrecht was het des te belangrijker. Sliedrecht stond eerste met een matchpunt voorsprong op Promotie, dus zij speelden voor het kampioenschap. En wij? Wij hadden na acht ronden met het hele team precies een half bordpuntje meer dan 50% behaald. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, zeggen ze toch?

Ondanks dat het voor ons zoals gezegd nergens meer over ging, wilden wij natuurlijk wel onze sportieve plicht doen. Voor ons ook leuk, want zo voelde het toch als een belangrijke wedstrijd voor ons. Dat bleek ook wel. Zowaar alle negen mensen konden spelen, waardoor ik gelukkig het krop sla (mijzelf) buiten de opstelling kon houden. Helaas kwam het onze sterspeler Mark toch niet zo heel goed uit, dus toen bleek dat wij volledig waren bemand verzocht hij om deze beurt aan zich voorbij te laten gaan. Ja maar Mark, je bent onze hoop in bange dagen! Ja maar, dit zijn geen bange dagen! Oké, ik dus maar zijn bord 1 overgenomen. Zit ik daar ook nog eens.

Het was rustig in ons Denksportcentrum. LSG 1 (Meesterklasse, dus speelt morgen) en LSG 5 (gemeenschappelijke slotronde bij een andere club) waren niet aanwezig, waardoor we maar met drie in plaats van vijf teams acte de présence gaven. Hierdoor hadden we een totaal andere zaalopstelling, die met een vriendelijk ogende rangschikking in een kring in niets deed vermoeden dat elke gespeelde wedstrijd voor minimaal één van beide teams erg belangrijk was.

Zoals gezegd, we gingen ervoor! De messen geslepen, en net doen alsof de belangen voor ons team ook groot zijn.

Aan bord 1 had de niet aanwezige Mark op de achtergrond onwetend grote invloed. Sliedrecht speelt doorgaans met Peter van den Bergh aan het eerste bord, die een score van 4,5 uit 5 had. Maar ja, je wil natuurlijk niet je sterspeler opofferen tegen onze Mark. Vandaar dat Sliedrecht Hans Klein maar tactisch aan bord 1 had neergezet. Voor mij een positieve verrassing, want ik had op hun topper gerekend. Qua rating had onze partij meer thuisgehoord aan een van de lagere borden, maar bord 1 staat wel zo aardig op je cv. Na een niet optimaal gespeelde opening, zag mijn tegenstander het eindspel met twee pionnen minder duidelijk niet meer zitten. Hij liep in zijn eigen tijd meer rond te wandelen dan dat hij zich op zijn partij concentreerde (1-0).

Jeroen van der Linden speelde aan bord 2 dus tegen Peter van den Bergh. Het ging best goed, tot er een eindspel werd bereikt waarvan Jeroen al waarschuwde dat hij het niet zou gaan winnen. Maakt niet uit, hij ging hem ook niet verliezen, en remise aan bord 2 is een prima resultaat (1½-½).

Aan bord 3 zag Frans Erwich zijn score helaas terugvallen tot 50%. Ik dacht in het voorbijgaan dat hij tegen Bert van de Donk wel een goede stelling had, maar ik zal het wel niet goed hebben gezien (1½-1½).

Quirinius van Dorp had geen voorkeur voor een bord of kleur. Hij wilde alleen een tegenstander die goed tegen zijn verlies kon, want hij was van plan om deze keer te gaan winnen. Het zag er lang niet naar uit dat hij het punt zou gaan pakken, maar op de een of andere manier kreeg hij tegenstander Robert van Rekom toch op de knieën. Op het einde ging het ook opeens wel heel erg hard (2½-1½).

Folkert-Jan Geertsma speelde aan bord 5 tegen Wim Hokken een vrij saaie partij die dan ook in remise eindigde. Er had ook nooit meer ingezeten (3-2).

Thomas Thissen speelde voor de verandering met wit. Zijn pech was alleen dat hij tegen de topscorer uit onze poule speelde (Wim Pool, met 6½ uit 7). Ik heb zijn partij niet goed gezien, alleen dat de materiaalverhoudingen alle kanten op gingen. Jammer, maar het was in ieder geval een onderhoudende partij voor de toeschouwers (3-3).

Aan bord 7 zat Wilbert Mourits. Hij zei de vorige ronde dat hij zijn verliespartij met wit zou compenseren met een overwinning met zwart, en dat had hij heel letterlijk opgevat. Met eerst een kwaliteitsoffer en daarna een stukoffer ging hij dwars door de stelling van opponente Naomi Snikkers heen. Heel goed gedaan, want het was helemaal niet zo makkelijk te zien dat het stukoffer winnend was. Het leek leuk, maar inmiddels had Wilbert wel een volle toren in de aanval gestoken. Dit was ook de laatste partij die nog bezig was met een 3½-3½ stand. Het was in ieder geval duidelijk dat het geen remise zou worden.

Stelling na Pxh3

Stelling na Pxh3. Er volgde hier nog:

36. Kg2-Dxf2 37. Kxh3-Td2 38. Da8-Kh7 39. Dh1-Ld5 40. Dg1-Lg2 41. Kh2-Df4 42. Tg3-Lf3 43. Kh3-h5 44. Pe3-h4 45. Pf5-hxg3 46. Dxg3-Lxg4. Heel mooi (4-3).

Aan bord 8 speelde Marcel Wubben zijn achtste remise van dit seizoen. Hoe die het doet, doet hij het, doorgaans komt hij gewoon in een gelijke afgekloven stelling terecht. Zelfs Henk was jaloers op Marcels remisereeks. Toen ik tegenstander Kees Wessels hoorde zeggen dat hij ging overleggen met zijn teamleider wist ik eigenlijk al genoeg. En inderdaad, Marcel had remise aangeboden. Ook al moest Kees dit aanbod afslaan, het had alleen tot gevolg dat de uitslag iets langer op zich liet wachten (4½-3½).

Gewonnen van de koploper! We hadden op een enthousiaste reactie van Promotie gehoopt, maar helaas bleek dat zij wegens externe factoren verloren hadden, waar beroep tegen is aangetekend. De einduitslag in onze poule is dus nog niet bekend. Vooralsnog zijn onze tegenstanders van vandaag kampioen geworden, dus mijn felicitaties.

Een blik op de stand leert dat wij een zeer nivellerende invloed op de stand gehad hebben, met een overwinning op de koploper en gelijkspel tegen de twee degradanten. Wat er ook allemaal is gebeurd, aan ons heeft het niet gelegen.

Tot volgend jaar.

