

Vierde ronde, 31 januari 2012
Na twee nederlagen op rij was het heel plezierig eens fors te winnen. Het slachtoffer was Leithen 2 en het gebeurde in het nieuwe onderkomen van Leithen, Activiteitencentrum 'De Lepelaar' in de Apollotoren.
Frank overrompelde zijn tegenstander in een Siciliaan met f2-f4-f5 en g2-g4-g5, won er een stuk mee en stond meteen ook voortreffelijk. Met krachtzetten haalde hij na een uur of twee het eerste punt binnen. Een poosje later volgde ik, Michiel, op een veel bescheidener manier (foutjes van mijn tegenstander maar wel een beetje afgedwongen door mijn actieve spel, denkelijk) en niet veel later Jan. Die won in een c4-opening op geraffineerde wijze een pion op d5 en verkreeg daarmee een vorstelijk centrum. In de nazit bleek dat zowel hij als zijn tegenstander de partij toen al min of meer als beslist beschouwde, al moest Jan het natuurlijk nog wel even doen. Het zag er overtuigend uit.
Nadat Johan een min-dus-plusremise had gemaakt (zo was het toch?) moesten we even wachten op uitslagen, maar dat was geen straf want de resterende borden zagen er allemaal goed uit. Jaap, Vincent en Coenraad hadden ieder een pluspion, Ernst had twee torens en een loper tegen de dame.
Een voet-tappende Ernst had niet zo veel tijd meer en de vraag was of het hem zou lukken de dameschaakjes tegen zijn koning op f2/g2 af te weren en zijn d-toren op de zevende rij te krijgen, met zijn andere toren al op g7, de zwarte K op a6, zwarte pionnen op a7, b6, c5 en drie witte er symmetrisch tegenover. Het antwoord kwam noodgedwongen snel. Na dapper een remise-aanbod te hebben afgeslagen, wist hij zijn loper van b2 via c3 naar d2 te manoeuvreren, waarna zwart slechts b6-b5 restte; wat niets meer vermocht maar wel bijdroeg aan een mooi matbeeld (aldus Coenraad, die wederom een gewoon eindspel had).
De partijen van Vincent en Jaap waren inmiddels als een nachtkaars uitgegaan. Vincent won een pion maar moest daarvoor pionnen op g5 en f6 toelaten. Hij had goed gezien dat hij in feite weinig gevaar liep en deed koeltjes verstandige zetten tegen een verhitte tegenstander die domweg een ongedekt paard in liet staan. Jaap kreeg ook al een paard cadeau. Na de opening stond hij straal gewonnen maar hij belandde in een remise-achtig eindspel met ongelijke lopers plus P en moest nog hard werken; na de paardgift had hij nog wat technische zetten te doen.
Coenraads eindspel, een regelmatig toreneindspel met vier tegen drie pionnen op een vleugel, vereiste meer techniek, zoals weten of je naar binnen of naar buiten moet slaan; preciezer gezegd, wil je pionnen e-f of g-f tegen een h-pion. De verbonden vrijpionnen leken mij sterk maar Jan was het met Coenraad eens dat diens keuze voor g-f de juiste was. En hij won; klasse. Zodat onze toppers zich in de opening dan wel het eindspel van hun beste zijde hebben laten zien en onze rommelaars goed gerommeld hebben.
