

Waar lag het aan? Schaakmoeheid na het Tatasteeltoernooi en oliebollentoernooi? De weersomstandigheden? De invallersperikelen op het laatste moment? Of gewoon het uit vorm zijn? Feit is: de zesde ronde, tegen Charlois Europoort, was niet best.
Na afloop waren de volgende kreten te horen: "Alleen mijn derde zet was goed", "Wat ben ik dom", "Niet zo dom als ik hoor", "Ik geef zomaar een stuk weg", "Ik ook", "Niet gezien dat het nu al drie keer dezelfde stelling was", en met stip op één "Laat mij de volgende ronde maar buiten de opstelling (vier keer)".
Ik wil het allemaal niet meer weten, wat moet ik hier nog over schrijven? Iets over de speelzaal, die met meer spelende teams best leuk was? Een woord van waardering voor wedstrijdleider Thomas van Beekum, die maar liefst drie wedstrijden onder zich had? De goedkope barprijzen? Een momentje van hilariteit toen de tafel bij een ander team instortte, waardoor de spelers in tijdnood hun bord en stukken van de grond konden rapen? Een teken van solidariteit tussen de LSG-teams in de derde klasse, die alle drie met dezelfde cijfers verloren? Of over het feit dat de grootmeesterberoemdheid over wie onlangs een biografie verschenen is (die momenteel gelezen wordt door verscheidene teamgenoten), opeens in levende lijve in dezelfde speelzaal rondliep?
Oh ja, en ik kan natuurlijk schrijven over kopman Mark. Die als laatste klaar was, en daarmee de eer van het team redde met de enige overwinning. Hij stond de hele partij goed, maar op zet 40 leek hij zijn voordeel weggegeven te hebben, zodat men hem na de tijdcontrole mistroostig nee zag schudden. Mark kwam nog verontschuldigend zeggen dat we niet op hem hoefden te wachten. Onzin natuurlijk, alsof we het opvrolijkpunt wilden missen! Want zoals we allemaal wel verwacht hadden, won onze sterspeler toch gewoon. Dit was dan ook wel gelijk het einde van het goede nieuws.
Aan bord 2 speelde Jeroen die al snel tegen een kleine kwaliteit achterstand aankeek. "Hé Jeroen, hoe ging jouw partij eigenlijk?" "Zet maar in het verslag dat alleen mijn derde zet goed was, en oh ja, ik wil dat mijn teamleidster als LSG-lid wordt geroyeerd omdat ze zo iemand als mij heeft opgesteld." Zal best Jeroen, maar je doet de volgende ronde weer gewoon mee!
Folkert-Jan (bord 3) was als één van de laatsten nog bezig, en moest gezien de stand het eindspel van loper, paard en vier pionnen tegen twee paarden en vier pionnen eigenlijk winnen. En dat terwijl de stelling meer op halma dan op schaken leek, met allemaal vastgelegde pionnen waardoor zijn loper niet zoveel kon uitrichten en zwarts paarden juist wel. Folkert-Jan kwam ons al waarschuwen dat hij dit niet zou gaan winnen, en moest vechten voor remise. Een winst zat er dus niet in, en een remise helaas ook niet.
Wel opnieuw een goede uitslag was er voor vierde bordspeler Frans. Nog ongeslagen dit seizoen, een enorme ratingwinst geboekt, en ook nu weer remise tegen een sterke tegenstander. Een speler op wie je kunt bouwen.Ik leek aan bord 5 eindelijk weer eens te gaan winnen, met een witte pion op f6 tegen een tegenstander die helemaal niets deed. Maar ja, hij zag het wel toen ik een stuk weggaf, toch een beetje jammer. (Ik na afloop tegen een aanwezige grootmeester: "In één zet een stuk weggegeven, hoe dom kun je zijn?". De grootmeester, troostend: "hoezo dom, een stuk weggeven doe je toch altijd in één zet?") Gelukkig is het met mijn fijnproeverskwaliteiten beter gesteld, aangezien ik feilloos proefde dat de cola light over de datum was. Dat zal ook wel de verklaring zijn voor het feit dat mijn vriendelijke tegenstander geen drankje terug durfde aan te bieden.