LSG 3Sliedrecht4½ - 3½
Adinda Serdijn Hans Klein 1 - 0
Jeroen van der Linden Peter van den Bergh ½ - ½
Frans Erwich Bert van de Donk 0 - 1
Quirinius van Dorp Robert van Rekom 1 - 0
Folkert-Jan Geertsma Wim Hokken ½ - ½
Thomas Thissen Wim Pool 0 - 1
Wilbert Mourits Naomi Snikkers 1 - 0
Marcel Wubben Kees Wessels ½ - ½
Tekst: Adinda Serdijn


De massa-kamp

Terwijl de rest van Nederland vandaag verwoed aan zijn belastingaangifte zat, speelde LSG vandaag tegen Caïssa. En niet alleen LSG 3, ook LSG 2 en 5 mochten aantreden in Amsterdam. Een soort massakamp, altijd leuk. Met drie teams in de trein en volgens de NS-looproute zes minuten lopen vanaf station Amsterdam Zuid. Zes minuten?!? Het was twee kilometer, dus ook met stevig doorstappen deden we er twintig minuten over.

Voor LSG 3 ging het nergens meer om. Redelijkerwijze konden we niet meer promoveren en degraderen. Voor LSG 2 was deze ronde veel belangrijker. Vandaar dat we een paar dagen voorafgaand aan de ronde Quirinius aan LSG 2 hadden afgestaan. Hier kregen we Frank Korving voor terug die met veel plezier zijn debuut in de KNSB maakte. LSG 3 speelde tegen Caïssa 5. Voorheen was LSG de enige club met vier teams in de KNSB, nu is er naast ons zelfs een club met vijf teams. En nog sterke teams ook. Dat we in de breedte niet meer de sterkste club van Nederland zijn, werd wel hardhandig aangetoond. LSG 3 verloor van Caïssa 5.

We speelden in een zaal waarbij zelfs loungeplekken waren, gezellig op een leren bankje in het zonnetje bij het raam. Jammer was alleen dat de bar ook in de speelzaal stond, met een ongegeneerd luidkeels telefonerende barkeeper, in de tijdnoodfase nog wel. De opmerking dat dit toch eigenlijk niet kon, werd weerlegd met de sluitende logica "ja, maar dat doet hij altijd". Tja, daar sta je dan.

Het was de dag van de zwartborden. Van de 3½ punt die we zouden halen, werden er drie met zwart behaald. Wilbert klaagde al dat hij benadeeld was met een witbord, en dat de teamleidster dat maar even recht moest zetten in de laatste ronde.

Maar hoe ging de wedstrijd.

Wat konden we nog doen om Frans te stoppen? In LSG 3 was hij het hele seizoen ongeslagen, en hij was de enige LSG 3'er die in de topscorelijst voorkwam. Iedereen jaloers, wat doen we eraan? Het is vandaag helaas gelukt om Frans van zijn ongeslagen score af te helpen. Daar was dan ook wel een partij aan bord 1 voor nodig. Ik heb er weinig van meegekregen, misschien was het maar goed ook (0-1).

Thomas speelde aan bord 2. Voor aanvang van de ronde was hij al lichtelijk gedemotiveerd na zijn twee nederlagen op rij (welkom bij de club). In deze ronde speelde hij een vrij snelle remise om zijn zelfvertrouwen op te vijzelen. In de volgende ronde zal hij dan weer vlammen (0½-1½).

Aan bord 3 speelde Jeroen. Hij speelde goed, en kreeg een behoorlijke tijdsvoorsprong. Helaas verprutste hij dat later met een slechte zet. Top opluchting van Jeroen bood zijn tegenstander met het oog op de tijdsachterstand maar remise aan, wat Jeroen dankbaar accepteerde (1-2).

Marcel Wubben speelde aan bord 4 tegen de voor sommigen vanuit Alphen oude bekende Eric Coppoolse. Marcel stond slechter in het eindspel, maar het vervelende was dat hij als laatste bezig was en gezien de stand in de wedstrijd van toen 3-4 eigenlijk moest winnen. Er viel echter weinig op winst te spelen, die eer leek alleen aan zijn tegenstander voorbehouden. Misschien was het wel gunstig voor Marcel dat zijn tegenstander met remise de teamoverwinning binnenhaalde, want hij ging in ieder geval niet tot het uiterste (1½-2½).

Wilbert was deze keer - na het afstaan van Quirinius aan LSG 2- doorgeschoven naar bord 5. En eindelijk, eindelijk hadden we ons eerste incident waar de wedstrijdleider voor aan de pas moest komen. Dan hebben die mensen tenminste niet voor niets hun vrije dag opgeofferd. Het betrof een aanraken is zetten incident, waarbij de kwestie niet was of Wilbert zijn eigen toren had aangeraakt (daarmee wilde hij ook zetten), maar of hij de toren van de tegenstander ook had aangeraakt en deze derhalve zou moeten slaan. De wedstrijdleider zat met zijn handen in het haar, geen getuigen, het ene woord tegen het andere, en wat doe je dan? Uiteindelijk werd er maar gewoon doorgespeeld en mocht Wilbert een torenzet naar keuze doen. Daar heeft hij niet lang lol van gehad, want ongeveer twee zetten later kon hij alsnog opgeven, maar goed (1½-3½).

Aan bord 6 speelde ikzelf. Na een moeizame opening werd het een spannende partij, waarbij ik na aftrekschaken over en weer, een kwaliteit voorbleef. Hiervoor moest ik wel in een hele gevaarlijke penning blijven staan wat ik niet helemaal kon overzien (helemaal niet). Waarschijnlijk bleek het toch wel correct, en ook in de partij ging het goed (2½-3½).

Frank Korving speelde voor het eerst in de KNSB. Het ging tot heel lang goed, alleen in de tijdnoodfase ging het de verkeerde kant op. Toen gingen er wel wat stukken in het doosje, wat resulteerde in een toren achterstand. Dit had hij nog wel een tijd doorgespeeld, maar het zat er gewoon niet meer in. Desalniettemin was zijn KNSB-debuut hem gelukkig goed bevallen (2½-4½).

Folkert-Jan drong er voor aanvang van de ronde op aan dat ik het krop sla van mijn konijn in zijn plaats zou opstellen. Die kon het niet slechter doen, aldus Folkert-Jan. Helaas was mijn doorgaans meegaande konijn niet bereid om haar krop sla af te staan, waardoor ik toch een beroep op Folkert-Jan moest doen. En met succes. Folkert-Jan bereikt snel een gewonnen stelling, wat ook het moreel van zijn teamgenoten opvijzelde. Het is geen moment meer spannend geweest en hij speelde dit bekwaam uit (3½-4½).