| Leithen 2 | LSG 6 | ½ - 7½ |
|---|---|---|
| Daniël van der Hoeven (z) | Jan Tolenaar (w) | 0 - 1 |
| Hans Wansink | Coenraad Spaans | 0 - 1 |
| Robin Swarts | Ernst Gevers | 0 - 1 |
| Alexander v.d. Bosch | Johan Stins | ½ - ½ |
| Steven Beij | Jaap Beetstra | 0 - 1 |
| Carel Verbiest | Michiel Zeevaarder | 0 - 1 |
| Jerry Beij | Frank Korving | 0 - 1 |
| Hans van Duijn | Vincent Schenkelaars | 0 - 1 |
LSB bekertoernooi, tweede ronde, 17 januari
De eerste turnus van de bekerwedstrijd (45 min. p.p.p.p.) tegen De Zwarte Pion leverde een voorsprong op van 3½ - ½ en het ging allemaal vrij regelmatig, zowel bij Ernst en Johan (winst) als bij mij (Michiel, remise) alsook bij Jaap. Totdat de laatste zich, tot vermaak dan wel gêne van de anderen, in een voordelig zij het lastig toreneindspel de bieten van de beet liet koken. Waarop zijn tegenstander de kadooi gedane kluif weer net zo gemakkelijk liet afkoken.
In de tweede turnus zag het er aanvankelijk ook goed uit maar Ernst en Johan werden slordig, zo is mij verteld, en hun tegenstanders maakten er gebruik van. Toen Jaap later ook verloor was er nog steeds weinig aan de hand want mijn pot was gaar en op opscheppen na klaar. Van dat laatste kwam het echter niet. Met de witte koning op h3 vergat ik een 'neveneffect' van mijn zwarte loper op d8, die daar wits laatste pion afstopte, en g2-g1D betekende pat. Ik had nog een halve minuut maar had lang in tijdnood gespeeld en verwachtte al geruime tijd opgave; een beter excuus heb ik niet.
De Zwarte Pion wilde niet vluggeren maar loten, en wel met een muntje. Koppie-koppie of verlangen naar bed, onverdiend of onterecht, zij gaan door.
Ernst - Rob van den Aardweg 1-0, 0-1
Johan - Wayne Welch 1-0, 0-1
Michiel - Johan den Breejen ½- ½, ½-½
Jaap - Tjerk Albregtse 1-0, 0-1
Derde ronde, 13 december 2011
| LSG 6 | Op Eigen Wieken | 3½ - 4½ |
|---|---|---|
| Jan Tolenaar (z) | Alexander Polak (w) | ½ - ½ |
| Coenraad Spaans | Daniël Borkent | 0 - 1 |
| Ernst Gevers | Wessel Braggaar | 1 - 0 |
| Johan Stins | Maarten van Harten | 0 - 1 |
| Frank Korving | Reinoud Segers | 0 - 1 |
| Michiel Zeevaarder | Thibo Sprinkhuizen | ½ - ½ |
| Jaap Beetstra | Ernst van Ekeren | 1 - 0 |
| Vincent Schenkelaars | Mark van der Ploeg | ½ - ½ |
Een verlaat bericht, het spijt me, maar ik (Michiel) heb eerst vergeefs gewacht op toegezegd materiaal en toen volgden de feestdagen. Het is dus niet omdat er niets goeds te melden valt. Maar er valt inderdaad weinig goeds te melden; we verloren voor de tweede keer op rij.
Het was een beetje ongelukkig want bij een stand van 2½ - 3½ hadden we zelfs nog uitzicht op de winst. Vincent stond compleet gewonnen en ik had een vrije pluspion, zij het in een toreneindspel met mijn toren voor de pion. Vincent overzag echter, met een vracht aan materiaal meer, eeuwig schaak, waarna Thibo Sprinkhuizen in de langste en spannendste partij van de avond het toreneindspel remise hield.
Voorschoten 3 zag een beetje op tegen de wedstrijd omdat ze wisten dat wij met een paar KNSB-spelers waren versterkt, maar die konden deze keer niet het verschil maken. Voorschoten kwam al snel voor door een snelle nederlaag van Johan. Jan maakte echter gelijk: "Mijn tegenstander nam tegen de Engelse opening een opstelling met Lg7 in en speelde al op de zesde zet Ph5. Voordat hij f5 kon spelen moest het paard na 12. g4 weer terug. Na een paar slappe zetten moest zwart na ruil van pionnen en lopers met de koning terugnemen op h6. Een familieschaakje door Dc1-d2 met dubbele aanval op Pd7 beëindigde de partij."