Marcel handhaafde aan bord 6 zijn 100%-remisescore. Eigenlijk op dezelfde manier als de vorige keren. Hij vond zichzelf gedrukt staan, worstelde zich eruit en bood remise aan. Wilbert (bord 7) was wat teveel geïnspireerd door de blunder van Adinda. Ook hij speelde opeens met een stuk minder, al was de combinatie die het stuk verloor wel wat dieper. Ik bedenk me opeens, volgens mij zijn Wilbert en ik op dezelfde dag jarig. Zou het daaraan liggen? Ik geloofde er nooit in, maar ik geloof dat ik de horoscopen van de Libelle/Margriet/Viva/Telegraaf maar eens ga bestuderen. Misschien moet ik voorspellingen als "een materiele tegenvaller" eens wat serieuzer gaan nemen.
Aan bord 8 zat Michiel Zeevaarder. Hij was vrijdagavond in allerijl gebeld of hij over een uur of tien wilde invallen, en was daar gelukkig toe bereid. Hij begroette ons vrolijk met de opmerking "hier is de verzwakking van jullie team", maar niets bleek minder waar. Hij was juist een van de weinigen die een (lastig) gewonnen stelling leek te hebben. Helaas herhaalde hij in tijdnood de zetten één keer te vaak, waardoor zijn tegenstander remise kon claimen. Maar al met al een goede prestatie. En nu moeten we razendsnel onze wonden gaan likken, want over drie weken moeten we alweer aan de bak.
| Charlois Europoort 3 | LSG 3 | 5½ - 2½ |
|---|---|---|
| Jan Frederik Lagrain | Mark Irwin | 0 - 1 |
| Hans Uitenbroek | Jeroen van der Linden | 1 - 0 |
| Filip Borst | Folkert-Jan Geertsma | 1 - 0 |
| Cor de Wit | Frans Erwich | ½ - ½ |
| Lendert van den Ouden | Adinda Serdijn | 1 - 0 |
| Marc Moors | Marcel Wubben | ½ - ½ |
| Robin Lecomte | Wilbert Mourits | 1 - 0 |
| Arjen Kouwenhoven | Michiel Zeevaarder | ½ - ½ |
Op 7 januari 2012 speelden we tegen het sterke Promotie. Hadden we voor aanvang van deze wedstrijd nog een beetje hoop op een kampioenschap kunnen hebben, na deze ronde lijkt dit wel ver weg.
En dat terwijl Quirinius nog wel zoveel moeite had gedaan om mee te kunnen doen. Aanvankelijk leek het erop dat hij in het weekend zou moeten werken, maar door zowel de weergoden te bespelen als een schip met pech terug naar de haven te laten sturen, heeft hij het werken met twee dagen kunnen uitstellen om nog mee te kunnen schaken. Dat zien we graag Quirinius! Ook dank aan Marco de Mooij, die tot vrijdag standby heeft gestaan om eventueel Quirinius te kunnen vervangen.
Zoals gezegd, Promotie is een sterkte tegenstander. Dat wij voor aanvang van de wedstrijd nog een matchpunt op ze voorstonden heeft meer te maken met verschillen in zwaarte van het programma dan met een verschil in schaakkracht.
Aan de eerste vier borden zaten voornamelijk onze puntenscoorders. Dat beloofde wat, maar helaas laat het uitslagenbriefje zien dat deze ronde een nivellerende werking heeft gehad op de individuele scores. Oftewel, de eerste vier borden hebben het zwaar gehad. Anders gezegd, van de 2,5 punten die ons team heeft vergaard zijn er 2,5 behaald aan de onderste vier borden. Voor de volgende ronde ga ik de opstelling denk ik maar spiegelen.
Maar gedurende de wedstrijd was er nog niet zoveel te merken van de komende misère. Het verloop ging ongeveer als volgt:
Bord 1: Tomas Thissen tegen Maarten van Zetten. Thomas werd bruusk van zijn 100%-score afgeholpen. Hij kon zich er niet van weerhouden een stuk te offeren, maar dit leek ook wel goed te zijn. Helaas miste hij daarna de juiste voortzetting (0-1).