Het is nog maar één ronde (op 21 april), en deze spelen we tegen de koploper. Voor de koploper in kwestie is het nog spannend. Voor ons maakt het niet meer uit, maar wij gaan onze sportieve plicht doen.

LSG 3Caïssa 53½ - 4½
Frans Erwich Angelo Spiler 0 - 1
Thomas Thissen Theo Kroon ½ - ½
Jeroen van der Linden Olaf Ephraim ½ - ½
Marcel Wubben Eric Coppoolse ½ - ½
Wilbert Mourits Ad Roemersma 0 - 1
Adinda Serdijn Wim Nijenhuis 1 - 0
Frank Korving Robert-Jan Schaper 0 - 1
Folkert-Jan Geertsma Geert Veldhuis 1 - 0

Het venijn zit in de staart(borden).

Het had deze keer heel wat voeten in de aarde om een team te formeren. Mark en Wilbert konden alletwee niet spelen, waardoor we een invaller nodig hadden. Alle andere verloven waren dus ingetrokken, zodat rustig wonden likken na de vorige ronde er niet bij was. Gelukkig konden in LSG 4 alle negen spelers wel, waardoor teamleider Wim beschikbaar was om bij ons in te vallen. Marcel merkte nog op je ook niet elke dag ziet dat in één team maar liefst drie teamleiders zaten, te weten Folkert-Jan van LSG 1, Wim van LSG 4 en ikzelf van dit team.

Nou, ik ging vanochtend van huis weg. Echtgenoot Geralt overwoog nog een beetje om te komen kijken, maar verwachtte eigenlijk gewoon thuis te blijven. Is goed, tot ergens vanavond.

Aangekomen in het denksportcentrum bleek wedstrijdleider Vincent er nog niet te zijn. En als er iemand betrouwbaar is, is het toch Vincent wel. Een telefoontje van de wedstrijdleider extern leerde dat Vincent zich per mail had afgemeld, maar dat die mail niet was doorgekomen. Lichtelijke paniek dus, omdat Vincent team drie tot en met vijf had moeten leiden, en waar haal je zo snel een vervanger vandaan. De wedstrijdleiders van LSG 1 en 2 konden wel even waarnemen, maar er moest wel een andere oplossing worden bedacht. De inderhaast opgebelde Chris bleek ook niet te kunnen, en de meeste andere gediplomeerde LSG'ers speelden zelf mee. Met uitzondering van... Geralt. Na toestemming van de wedstrijdleider van LSG 1 (aan wie moet je in zo'n geval toestemming vragen?), had ik tijdens de partij in de barruimte opeens mijn man aan de telefoon. Die de telefoon gerust durfde op te nemen omdat het te laat was om nog te kunnen invallen, maar die duidelijk geen rekening had gehouden met een wedstrijdleiderschap. Dat was even pech zeg.

Meestal hoeft een wedstrijdleider niet in te grijpen, dat is in dit seizoen voor ons team geen een keer gebeurd, maar toch kreeg ik spontaan visioenen van een incident aan mijn bord waarbij Geralt, om absoluut geen schijn van partijdigheid te wekken, de tegenstander gelijk moest geven, waarna wij een gezellig protest tegen Geralt konden gaan aanspannen. Eelco had Geralt uit voorzorg al een slaapplaats aangeboden, maar gelukkig was er met onze sympathieke tegenstanders geen vuiltje aan de lucht. We speelden tegen RSR Ivoren Toren 2. Een team dat qua gemiddelde rating ongeveer gelijkwaardig is aan het onze. Het is dringen in de middenmoot en zij stonden net aan boven ons met evenveel matchpunten en één bordpunt meer. We hadden bedacht dat het bijzonder handig zou zijn als we deze wedstrijd zouden winnen, en dit blijkt achteraf ook wel nu wij derde staan (met minieme voorsprong op nummer vier) en onze tegenstanders van vandaag zesde.

In bordvolgorde gebeurde het volgende.

Gelegenheidskopman Thomas Thissen speelde tegen Tim Benning. Thomas kreeg in de opening alles wat hij wilde, tot zijn tegenstander een soort wanhoopsoffensief met torenoffer begon. Thomas had de keuze in te gaan op eeuwig schaak, in een zeer gevaarlijke stelling te komen (maar wel met een toren meer), of een dame te offeren waarna Thomas toren en loper tegen een dame zou overhouden (en pionnen aan beide kanten). Thomas koos voor het laatste en beste, maar zette helaas daarna niet goed door, waarna het punt toch naar de tegenstander ging (0 - 1).

Bord 2 werd bezet door Frans Erwich, de enige speler van LSG 3 die in de topscorelijst voorkomt (met 4 uit 6), en Leo de Jager. Het werd remise, maar van Frans' partij heb ik bitter weinig meegekregen. Het was zelfs zo erg dat ik pas van de uitslag hoorde toen de teamleider van de tegenstander het kwam melden aan de net gearriveerde wedstrijdleider Geralt. Niet eerder dan dat moment zag ik ook dat de stukken in de beginstand stonden. Later hoorde ik dat het qua zetten geeneens een korte remise was, maar dat er gewoon snel was gespeeld. Er werd pas tot remise besloten toen er een inderdaad heel gelijkstaand eindspel op het bord stond (½ - 1½). Jeroen van der Linden speelde aan bord 3 tegen Ivoren Toren's ratinghoogste Leo Kranenburg. Na drie nederlagen speelde Jeroen remise tegen een sterkere tegenstander, dus Jeroen is weer op de weg terug (1 - 2).

Aan bord 4 speelde de grieperige Folkert-Jan Geertsma tegen Philip Westerduin, iemand die doorgaans aan de topborden zit. Folkert-Jan was van ons team verreweg het langst bezig met op het laatst een vervelend eindspel. Eerder in de partij speelde Folkert-Jan een uit nood geboren torenoffer, waarna zijn tegenstander met een stukoffer de aanval kon afwenden. Hierdoor kwam Folkert-Jan in een eindspel met een kwaliteit minder terecht, wat hij nog heel lang wist te rekken. De remise-haven was ook wel binnen handbereik geweest, maar Folkert-Jan speelde het helaas niet optimaal, waarna Philip er toch met het punt vandoor ging (1 - 3). Een minder prettige schaakdag voor Folkert-Jan, want hij zag ook "zijn" LSG 1 verliezen en in de degradatiezone belanden.

