Blauwe stoeltjes en het spelersgebied

De moderne schaakzaal heeft wel iets weg van een dierentuin. Toeschouwers kunnen van enige afstand naar de schakers kijken, die, als het ware opgesloten in het spelersgebied, nerveus heen en weer lopen, als roofdieren.

Het spelersgebied is het gebied waar spelers zich vrij kunnen bewegen. Dit omvat niet alleen de speelzaal, maar ook een afgesloten doorgang naar toiletten en een afgescheiden binnenplaats voor de verstokte rokers. Toeschouwers zijn veroordeeld tot een blik van grote afstand. Partijstellingen zijn vrijwel niet te zien en alleen een kenner kan de gezichten van de spelers op de topborden herkennen. Binnen het spelersgebied zorgen rijen blauwe stoeltjes in het gangpad ervoor dat de bewegingsvrijheid van de spelers ernstig belemmerd wordt.
Als captain krijg ik zes groene kaarten die ik elke ronde aan de spelers moet geven die worden opgesteld. Alleen op vertoon van de groene kaart kan een speler het spelersgebied binnenkomen. Een lange rij bij de ingang van de speelzaal, laat zien hoe serieus de blauwhelmen hun taak nemen. Voor aanvang van de ronde controleert de wedstrijdleider ook nog eens of de spelers achter de borden in het bezit van een groene kaart zijn. Direct na afloop van zijn partij moet elke speler de groene kaart weer inleveren bij de wedstrijdleider en wordt hij gedegradeerd tot toeschouwer.
De captain krijgt een soort gold card die hem rechten geeft die alleen vergelijkbaar zijn met de letters of transit uit Casablanca. Niemand kan hem beletten om vrijelijk de kooi in en uit te lopen. Rudy, vrij in deze eerste ronde, bood geheel spontaan aan om als gelegenheidscaptain het damesteam te begeleiden. Hij was gaarne bereid om een jaar contributie over te maken aan de penningmeester van De Stukkenjagers om in ruil daarvoor al het moois van dichtbij te mogen aanschouwen.

De wedstrijd tegen Gambit Bonnevoie ging voortvarend van start. Na een half uur hadden maar liefst vijf van onze spelers nog 1.30 uur of meer op de klok. Arthur bracht de ene na de andere zet op het bord in een messcherpe Caro Kann (contradictio in terminis?). Pas toen zijn tegenstander op zet 14 afweek, moest Arthur even scherp rekenen. Met nauwkeurige zetten bracht Arthur een fraaie overwinning op het scorebord; hij heeft hieronder de partij zelf van enig commentaar voorzien. Een echte aanrader!
Jan kwam in een Damegambiet terecht waarin zijn tegenstander een klein maar aangenaam plusje kreeg. Niet bepaald het type stelling die je graag wilt tegen een zwakkere tegenstander. Jan-Willem werd geconfronteerd met Pb4-c2-b4, op het oog een zetherhaling; wit kan er immers alleen aan ontsnappen door een kwaliteit te geven. Jan-Willem wist dit; hij wist ook dat het bekend stond als goed speelbaar voor wit, maar achter het bord lukte het hem niet om de zetten in de juiste volgorde te reconstrueren. Gevolg was wel kwalverlies, maar niet voldoende compensatie.
Edwin kreeg eenvoudig gelijkspel, maar of het meer was? Zijn tegenstander had een slechtere structuur, maar wel twee lopers wat hem de kans gaf om stellingen op te zoeken met lopers van ongelijke kleur. Mark had dankzij een goede voorbereiding een heerlijke middag. Al kort na de opening had hij de zwakke plekken in de stelling van zijn tegenstander onder vuur genomen en daar was geen ontsnappen meer aan. Hij was het dan ook die voor de 2-0 zorgde, al gauw gevolgd door Eelke. Eelke had een klein maar prettig plusje en toen zijn tegenstander enkele kleine onnauwkeurigheden beging in een dame-eindspel, kon de vrije d-pion ongehinderd doorlopen (3-0).
Jan-Willen had in de tussentijd zijn rug gerecht. Je kent dat wel, ondanks alle goede voornemens heeft de ploeg de ontsnapping gemist, de vroege vluchters rijden op een paar minuten en dan moet je als ploeg op kop van het peloton gaan rijden. En dat deed Jan-Willem ook. Hij kreeg steeds meer dreigingen in de stelling en al snel werd duidelijk dat er een tijdnoodfase in het verschiet lag waarin beide spelers de groots mogelijke moeite hadden om de vele dreigingen het hoofd te bieden. Meerdere keren liet een van beide de klok tot onder de 5 seconden komen, één keer zijn tegenstander zelfs tot 0.01!, alvorens een zet te doen. Toen de stofwolken waren opgetrokken en beiden weer een half uur extra kregen, had Jan-Willem een prettig initiatief in een stelling met beide koningen open en bloot.
Edwin wist zijn tegenstander onder druk van de klok te verleiden tot enkele mindere zetten en zijn voordeel werd groter en groter. Toen hij ook nog een kwaliteit offerde om zo alle pionnen op de koningsvleugel te veroveren, had zijn tegenstander gerust op kunnen geven. Jan probeerde met alle macht nog wat water uit een steen te persen, maar moest uiteindelijk berusten in remise. Waarna Jan-Willem de score op 5,5-0,5 bracht. Toch nog een zeer grote overwinning op een stugge ploeg.

  LSG Leiden (14) 5,5 0,5 Gambit Bonnevoie (39)  
2436 Pijpers, Arthur 1 0 Dishman Stephen 2369
2510 Sprenger, Jan Michael, Dr. 0,5 0,5 Filipovic Slobodan J 2226
2453 De Jong, Jan-Willem 1 0 Bjarnason Oskar 2238
2433 Van Haastert, Edwin 1 0 Bednarich Jan 2248
2415 Van Der Werf, Mark 1 0 Upton Timothy J 2164
2343 Wiersma, Eelke 1 0 Barta Jozsef 2157

Hieronder de partijen met aantekeningen van de spelers zelf.

De dames van De Stukkenjagers boekten eveneens een overwinning. Helaas ging Anne door haar vlag in een stelling waarin ze inmiddels meer dan voldoende compensatie had. De andere drie wonnen wel. In detail:

  Hezliya Chess Club (12) 1 3 De Stukkenjagers (6)  
2127 Len, Irina 1 0 Haast, Anne 2384
1966 Yakovleva, Tatiana 0 1 De Jong-Muhren, Bianca 2300
1929 Haitovich, Avital 0 1 Lanchava, Tea 2276
1858 Lian, Marina 0 1 Jap Tjoen San, Linda 2183

 

1 Reactie op “Blauwe stoeltjes en het spelersgebied
  1. Ger schreef:

    Leuk stuk om te lezen! Sterke zetten toegewenst allemaal!