Bord 2: Jeroen van der Linden tegen Promoties ratinghoogste Bernard Bannink. Jeroen stond lange tijd op winst, en toen hij op zet veertig zat te bedenken of hij nog een winstpoging kon doen of op remise aan moest sturen, hoorde hij zijn tegenstander opeens "vlag" zeggen. Toen hoefde verder denken gelijk niet meer (0-2).
Bord 3: Folkert-Jan Geertsma tegen Henk Noordhoek (niet te verwarren met AAS' Henk Noordhoek). Folkert-Jan kwam zich na afloop excuseren voor het feit dat hij zo'n knoeier was. Welkom bij de club, maar wat was er dan? Nou, er was niets aan de hand, maar Folkert-Jan trapte in de enige truc die een pion verloor, waardoor hij in een slecht eindspel met pion achterstand terecht kwam (0-3).
Bord 4: Quirinius van Dorp tegen Willem Broekman. Alle inspanningen van Quirinius om toch te kunnen schaken, hebben zich helaas niet in een (half) punt uitbetaald. Quirinius speelde in goede stelling een niet uit te rekenen maar kansrijk dame-offer, gebaseerd op twee ver opgerukte vrijpionnen, maar helaas bleek het toch niet correct te zijn (0-4).
Bord 5: ikzelf tegen Robby ("laat mijn achternaam maar zitten, die is heel moeilijk") Kevlishvili. Pas 10 jaar en al een rating van 2116. Het ging voor mij niet echt best, eigenlijk best wel slecht met twee ver opgerukte pionnen achterstand, maar gelukkig had ik door de enige truc die de stelling rijk was, nog een kwaliteit teruggewonnen en met twee blauwe ogen een remise binnengesleept. Na afloop werd mij geadviseerd mijn partij goed te bewaren, om mee te pronken ingeval Robby de jongste grootmeester van Nederland wordt (0,5 - 4,5).
Bord 6: Frans Erwich tegen Erik Hennink. Remise. Wederom een goede prestatie van Frans, die voor deze ronde al een overscore van ruim een punt had (1-5).
Bord 7: Wilbert Mourits tegen Arjen Schuurman Hess. Dit zou onze enige overwinning worden. Wilbert won al vrij snel in de partij een kwaliteit, bij ook verder een hele goede stelling. Er waren veel wegen die naar Rome leidden. Wilbert koos ervoor rustig wat verzwakkingen uit te lokken, en later aan een centrumopmars te beginnen (2-5).
Bord 8: Marcel Wubben tegen Sipke de Swart. Beide spelers namen niet al te veel risico, dus Marcel handhaafde keurig zijn 100%-score. 100%-remise welteverstaan (2,5 - 5,5).
Een blik op de stand leert dat we vierde staan, met maar liefst vier matchpunten achterstand op koploper Sliedrecht. Nu volgt er een soort winterstop (Tata Steel stop) en op 11 februari mogen we dan Rotterdam onveilig gaan maken.
In de vierde ronde speelden we uit tegen het sympathieke Het Witte Paard Haarlem 2. Het Witte Paard speelt normaal in het denksportcentrum van Haarlem, waar naast schaken ook wordt gebridged. Schaker en bridger Marcel was ook erg blij dat we daar zouden spelen, want dan kon hij zijn met bridgen vergeten trui weer meenemen.
Helaas bleek dat het denksportcentrum niet beschikbaar was, waarna wij in een honkbalstadion -dè honkbalaccomodatie van Nederland, met NOC*NSF A-status- kwamen te spelen. Zo kom je nog eens ergens als simpele schakertjes. Het bleek wel dat honkbalspelers wat warmbloediger waren dan ons schakertjes, want het was zo koud dat verscheidene personen met jas aan achter het bord werden gesignaleerd. Marcel -die al in zijn jas zat weggedoken- had al bijna overwogen om tussentijds zijn vergeten trui alsnog op te halen.
De reis ernaar toe was wel grappig. Drie van onze vier auto's belandden onafhankelijk van elkaar eerst bij een naburige sporthal, waar de barkeeper op den duur de weg op de automatische piloot begon uit te leggen. De auto van Wilbert, met daarin ook Frans en Thomas, kwam te laat, maar gelukkig begon de wedstrijd ook niet helemaal op tijd.