RSR - Wim Zwinkels

Quirinius van Dorp speelde aan bord 5 tegen Arno Beljaars. Volgens Marcel moest deze partij eigenlijk nog beginnen toen zijn eigen partij allang klaar was. Over welke partij dat wat zegt, vermeldt het verhaal niet. In tijdnood kreeg Quirinius remise aangeboden, en niet wetende wat de stand was (door een verzakende teamleider in de analyseruimte, sorry Quirinius), nam hij maar remise aan. Pas toen hoorde hij dat hij matchwinnaar was. Ik schrijf dit verslag in bordvolgorde, maar in chronologische volgorde bereikte LSG hiermee 4½ bordpunt en haalde Quirinius hiermee de twee matchpunten binnen (1½ - 3½).

Aan de eerste vijf borden hebben we dus een minscore, maar het venijn zat voor ons duidelijk in de staart. Hier werden deze keer geen punten weggegeven. Aan bord 6 speelde ikzelf tegen Victor Berg. We speelden een spannende partij met tegengestelde rochades, waarbij beide koningen bijna schaakmat stonden. Eén foutje kon fataal zijn. Gelukkig voor mij kwam mijn doorbraak net iets sneller en kon ik mijn niet zo florissante score een beetje opvijzelen (2½ - 3½).

De ingehuurde Wim Zwinkels speelde aan bord 7 tegen Paul Batenburg. Wim is teamleider van LSG 4 en was voor vandaag bij ons ingevallen. Hij demonstreerde meteen de stelling dat het teamleideren nadelig is voor je eigen partij. En dat je dus beter schaakt als je geen teamleider bent. In LSG 4 heeft hij het dit jaar weliswaar zwaar, bij ons ging hij met een torenoffer dwars door zijn tegenstanders stelling heen (zie diagram na 19... Txa2). En dat terwijl zijn tegenstander bijna tweehonderd ratingpunten meer had. Wim heeft nu de smaak te pakken en gaat de volgende ronden ook vlammen voor LSG 4, dus zijn tegenstanders zijn gewaarschuwd! (3½ - 3½). Na 19... Txa2 volgde nog 20. Db4 Da8 21. Pf5 Lxf5 22. exf5 Tb8 23. Dc3 Da4 24. Lc4 Tb4 25. Tc1 d5 26. Lxd5 Pxd5 27. Dc8+ Lf8 0-1.

Marcel Wubben speelde op eigen verzoek aan bord 8, tegen Joop Klijn. Op speciaal verzoek, want hij had goede hoop om met een winstpartij met wit van zijn 100%-remisescore af te komen. En inderdaad, hij kwam met drie tempi meer uit de opening en overspeelde zijn tegenstander volledig (4½ - 3½). Volgens zijn zeggen was het dit jaar nog niet zo soepel gegaan, dus dat belooft wat voor de volgende ronden.

Het ziet er weer goed uit voor LSG 3, al is het duidelijk dat kampioenskansen er niet meer inzitten. In de volgende ronde spelen we een mini-massakamp tegen Caïssa (met LSG 2 en 5), dus we gaan er maar gewoon een leuke ronde van maken.

LSG 3RSR Ivoren Toren 24½ - 3½
Thomas ThissenTim Benning0 -1
Frans ErwichLeo de Jager½ - ½
Jeroen van der LindenLeo Kranenburg½ - ½
Folkert-Jan GeertsmaPhilip Westerduin0 - 1
Quirinius van DorpArno Beljaars½ - ½
Adinda SerdijnVictor Berg1 - 0
Wim ZwinkelsPaul Batenburg1-0
Marcel WubbenJoop Klijn1-0
Tekst: Adinda Serdijn


"Alleen mijn derde zet was goed"

Waar lag het aan? Schaakmoeheid na het Tatasteeltoernooi en oliebollentoernooi? De weersomstandigheden? De invallersperikelen op het laatste moment? Of gewoon het uit vorm zijn? Feit is: de zesde ronde, tegen Charlois Europoort, was niet best.

Na afloop waren de volgende kreten te horen: "Alleen mijn derde zet was goed", "Wat ben ik dom", "Niet zo dom als ik hoor", "Ik geef zomaar een stuk weg", "Ik ook", "Niet gezien dat het nu al drie keer dezelfde stelling was", en met stip op één "Laat mij de volgende ronde maar buiten de opstelling (vier keer)".

Ik wil het allemaal niet meer weten, wat moet ik hier nog over schrijven? Iets over de speelzaal, die met meer spelende teams best leuk was? Een woord van waardering voor wedstrijdleider Thomas van Beekum, die maar liefst drie wedstrijden onder zich had? De goedkope barprijzen? Een momentje van hilariteit toen de tafel bij een ander team instortte, waardoor de spelers in tijdnood hun bord en stukken van de grond konden rapen? Een teken van solidariteit tussen de LSG-teams in de derde klasse, die alle drie met dezelfde cijfers verloren? Of over het feit dat de grootmeesterberoemdheid over wie onlangs een biografie verschenen is (die momenteel gelezen wordt door verscheidene teamgenoten), opeens in levende lijve in dezelfde speelzaal rondliep?

Oh ja, en ik kan natuurlijk schrijven over kopman Mark. Die als laatste klaar was, en daarmee de eer van het team redde met de enige overwinning. Hij stond de hele partij goed, maar op zet 40 leek hij zijn voordeel weggegeven te hebben, zodat men hem na de tijdcontrole mistroostig nee zag schudden. Mark kwam nog verontschuldigend zeggen dat we niet op hem hoefden te wachten. Onzin natuurlijk, alsof we het opvrolijkpunt wilden missen! Want zoals we allemaal wel verwacht hadden, won onze sterspeler toch gewoon. Dit was dan ook wel gelijk het einde van het goede nieuws.

Aan bord 2 speelde Jeroen die al snel tegen een kleine kwaliteit achterstand aankeek. "Hé Jeroen, hoe ging jouw partij eigenlijk?" "Zet maar in het verslag dat alleen mijn derde zet goed was, en oh ja, ik wil dat mijn teamleidster als LSG-lid wordt geroyeerd omdat ze zo iemand als mij heeft opgesteld." Zal best Jeroen, maar je doet de volgende ronde weer gewoon mee!

Folkert-Jan (bord 3) was als één van de laatsten nog bezig, en moest gezien de stand het eindspel van loper, paard en vier pionnen tegen twee paarden en vier pionnen eigenlijk winnen. En dat terwijl de stelling meer op halma dan op schaken leek, met allemaal vastgelegde pionnen waardoor zijn loper niet zoveel kon uitrichten en zwarts paarden juist wel. Folkert-Jan kwam ons al waarschuwen dat hij dit niet zou gaan winnen, en moest vechten voor remise. Een winst zat er dus niet in, en een remise helaas ook niet.