Ernst kwam ondertussen ook goed te staan.
Ernst: "Zwart heeft zojuist Kc8-d8 gespeeld en nu vond ik het zonde van het paard om een kwaliteit te winnen met Pc5-b7+ (bovendien: wat doet die toren op d6?), daarom dus het volgende plan: De2-a6 en nu valt de a-pion, zodat mijn eigen a-pion naar de overkant kan. Na nog enige verwikkelingen lukte dit uiteindelijk en 1-0 derhalve."
Vervolgens gaf Frank zijn oude team echter een cadeautje door een toren te laten insluiten en ik (Michiel) ging misschien te snel in de aanval tegen een tegenstander die mijn gesloten Siciliaan rustig tegemoet trad. Toen ik verzuimde mijn initiatief op te gebruiken en zwart liet rokeren, stond Gert Both iets beter, en hij won later met degelijke zetten terwijl ik aan het dolen was (en twintig minuten 'kwijt', een vreemde gewaarwording).
Jaap was nu, bij 3-2 achter, onze beste hoop. Hij berekende een lange, boeiende ruil beter dan zijn tegenstander en verkreeg een eindspel met ongelijke lopers en twee pluspionnen, waarvan één een verre vrije, maar wist dit helaas niet te winnen.
Dat betekende min of meer het eind van onze kansen, want Coenraad was ondertussen in een ongunstig paardeindspel beland. Jerome had daarom in een evenwichtige stelling het remiseaanbod van zijn tegenstander niet had mogen aannemen. Het maakte uiteindelijk niet uit, want Coenraads tegenstander doorzag de stelling en duwde de zwarte koning naar de verkeerde bordrand, waarna de rest vrij eenvoudig was; maar als lesje ploegdiscipline is het vermeldenswaard dat Coenraad doorspeelde tot het bittere eind, omdat het nou eenmaal om een teamwedstrijd ging en ook paarden bokkesprongen kunnen maken.
| Voorschoten 3 | LSG 6 | 5 - 3 |
|---|---|---|
| Charles van der Ven (z) | Jan Tolenaar (w) | 0 - 1 |
| Hans Lindeboom | Coenraad Spaans | 1 - 0 |
| Wouter Oosthout | Ernst Gevers | 0 - 1 |
| Sander Hilarius | Johan Stins | 1 - 0 |
| Gert Both | Michiel Zeevaarder | 1 - 0 |
| Bernard van Deelen | Jaap Beetstra | ½ - ½ |
| Richard van Offeren | Frank Korving | 1 - 0 |
| Ruurd de Boer | Jerome de Wit | ½ - ½ |
Van het team van vorig jaar, bestaand uit Bart van den Bosse, Albert Lauer, Rick Derksen, Jaap van der Heijden, Milo Gusnúckow, Jerome de Wit, Jaap Beetstra en Vincent Schenkelaars, zijn alleen Vincent en Jaap Beetstra over; Jerome is reserve tot hij in januari naar het buitenland vertrekt. Opvolger van Bart als regelneef (teamleider) is Michiel, tevens schrijver dezes.
Vorig jaar is het zesde in de middenmoot geëindigd. Aangezien het team is versterkt met een paar geheide KNSB-spelers zou het dit jaar beter moeten kunnen. De eerste wedstrijd werd in elk geval gewonnen.
Die wedstrijd ging tegen Oegstgeest 3, dat samen met Leiderdorp 2 is gedegradeerd uit de promotieklasse. Een wedstrijd tussen favorieten dus, waarbij aangetekend dat Leiderdorp 2 vorig jaar vijf bordpunten meer haalde dan Oegstgeest 3 en de onderlinge wedstrijd won.
Jan Tolenaar maakte na een uur of twee remise in een "saaie Stonewall" en ik volgde. Ik offerde ten onrechte een pion maar mijn tegenstander bood na een afruil remise aan omdat hij zich niet lekker voelde en geen zin had het nakende toreneindspel met vier tegen drie pionnen op een vleugel uit te spelen.