De wedstrijd dus.
We begonnen met drie remises, te weten Frans Erwich aan bord 6 tegen Harry Lips (een gelijk opgaande partij), Folkert-Jan Geertsma aan bord 4 tegen David Joziasse (voor zover ik weet ook gelijk opgaand), en Marcel Wubben aan bord 8 tegen Rob Mulder (op zijn tandvlees) (1½-1½). Thomas had later ook een remise-aanbod gekregen, maar gezien de stand op de borden van met name Jeroen en Wilbert, moest hij toch maar even doorspelen.
Niet zo goed verging het Jeroen van der Linden aan bord 2 tegen Eduard Leinwand. Jeroen was diepzinnige plannen aan het smeden, maar zag tot zijn verbazing een onvoldoende gedekte pion opeens van het bord verdwijnen, waarna ook de diepzinnige plannen niet meer werkten. Toch jammer. Eigenlijk was het ook meteen kansloos (1½-2½).
Wilbert Mourits speelde aan bord 5 tegen Pepijn Steenbergen. Het leek al snel mis te zijn met een koning op f1, waardoor de h-toren het spel niet meer inkwam. Later zag ik hem eerst met een pion en later zelfs met een stuk minder stug doorspelen. Helaas mocht zijn doorzettingsvermogen niet baten (1½-3½).
Kopman Mark Irwin -die na de partij notabene nog naar zijn werk moest vertrekken, maar desalniettemin met volledige inzet schaakte- speelde tegen René in 't Veld aanvankelijk een moeizame partij. Dat hij deze partij nog wist te winnen was misschien wel het keerpunt in de wedstrijd (2½-3½).
Thomas, die aan bord 3 tegen Jan Seeleman speelde, stond lange tijd een pion achter maar had deze door een truc weer teruggewonnen. Hij had zoals gezegd een remise-aanbod afgeslagen, waarna hij een gelijkstaand dame-eindspel moest zien te winnen. Maar dat is onze topscorer wel toevertrouwd, en de vis werd soepel op het droge gehaald (3½-3½).
Nu was alleen ikzelf aan bord 7 nog bezig, toevallig in een teamleidersbattle tegen Adrie Pancras. Het was een zeer wisselvallige partij, waarin waarschijnlijk beide spelers veel kansen hebben gemist. Zo vond Thomas dat ik absoluut in het verslag moest opnemen dat ik enkele malen d5 had moeten spelen. Maar gemiste kansen golden ook voor mijn tegenstander, de eerste al op zet 8 toen ik - afgeleid van het nog "zoek" zijn van de auto van Wilbert- mijn d4-pion onbedoeld in de aanbieding deed. Gelukkig bleef dit zonder gevolgen, al zou er nog van alles op het bord gebeuren. In het toreneindspel kwam ik nog onverwacht ver, maar de remisemarge werd niet meer overschreden (4-4).
Een blik op de stand leert dat we tegen de nummers zeven tot en met tien hebben gespeeld. Positief is natuurlijk dat wij daar niet tussen staan. Jammer is dat we tegen de beste teams nog komen te spelen, maar we gaan ervoor!
Op 26 november speelden we de vierde ronde, tegen BSG 2. Het was lekker gezellig voor BSG 2, want ook hun eerste team was aanwezig. Minder leuk waren de uitslagen voor BSG trouwens, maar je kunt niet alles hebben.
Het leek vooraf allemaal goed te gaan. Iedereen leek te kunnen spelen, dus ik had mezelf met mijn score van 0 punten al de rol van non-playing captain toebedeeld. Langs de borden lopend zou ik weinig kwaad kunnen doen, en dan konden de teamgenoten die wel kunnen schaken voor de punten zorgen. Helaas bleek Thomas toch verhinderd te zijn, en kon ik ook geen krop sla of konijn bereid vinden om zijn plaats in te nemen. Toen moest ik toch zelf aan de bak. Het vervelende was alleen dat ik Thomas aan bord 3 met zwart had opgesteld, en ik voor mezelf een plaats aan bord 8 wat passender had gevonden. Aan de andere kant: verliezen kun je het beste aan een hoog bord doen. Oké, ik dus aan bord 3.