Wel opnieuw een goede uitslag was er voor vierde bordspeler Frans. Nog ongeslagen dit seizoen, een enorme ratingwinst geboekt, en ook nu weer remise tegen een sterke tegenstander. Een speler op wie je kunt bouwen.

Ik leek aan bord 5 eindelijk weer eens te gaan winnen, met een witte pion op f6 tegen een tegenstander die helemaal niets deed. Maar ja, hij zag het wel toen ik een stuk weggaf, toch een beetje jammer. (Ik na afloop tegen een aanwezige grootmeester: "In één zet een stuk weggegeven, hoe dom kun je zijn?". De grootmeester, troostend: "hoezo dom, een stuk weggeven doe je toch altijd in één zet?") Gelukkig is het met mijn fijnproeverskwaliteiten beter gesteld, aangezien ik feilloos proefde dat de cola light over de datum was. Dat zal ook wel de verklaring zijn voor het feit dat mijn vriendelijke tegenstander geen drankje terug durfde aan te bieden.

Marcel handhaafde aan bord 6 zijn 100%-remisescore. Eigenlijk op dezelfde manier als de vorige keren. Hij vond zichzelf gedrukt staan, worstelde zich eruit en bood remise aan. Wilbert (bord 7) was wat teveel geïnspireerd door de blunder van Adinda. Ook hij speelde opeens met een stuk minder, al was de combinatie die het stuk verloor wel wat dieper. Ik bedenk me opeens, volgens mij zijn Wilbert en ik op dezelfde dag jarig. Zou het daaraan liggen? Ik geloofde er nooit in, maar ik geloof dat ik de horoscopen van de Libelle/Margriet/Viva/Telegraaf maar eens ga bestuderen. Misschien moet ik voorspellingen als "een materiele tegenvaller" eens wat serieuzer gaan nemen.

Aan bord 8 zat Michiel Zeevaarder. Hij was vrijdagavond in allerijl gebeld of hij over een uur of tien wilde invallen, en was daar gelukkig toe bereid. Hij begroette ons vrolijk met de opmerking "hier is de verzwakking van jullie team", maar niets bleek minder waar. Hij was juist een van de weinigen die een (lastig) gewonnen stelling leek te hebben. Helaas herhaalde hij in tijdnood de zetten één keer te vaak, waardoor zijn tegenstander remise kon claimen. Maar al met al een goede prestatie. En nu moeten we razendsnel onze wonden gaan likken, want over drie weken moeten we alweer aan de bak.

Charlois Europoort 3LSG 35½ - 2½
Jan Frederik LagrainMark Irwin0 - 1
Hans UitenbroekJeroen van der Linden1 - 0
Filip BorstFolkert-Jan Geertsma1 - 0
Cor de WitFrans Erwich½ - ½
Lendert van den OudenAdinda Serdijn1 - 0
Marc MoorsMarcel Wubben½ - ½
Robin LecomteWilbert Mourits1 - 0
Arjen KouwenhovenMichiel Zeevaarder½ - ½
Tekst: Adinda Serdijn


De lijdensweg van de bovenste helft

Op 7 januari 2012 speelden we tegen het sterke Promotie. Hadden we voor aanvang van deze wedstrijd nog een beetje hoop op een kampioenschap kunnen hebben, na deze ronde lijkt dit wel ver weg.

En dat terwijl Quirinius nog wel zoveel moeite had gedaan om mee te kunnen doen. Aanvankelijk leek het erop dat hij in het weekend zou moeten werken, maar door zowel de weergoden te bespelen als een schip met pech terug naar de haven te laten sturen, heeft hij het werken met twee dagen kunnen uitstellen om nog mee te kunnen schaken. Dat zien we graag Quirinius! Ook dank aan Marco de Mooij, die tot vrijdag standby heeft gestaan om eventueel Quirinius te kunnen vervangen.

Zoals gezegd, Promotie is een sterkte tegenstander. Dat wij voor aanvang van de wedstrijd nog een matchpunt op ze voorstonden heeft meer te maken met verschillen in zwaarte van het programma dan met een verschil in schaakkracht.

Aan de eerste vier borden zaten voornamelijk onze puntenscoorders. Dat beloofde wat, maar helaas laat het uitslagenbriefje zien dat deze ronde een nivellerende werking heeft gehad op de individuele scores. Oftewel, de eerste vier borden hebben het zwaar gehad. Anders gezegd, van de 2½ punten die ons team heeft vergaard zijn er 2½ behaald aan de onderste vier borden. Voor de volgende ronde ga ik de opstelling denk ik maar spiegelen.

Maar gedurende de wedstrijd was er nog niet zoveel te merken van de komende misère. Het verloop ging ongeveer als volgt:

Bord 1: Thomas Thissen tegen Maarten van Zetten. Thomas werd bruusk van zijn 100%-score afgeholpen. Hij kon zich er niet van weerhouden een stuk te offeren, maar dit leek ook wel goed te zijn. Helaas miste hij daarna de juiste voortzetting (0-1).

Bord 2: Jeroen van der Linden tegen Promoties ratinghoogste Bernard Bannink. Jeroen stond lange tijd op winst, en toen hij op zet veertig zat te bedenken of hij nog een winstpoging kon doen of op remise aan moest sturen, hoorde hij zijn tegenstander opeens "vlag" zeggen. Toen hoefde verder denken gelijk niet meer (0-2).

Bord 3: Folkert-Jan Geertsma tegen Henk Noordhoek (niet te verwarren met AAS' Henk Noordhoek). Folkert-Jan kwam zich na afloop excuseren voor het feit dat hij zo'n knoeier was. Welkom bij de club, maar wat was er dan? Nou, er was niets aan de hand, maar Folkert-Jan trapte in de enige truc die een pion verloor, waardoor hij in een slecht eindspel met pion achterstand terecht kwam (0-3).

Bord 4: Quirinius van Dorp tegen Willem Broekman. Alle inspanningen van Quirinius om toch te kunnen schaken, hebben zich helaas niet in een (half) punt uitbetaald. Quirinius speelde in goede stelling een niet uit te rekenen maar kansrijk dame-offer, gebaseerd op twee ver opgerukte vrijpionnen, maar helaas bleek het toch niet correct te zijn (0-4).