Bij gebrek aan aanvoer van stellingen of commentaar van teamgenoten laat ik het pionoffer maar even zien, zodat we in elk geval een diagram hebben. Diagrammen zeggen meer dan woorden, nietwaar?
Aan 9... c5 ging vooraf: ... h6, Lg5-f4. Ik besloot hier hoog spel te spelen met 10. Dd2, met in gedachten 10... cxd4, 11. Lb5 Db6, 12. Db4 om zwarts rochade te verhinderen en met een dynamische stelling. Zo ging het tot ik na ...Db6 zag dat, op Db4, Kd8 kan. Dat is de gewenste positionele compensatie maar het werd me te ingewikkeld en ik sloeg op d7; pion kwijt, levendige stelling weg. Mijn vrind Bowili ('ein kleines aber feines Schachprogramm', niemand kent 'm maar hij rekent op de korte termijn prima) weet wel wat: Ld2 of c4, en zeker in het laatste geval blijft het nog een hele poos levendig.
We kwamen op voorsprong toen Frank Korving (ex-Voorschoten) zijn debuut als LSG'er met een overwinning met zwart opluisterde. Zijn tegenstander offerde, maar niet zuiver genoeg en "met wat gemanoeuvreer" wist Frank zelfs een volle toren voor te komen. Het zag er grappig uit, een linie van acht witte pionnen op het bord, g en h vrij, maar ze waren niet ver opgerukt en Franks KTTP stonden goed; weinig zetten later was het bekeken.
Jaap was inmiddels in een kansloos toreneindspel beland; zijn kale pionnenmeerderheid op de damevleugel (3-1) woog niet op tegen de wolk van witte pionnen in het centrum ondersteund door de toren. Toen ook Vincent verloor - na een pion te hebben veroverd blunderde hij helaas een stuk weg - stonden we achter en werd het spannend.
Na een kleine drie uur won Johan een pion bij goede stelling, en later nog een, terwijl Coenraad zijn tegenstander met pluspion en LL tegen LP in de verdediging drukte. Het ging allemaal tergend traag, maar hun geduldige spel loonde. Johan won uiteindelijk gemakkelijk, al zal het wel sneller hebben gekund, bij Coenraad ging het moeizamer. Hij vond zelf dat zijn stelling niet duidelijk te winnen was en dat de tijd een nuttige bondgenoot was geweest (de verdediger had zoals zo vaak meer tijd nodig) maar dat lijkt me te bescheiden.
Daarmee stonden we op vier punten en werd de partij van Ernst beslissend voor een gelijk spel of winst. Het was er een met wisselende kansen. Ernst begon slecht maar Jan Brandt deed zijn openingsvoordeel zelf teniet met een verkeerde ruil, aldus Ernst. In het middenspel verkreeg onze man voordeel maar gaf vervolgens onder tijdsdruk een kwaliteit en een vrijpion weg. Zijn resterende vrijpion was eigenlijk niet genoeg compensatie maar Jan Brandt verzuimde een pionnetje mee te snoepen op de andere vleugel en op het eind had Ernst zelfs kunnen winnen. Maar wat doet het er toe, hij haalde het winnende halfje binnen en we kunnen tevreden zijn met een wat benauwde maar verdiende overwinning.
| Oegstgeest 3 | LSG 6 | 3½ - 4½ |
|---|---|---|
| Klaas Aalbers (z) | Jan Tolenaar (w) | ½ - ½ |
| Wessel Volders | Coenraad Spaans | 0 - 1 |
| Jan Brandt | Ernst Gevers | 0 - 1 |
| Jan Bey | Johan Stins | 1 - 0 |
| Bert van Brussel | Michiel Zeevaarder | 1 - 0 |
| Erwin de Rouwe | Jaap Beetstra | ½ - ½ |
| Constant Rams | Vincent Schenkelaars | 1 - 0 |
| Kees Noordermeer | Frank Korving | ½ - ½ |