Gelukkig was er nog wel de tijd om ons flink voor te bereiden met het opzetcorvee. Het voordeel daarvan is dat als het dan 12.00 is, je wel goed wakker bent.
Maar goed, de wedstrijd. Aan bord 8 speelde Frans Erwich tegen Bert Kieboom. Frans had al snel een hele goede stelling, en het leek met een witte vrijpion op b7 uitzoeken hoe hij wilde winnen. Hoe hij het precies heeft gedaan heb ik niet gezien, maar het eerste winstpunt was in ieder geval binnen (1-0).
Aan bord 7 mocht Wilbert Mourits, spelend tegen Eddy van de Velden, over geluk niet klagen. Nadat Wilbert een stukoffer tegen drie pionnen over zich heen gekregen had, kwam hij in een eindspel met twee pionnen minder. Op de een of andere manier heeft hij dit nog remise weten te houden. Hulde! (1½ - ½). Ook buurman Marcel Wubben, aan bord 6 spelend tegen Tom de Ruiter, deelde met plezier het punt, na de hele partij tegen een gedrukte stelling aankeken te hebben (2-1).
Aan bord 5 speelde Folkert-Jan Geertsma tegen Jarno Witkamp. Topscorer Folkert-Jan bood na afloop excuses aan voor zijn slechte spel (viel wel mee toch?). Hij had een tijd een goede stelling gehad en verwacht zeker ergens een winst gemist te hebben (2½-1½). Jeroen van der Linden speelde aan bord 4 tegen de teamleider van de tegenstander, Theo Slisser. Jeroen had een fantastische pionharmonicastelling op de witte velden, d3-e4-f3-g4-h3, esthetisch gecompleteerd door een loper op h1 die onmiskenbaar veilig opgeborgen stond. Zijn tegenstander dacht dat er wel iets uit te halen moest zijn, en brak de stelling open, maar dat viel juist in het voordeel van Jeroen uit (3½-1½).
Aan bord 3 speelde ikzelf -voor de weggevallen Thomas- tegen Chris Kooijman. Thomas zelf kwam om ongeveer 14.00 ons supporteren, en zag tot zijn afgrijzen hoe mijn zwarte stelling ervoor stond. Daar had ik zelf niet zoveel last van -Thomas na afloop: "maar goed dat je door een roze bril naar je stelling kijkt, anders had je het niet lang meer getrokken"-, maar de computer had op een gegeven moment een stellingswaardering van 4,0 (voor wit dus). In de partij miste wit gelukkig voor mij wat winnende voortzettingen, en maakte daarna een behoorlijke fout waardoor ik de partij zelfs nog wist te winnen (4½-1½).
Mark Irwin speelde aan bord 2 tegen Ruben Hilhorst. Lang bezig, maar helaas niet gewonnen (5-2). Ook Quirinius van Dorp had tegen Coen van der Heijden een hele goede stelling gehad, maar ook een hele slechte. Het wisselde nogal, en misschien is remise dan wel de meest terechte uitslag. Dat werd het dan ook (5½ - 2½).
Geen nederlagen deze ronde, vijf remises en drie overwinningen. Prima. Wij staan nu op een gedeeld tweede/derde plek. En deze overwinning is nog beter dan we al dachten, want ik zie opeens dat het team de hoogste gemiddelde rating van onze poule heeft. Soms kun je maar het beste niet alles van tevoren weten.
Overigens hoop ik nog op coulance van de KNSB, want het bleek dat mijn doorgaans onvolprezen telefoon de door mij ge-sms'te uitslag in de wacht had laten staan, waar ik pas om half elf achterkwam. Zelfs op Utrechtschaak werd een opmerking gemaakt waar onze uitslag bleef. Ik wil alvast de penningmeester mijn excuses aanbieden voor de mogelijke boete.
De voortekenen waren moeizaam. Behalve dat sterspeler Mark Irwin verhinderd was, leek het ons uberhaupt niet gegund om in Zaandam te komen. Zowel het autovervoer (te weinig auto's) als de OV-reis (niet iedereen had een OV-chipkaart) stuitten op problemen. Uiteindelijk was na ettelijke mails over en weer twee dagen van tevoren het reisschema vastgesteld. Gelukkig toch met de auto.