Bord 5: ikzelf tegen Robby ("laat mijn achternaam maar zitten, die is heel moeilijk") Kevlishvili. Pas 10 jaar en al een rating van 2116. Het ging voor mij niet echt best, eigenlijk best wel slecht met twee ver opgerukte pionnen achterstand, maar gelukkig had ik door de enige truc die de stelling rijk was, nog een kwaliteit teruggewonnen en met twee blauwe ogen een remise binnengesleept. Na afloop werd mij geadviseerd mijn partij goed te bewaren, om mee te pronken ingeval Robby de jongste grootmeester van Nederland wordt (½ - 4½).

Bord 6: Frans Erwich tegen Erik Hennink. Remise. Wederom een goede prestatie van Frans, die voor deze ronde al een overscore van ruim een punt had (1-5).

Bord 7: Wilbert Mourits tegen Arjen Schuurman Hess. Dit zou onze enige overwinning worden. Wilbert won al vrij snel in de partij een kwaliteit, bij ook verder een hele goede stelling. Er waren veel wegen die naar Rome leidden. Wilbert koos ervoor rustig wat verzwakkingen uit te lokken, en later aan een centrumopmars te beginnen (2-5).

Bord 8: Marcel Wubben tegen Sipke de Swart. Beide spelers namen niet al te veel risico, dus Marcel handhaafde keurig zijn 100%-score. 100%-remise welteverstaan (2½ - 5½).

Een blik op de stand leert dat we vierde staan, met maar liefst vier matchpunten achterstand op koploper Sliedrecht. Nu volgt er een soort winterstop (Tata Steel stop) en op 11 februari mogen we dan Rotterdam onveilig gaan maken.

Tekst: Adinda Serdijn


Schaken in de vrieskou

In de vierde ronde speelden we uit tegen het sympathieke Het Witte Paard Haarlem 2. Het Witte Paard speelt normaal in het denksportcentrum van Haarlem, waar naast schaken ook wordt gebridged. Schaker en bridger Marcel was ook erg blij dat we daar zouden spelen, want dan kon hij zijn met bridgen vergeten trui weer meenemen.

Helaas bleek dat het denksportcentrum niet beschikbaar was, waarna wij in een honkbalstadion -dè honkbalaccomodatie van Nederland, met NOC*NSF A-status- kwamen te spelen. Zo kom je nog eens ergens als simpele schakertjes. Het bleek wel dat honkbalspelers wat warmbloediger waren dan ons schakertjes, want het was zo koud dat verscheidene personen met jas aan achter het bord werden gesignaleerd. Marcel -die al in zijn jas zat weggedoken- had al bijna overwogen om tussentijds zijn vergeten trui alsnog op te halen.

De reis ernaar toe was wel grappig. Drie van onze vier auto's belandden onafhankelijk van elkaar eerst bij een naburige sporthal, waar de barkeeper op den duur de weg op de automatische piloot begon uit te leggen. De auto van Wilbert, met daarin ook Frans en Thomas, kwam te laat, maar gelukkig begon de wedstrijd ook niet helemaal op tijd.

De wedstrijd dus.

We begonnen met drie remises, te weten Frans Erwich aan bord 6 tegen Harry Lips (een gelijk opgaande partij), Folkert-Jan Geertsma aan bord 4 tegen David Joziasse (voor zover ik weet ook gelijk opgaand), en Marcel Wubben aan bord 8 tegen Rob Mulder (op zijn tandvlees) (1½-1½). Thomas had later ook een remise-aanbod gekregen, maar gezien de stand op de borden van met name Jeroen en Wilbert, moest hij toch maar even doorspelen.

Niet zo goed verging het Jeroen van der Linden aan bord 2 tegen Eduard Leinwand. Jeroen was diepzinnige plannen aan het smeden, maar zag tot zijn verbazing een onvoldoende gedekte pion opeens van het bord verdwijnen, waarna ook de diepzinnige plannen niet meer werkten. Toch jammer. Eigenlijk was het ook meteen kansloos (1½-2½).

Wilbert Mourits speelde aan bord 5 tegen Pepijn Steenbergen. Het leek al snel mis te zijn met een koning op f1, waardoor de h-toren het spel niet meer inkwam. Later zag ik hem eerst met een pion en later zelfs met een stuk minder stug doorspelen. Helaas mocht zijn doorzettingsvermogen niet baten (1½-3½).

Kopman Mark Irwin -die na de partij notabene nog naar zijn werk moest vertrekken, maar desalniettemin met volledige inzet schaakte- speelde tegen René in 't Veld aanvankelijk een moeizame partij. Dat hij deze partij nog wist te winnen was misschien wel het keerpunt in de wedstrijd (2½-3½).

Thomas, die aan bord 3 tegen Jan Seeleman speelde, stond lange tijd een pion achter maar had deze door een truc weer teruggewonnen. Hij had zoals gezegd een remise-aanbod afgeslagen, waarna hij een gelijkstaand dame-eindspel moest zien te winnen. Maar dat is onze topscorer wel toevertrouwd, en de vis werd soepel op het droge gehaald (3½-3½).

Nu was alleen ikzelf aan bord 7 nog bezig, toevallig in een teamleidersbattle tegen Adrie Pancras. Het was een zeer wisselvallige partij, waarin waarschijnlijk beide spelers veel kansen hebben gemist. Zo vond Thomas dat ik absoluut in het verslag moest opnemen dat ik enkele malen d5 had moeten spelen. Maar gemiste kansen golden ook voor mijn tegenstander, de eerste al op zet 8 toen ik - afgeleid van het nog "zoek" zijn van de auto van Wilbert- mijn d4-pion onbedoeld in de aanbieding deed. Gelukkig bleef dit zonder gevolgen, al zou er nog van alles op het bord gebeuren. In het toreneindspel kwam ik nog onverwacht ver, maar de remisemarge werd niet meer overschreden (4-4).

Een blik op de stand leert dat we tegen de nummers zeven tot en met tien hebben gespeeld. Positief is natuurlijk dat wij daar niet tussen staan. Jammer is dat we tegen de beste teams nog komen te spelen, maar we gaan ervoor!

Tekst: Adinda Serdijn


Weer in de race

Op 26 november speelden we de vierde ronde, tegen BSG 2. Het was lekker gezellig voor BSG 2, want ook hun eerste team was aanwezig. Minder leuk waren de uitslagen voor BSG trouwens, maar je kunt niet alles hebben.

Het leek vooraf allemaal goed te gaan. Iedereen leek te kunnen spelen, dus ik had mezelf met mijn score van 0 punten al de rol van non-playing captain toebedeeld. Langs de borden lopend zou ik weinig kwaad kunnen doen, en dan konden de teamgenoten die wel kunnen schaken voor de punten zorgen. Helaas bleek Thomas toch verhinderd te zijn, en kon ik ook geen krop sla of konijn bereid vinden om zijn plaats in te nemen. Toen moest ik toch zelf aan de bak. Het vervelende was alleen dat ik Thomas aan bord 3 met zwart had opgesteld, en ik voor mezelf een plaats aan bord 8 wat passender had gevonden. Aan de andere kant: verliezen kun je het beste aan een hoog bord doen. Oké, ik dus aan bord 3.

Gelukkig was er nog wel de tijd om ons flink voor te bereiden met het opzetcorvee. Het voordeel daarvan is dat als het dan 12.00 is, je wel goed wakker bent.

Maar goed, de wedstrijd. Aan bord 8 speelde Frans Erwich tegen Bert Kieboom. Frans had al snel een hele goede stelling, en het leek met een witte vrijpion op b7 uitzoeken hoe hij wilde winnen. Hoe hij het precies heeft gedaan heb ik niet gezien, maar het eerste winstpunt was in ieder geval binnen (1-0).

Aan bord 7 mocht Wilbert Mourits, spelend tegen Eddy van de Velden, over geluk niet klagen. Nadat Wilbert een stukoffer tegen drie pionnen over zich heen gekregen had, kwam hij in een eindspel met twee pionnen minder. Op de een of andere manier heeft hij dit nog remise weten te houden. Hulde! (1½ - ½). Ook buurman Marcel Wubben, aan bord 6 spelend tegen Tom de Ruiter, deelde met plezier het punt, na de hele partij tegen een gedrukte stelling aankeken te hebben (2-1).

Aan bord 5 speelde Folkert-Jan Geertsma tegen Jarno Witkamp. Topscorer Folkert-Jan bood na afloop excuses aan voor zijn slechte spel (viel wel mee toch?). Hij had een tijd een goede stelling gehad en verwacht zeker ergens een winst gemist te hebben (2½-1½). Jeroen van der Linden speelde aan bord 4 tegen de teamleider van de tegenstander, Theo Slisser. Jeroen had een fantastische pionharmonicastelling op de witte velden, d3-e4-f3-g4-h3, esthetisch gecompleteerd door een loper op h1 die onmiskenbaar veilig opgeborgen stond. Zijn tegenstander dacht dat er wel iets uit te halen moest zijn, en brak de stelling open, maar dat viel juist in het voordeel van Jeroen uit (3½-1½).

Aan bord 3 speelde ikzelf -voor de weggevallen Thomas- tegen Chris Kooijman. Thomas zelf kwam om ongeveer 14.00 ons supporteren, en zag tot zijn afgrijzen hoe mijn zwarte stelling ervoor stond. Daar had ik zelf niet zoveel last van -Thomas na afloop: "maar goed dat je door een roze bril naar je stelling kijkt, anders had je het niet lang meer getrokken"-, maar de computer had op een gegeven moment een stellingswaardering van 4,0 (voor wit dus). In de partij miste wit gelukkig voor mij wat winnende voortzettingen, en maakte daarna een behoorlijke fout waardoor ik de partij zelfs nog wist te winnen (4½-1½).

Mark Irwin speelde aan bord 2 tegen Ruben Hilhorst. Lang bezig, maar helaas niet gewonnen (5-2). Ook Quirinius van Dorp had tegen Coen van der Heijden een hele goede stelling gehad, maar ook een hele slechte. Het wisselde nogal, en misschien is remise dan wel de meest terechte uitslag. Dat werd het dan ook (5½ - 2½).

Geen nederlagen deze ronde, vijf remises en drie overwinningen. Prima. Wij staan nu op een gedeeld tweede/derde plek. En deze overwinning is nog beter dan we al dachten, want ik zie opeens dat het team de hoogste gemiddelde rating van onze poule heeft. Soms kun je maar het beste niet alles van tevoren weten.

Overigens hoop ik nog op coulance van de KNSB, want het bleek dat mijn doorgaans onvolprezen telefoon de door mij ge-sms'te uitslag in de wacht had laten staan, waar ik pas om half elf achterkwam. Zelfs op Utrechtschaak werd een opmerking gemaakt waar onze uitslag bleef. Ik wil alvast de penningmeester mijn excuses aanbieden voor de mogelijke boete.

Tekst: Adinda Serdijn


Eindelijk gewonnen.

De voortekenen waren moeizaam. Behalve dat sterspeler Mark Irwin verhinderd was, leek het ons uberhaupt niet gegund om in Zaandam te komen. Zowel het autovervoer (te weinig auto's) als de OV-reis (niet iedereen had een OV-chipkaart) stuitten op problemen. Uiteindelijk was na ettelijke mails over en weer twee dagen van tevoren het reisschema vastgesteld. Gelukkig toch met de auto.

We speelden tegen ZSC Saende 2. Dat geeft subtiel de teloorgang van LSG 3 aan, want in voorgaande jaren speelde LSG 3 nog tegen ZSC Saende 1, een team waar nu LSG 2 het tegen mocht opnemen. Aan het begin van de wedstrijd leek alles gelijk op te gaan. Er zou echter nog van alles gebeuren.

Quirinius speelde aan bord 1 een degelijke remise tegen Jaron Rosegg. Na afloop hoorden we verscheidene tegenstanders verzuchten dat remise aan bord 1 wel erg knap was. In feite hadden ze een tactische opstelling en iemand aan bord 1 opgeofferd (½ - ½).

Aan bord 2 speelde Jeroen van der Linden tegen de teamleider van de tegenstander, Dennis Rosegg. Jeroen raakte na een mislukte truc een stuk achter, maar wist het zijn tegenstander zo lastig te maken dat deze uiteindelijk onder de druk bezweek (1½ - ½). Ook Folkert-Jan (bord 3) had niet te klagen. Tegenstander Hein Middelhoven had een zeer gevaarlijke aanval en had al een zekere winst gemist. Daarna kon hij nog een zet of 15 remise forceren wat hij niet deed omdat hij dacht dat de winst zich toch wel een keer zou aandienen. Folkert-Jan kon de remise toch niet vermijden, ging in afwachting van de beslissing van zijn tegenstander op de andere kant van het bord spelen, kwam steeds beter te staan, snoepte een paar pionnetjes mee, en toen hij erin slaagde dames te ruilen was het uit met de pret (2½ - ½).