We speelden tegen ZSC Saende 2. Dat geeft subtiel de teloorgang van LSG 3 aan, want in voorgaande jaren speelde LSG 3 nog tegen ZSC Saende 1, een team waar nu LSG 2 het tegen mocht opnemen. Aan het begin van de wedstrijd leek alles gelijk op te gaan. Er zou echter nog van alles gebeuren.
Quirinius speelde aan bord 1 een degelijke remise tegen Jaron Rosegg. Na afloop hoorden we verscheidene tegenstanders verzuchten dat remise aan bord 1 wel erg knap was. In feite hadden ze een tactische opstelling en iemand aan bord 1 opgeofferd (½ - ½).
Aan bord 2 speelde Jeroen van der Linden tegen de teamleider van de tegenstander, Dennis Rosegg. Jeroen raakte na een mislukte truc een stuk achter, maar wist het zijn tegenstander zo lastig te maken dat deze uiteindelijk onder de druk bezweek (1½ - ½). Ook Folkert-Jan (bord 3) had niet te klagen. Tegenstander Hein Middelhoven had een zeer gevaarlijke aanval en had al een zekere winst gemist. Daarna kon hij nog een zet of 15 remise forceren wat hij niet deed omdat hij dacht dat de winst zich toch wel een keer zou aandienen. Folkert-Jan kon de remise toch niet vermijden, ging in afwachting van de beslissing van zijn tegenstander op de andere kant van het bord spelen, kwam steeds beter te staan, snoepte een paar pionnetjes mee, en toen hij erin slaagde dames te ruilen was het uit met de pret (2½ - ½).
Marcel Wubben speelde aan bord 4 een vrij rustige remise tegen Huib Middelhoven. Wel grappig was dat hij met zwart na de opening dezelfde opstelling had als Jeroen van der Linden. En dat terwijl hun tegenstanders de witte stukken totaal verschillend hadden neergezet. Kortom, maak je niet druk over wat er aan de andere kant van het bord gebeurt, maar doe gewoon de zetten die je zelf wil (3 - 1).
Aan bord 5 zat Thomas Thissen voor de gelegenheid achter de witte stukken tegen Alex Koelewijn. Thomas speelde een gambiet in het Frans dat bijzonder goed uitpakte. Ook met een vluchtige blik op zijn bord was al te zien dat zwart het erg moeilijk had. Het was uiteindelijk uitzoeken hoe hij wilde winnen (4 - 1). Ikzelf was in een gelijke stelling in een truc getrapt en stond meteen verloren. Volgende keer laat ik me vervangen door naar keuze een krop sla of mijn konijn. Ik zal eens kijken of de KNSB hun lidmaatschap wil accepteren (4 - 2).
Voorafgaand aan de wedstrijd zei Wilbert Mourits dat hij graag om 17.00 weg wilde naar een afspraak. Ondanks de waarschuwing dat een wedstrijd tot 19.00 kon duren, was hij vol goede moed over een eerder eindtijdstip. De lezer raadt het al, juist Wilbert was het langst bezig. Niet voor niets trouwens, na een moeizaam begin tegen Willem de Boer wist hij toch vrij regelmatig te winnen (5 - 2). Frans Erwich speelde zijn eerste partij voor LSG 3, en wat voor een. Een pionopmars leverde een stuk op, en de partij werd vakkundig afgemaakt (6 - 2).
We zijn weer op de weg terug!
Na de degradatie van vorig seizoen, ging LSG 3 er weer tegenaan. Op papier is LSG 3 dit jaar op rating een van de kanshebbers in onze poule. Na de vele pakken slaag van vorig jaar, begonnen we weer vol goede moed. De eerste ronde speelden we tegen het gepromoveerde De Uil uit Hillegom. Grappig, volgens mij is het de eerste keer dat we tegen hen spelen.
Sinds vorig jaar mogen we twee nieuwe LSG 3'ers verwelkomen namelijk Quirinius van Dorp (terug van weggeweest vanuit Wenen) en Folkert Geertsma. Folkert is al jarenlang non-playing captain van LSG 1, maar dit jaar speelt hij daarnaast ook zijn eigen potjes in LSG 3. Een dubbele rol zeg maar. Folkert wist al snel te vertellen dat LSG 1-tegenstander en kanshebber HMC Calder met een jonge invaller speelde ("Wie dan?" "Oh, ene Anish Giri, ofzo"), en na deze geruststellende mededeling nam hij geconcentreerd achter zijn bord plaats.
Folkert was ook prompt de eerste die klaar was. Voor we het goed en wel doorhadden, stond zijn bord weer in de beginstelling met zijn witte koning midden op het bord. Hij had de druk de hele partij opgevoerd, tot zijn tegenstander een stuk weggaf. Folkert zelf was tijdens de partij al erg tevreden, en in de analyse bleek ook voor zijn tegenstander Rob Warmerdam dat die toch wel van hele goeden huize had moeten komen om de problemen het hoofd te kunnen bieden (1-0).
De kop eraf met een overwinning, dat beloofde wat.
Blijkbaar waren de aardstralen in dat stukje van de zaal gunstig voor ons, want de volgende die klaar was, was Folkerts buurman Thomas Thissen, spelend tegen Edwin Heemskerk. Zoals wel vaker begreep ik ook nu niets van de stelling van Thomas, maar gelukkig is hij altijd bereid om na afloop zijn partij te laten zien. Eigenlijk was het deze keer geeneens zo moeilijk te begrijpen. Gewoon met al je zwarte stukken de witte koning belegeren tot die mat staat of wit een dame verliest. Wat kan schaken toch simpel zijn (2-0).
Helaas was het nu even gedaan met de goede zaken. Quirinius van Dorp was tegen Jan Havenaar een leuke aanvalspartij aan het spelen met zijn paarden ver in de witte stelling, en eigenlijk had ik zijn punt al een beetje geteld. Helaas overzag hij een penning die hem een stuk kostte (2-1). Adinda speelde tegen Theo Bakker. Door subtiel spel kwam ze een pion voor, maar in de analyse bleek dat ze beter simpele voor de hand liggende zetten had kunnen spelen. Toen de problemen begonnen, kon het teruggeven van de pion niet meer baten (2-2).
Marcel Wubben speelde aan bord 6 tegen Dick Roosa. De partij ging vrij rechttoe rechtaan en het stellingsoordeel wisselde tussen gelijk en beter voor Marcel, maar aan het einde stond het toch echt gelijk (2½-2½).
Aan het kopbord kreeg Mark Irwin een aanval van Jerry Bey over zich heen. Ik heb niet echt gezien hoe het ging, maar aan het eind stond Mark twee stukken voor en was er nog weinig aanval over (3½-2½).
Ondanks de voorsprong waren we er nog lang niet. Jeroen van der Linden en Wilbert Mourits waren nog aan het schaken, en iemand kwam in de analyseruimte vertellen dat ze alletwee verloren stonden. Wij dus in paniek naar de wedstrijd. Nu stond Wilbert inderdaad een pion achter, maar Jeroen had een best kansrijke stelling met de materiaalverhouding twee torens tegen dame (met ongelijke lopers en beiden nog wat pionnen). Wilbert had een moeizaam eindspel met een sterke pion minder dat hij desalniettemin nog lang wist te verdedigen. Tegenstander Jan Vreeburg leek lange tijd geen vorderingen te kunnen maken, maar helaas had hij natuurlijk ook geen haast en op een keer kwam de winnende voortzetting wel. Na een hele tijd ploeteren moest Wilbert toch het onderspit delven (3½-3½).
Jeroen was nu als laatste de eer van LSG aan het verdedigen. Ondanks zijn eerdere verzuchtingen dat hij echt helemaal niets meer zag en maar remise ging aanbieden, had hij toch dapper doorgespeeld. Zijn inspanningen mochten echter niet baten. Meer dan remise zat er niet in (4-4).
Op rating hadden we deze wedstrijd eigenlijk moeten winnen, maar gezien de acht (!) achtereenvolgende nederlagen van LSG 3 in het vorige seizoen, zijn we in ieder geval weer op de weg terug.