Marcel Wubben speelde aan bord 4 een vrij rustige remise tegen Huib Middelhoven. Wel grappig was dat hij met zwart na de opening dezelfde opstelling had als Jeroen van der Linden. En dat terwijl hun tegenstanders de witte stukken totaal verschillend hadden neergezet. Kortom, maak je niet druk over wat er aan de andere kant van het bord gebeurt, maar doe gewoon de zetten die je zelf wil (3 - 1).

Aan bord 5 zat Thomas Thissen voor de gelegenheid achter de witte stukken tegen Alex Koelewijn. Thomas speelde een gambiet in het Frans dat bijzonder goed uitpakte. Ook met een vluchtige blik op zijn bord was al te zien dat zwart het erg moeilijk had. Het was uiteindelijk uitzoeken hoe hij wilde winnen (4 - 1). Ikzelf was in een gelijke stelling in een truc getrapt en stond meteen verloren. Volgende keer laat ik me vervangen door naar keuze een krop sla of mijn konijn. Ik zal eens kijken of de KNSB hun lidmaatschap wil accepteren (4 - 2).

Voorafgaand aan de wedstrijd zei Wilbert Mourits dat hij graag om 17.00 weg wilde naar een afspraak. Ondanks de waarschuwing dat een wedstrijd tot 19.00 kon duren, was hij vol goede moed over een eerder eindtijdstip. De lezer raadt het al, juist Wilbert was het langst bezig. Niet voor niets trouwens, na een moeizaam begin tegen Willem de Boer wist hij toch vrij regelmatig te winnen (5 - 2). Frans Erwich speelde zijn eerste partij voor LSG 3, en wat voor een. Een pionopmars leverde een stuk op, en de partij werd vakkundig afgemaakt (6 - 2).

We zijn weer op de weg terug!

Tekst: Adinda Serdijn


Een nieuw seizoen

Na de degradatie van vorig seizoen, ging LSG 3 er weer tegenaan. Op papier is LSG 3 dit jaar op rating een van de kanshebbers in onze poule. Na de vele pakken slaag van vorig jaar, begonnen we weer vol goede moed. De eerste ronde speelden we tegen het gepromoveerde De Uil uit Hillegom. Grappig, volgens mij is het de eerste keer dat we tegen hen spelen.

Sinds vorig jaar mogen we twee nieuwe LSG 3'ers verwelkomen namelijk Quirinius van Dorp (terug van weggeweest vanuit Wenen) en Folkert Geertsma. Folkert is al jarenlang non-playing captain van LSG 1, maar dit jaar speelt hij daarnaast ook zijn eigen potjes in LSG 3. Een dubbele rol zeg maar. Folkert wist al snel te vertellen dat LSG 1-tegenstander en kanshebber HMC Calder met een jonge invaller speelde ("Wie dan?" "Oh, ene Anish Giri, ofzo"), en na deze geruststellende mededeling nam hij geconcentreerd achter zijn bord plaats.

Folkert was ook prompt de eerste die klaar was. Voor we het goed en wel doorhadden, stond zijn bord weer in de beginstelling met zijn witte koning midden op het bord. Hij had de druk de hele partij opgevoerd, tot zijn tegenstander een stuk weggaf. Folkert zelf was tijdens de partij al erg tevreden, en in de analyse bleek ook voor zijn tegenstander Rob Warmerdam dat die toch wel van hele goeden huize had moeten komen om de problemen het hoofd te kunnen bieden (1-0).

De kop eraf met een overwinning, dat beloofde wat.

Blijkbaar waren de aardstralen in dat stukje van de zaal gunstig voor ons, want de volgende die klaar was, was Folkerts buurman Thomas Thissen, spelend tegen Edwin Heemskerk. Zoals wel vaker begreep ik ook nu niets van de stelling van Thomas, maar gelukkig is hij altijd bereid om na afloop zijn partij te laten zien. Eigenlijk was het deze keer geeneens zo moeilijk te begrijpen. Gewoon met al je zwarte stukken de witte koning belegeren tot die mat staat of wit een dame verliest. Wat kan schaken toch simpel zijn (2-0).

Helaas was het nu even gedaan met de goede zaken. Quirinius van Dorp was tegen Jan Havenaar een leuke aanvalspartij aan het spelen met zijn paarden ver in de witte stelling, en eigenlijk had ik zijn punt al een beetje geteld. Helaas overzag hij een penning die hem een stuk kostte (2-1). Adinda speelde tegen Theo Bakker. Door subtiel spel kwam ze een pion voor, maar in de analyse bleek dat ze beter simpele voor de hand liggende zetten had kunnen spelen. Toen de problemen begonnen, kon het teruggeven van de pion niet meer baten (2-2).

Marcel Wubben speelde aan bord 6 tegen Dick Roosa. De partij ging vrij rechttoe rechtaan en het stellingsoordeel wisselde tussen gelijk en beter voor Marcel, maar aan het einde stond het toch echt gelijk (2½-2½).

Aan het kopbord kreeg Mark Irwin een aanval van Jerry Bey over zich heen. Ik heb niet echt gezien hoe het ging, maar aan het eind stond Mark twee stukken voor en was er nog weinig aanval over (3½-2½).

Ondanks de voorsprong waren we er nog lang niet. Jeroen van der Linden en Wilbert Mourits waren nog aan het schaken, en iemand kwam in de analyseruimte vertellen dat ze alletwee verloren stonden. Wij dus in paniek naar de wedstrijd. Nu stond Wilbert inderdaad een pion achter, maar Jeroen had een best kansrijke stelling met de materiaalverhouding twee torens tegen dame (met ongelijke lopers en beiden nog wat pionnen). Wilbert had een moeizaam eindspel met een sterke pion minder dat hij desalniettemin nog lang wist te verdedigen. Tegenstander Jan Vreeburg leek lange tijd geen vorderingen te kunnen maken, maar helaas had hij natuurlijk ook geen haast en op een keer kwam de winnende voortzetting wel. Na een hele tijd ploeteren moest Wilbert toch het onderspit delven (3½-3½).

Jeroen was nu als laatste de eer van LSG aan het verdedigen. Ondanks zijn eerdere verzuchtingen dat hij echt helemaal niets meer zag en maar remise ging aanbieden, had hij toch dapper doorgespeeld. Zijn inspanningen mochten echter niet baten. Meer dan remise zat er niet in (4-4).

Op rating hadden we deze wedstrijd eigenlijk moeten winnen, maar gezien de acht (!) achtereenvolgende nederlagen van LSG 3 in het vorige seizoen, zijn we in ieder geval weer op de weg terug.

Tekst: Adinda Serdijn