
Voorzitter en eerste teamspeler Rudy van Wessel ziet LSG in de meesterklasse blijven
Geen toppers: de zwakte én de kracht van het Leidsch Schaakgenootschap
LEIDEN - Soms kan één simpel bordpunt een enorm groot verschil maken. Je hoeft het de schakers van het in de meesterklasse uitkomende eerste team van LSG niet uit te leggen. Het noemen van de naam van HSG is in dit verband al ruim voldoende.
Het gebeurde in de tweede ronde van de eredivisie van het schaken. De Leidse amateurs namen het daarin op tegen de titelpretendenten van het Hilversums Schaakgenootschap en deden dat boven verwachting. In wedstrijdpunten leverde het heroïsche duel echter niets op. Het compleet voor HSG uitkomende Nederlands Olympiadeteam mocht dan door de Leidenaars met 2½ - 1½ zijn verslagen - in totaal ging de volle winst met 5½ - 4½ toch mee naar Hilversum. Rudy van Wessel: "Terwijl we beslist kansen hadden op meer. Een gelijkspel, een kleine overwinning. Heel erg jammer. Dan hadden we na twee wedstrijden op de eerste plaats gestaan en waarschijnlijk geen enkel probleem meer gehad."
Een situatie die absoluut niet lijkt op de werkelijkheid van die na de derde speelronde. LSG 1 is inmiddels een zwak rondje tegen Voerendaal verder (3½ - 6½ verlies) en weet zich op de ranglijst nu weer omringd door mede-degradatiekandidaten. Een van hen, ESGOO uit Enschede, trekt zaterdag naar Leiden om het (vanaf twaalf uur) in het Denksportcentrum aan de Robijnlaan op te nemen tegen het Leidsch Schaakgenootschap. Van Wessel gaat er vanuit dat het om een confrontatie gaat waaraan LSG twee wedstrijdpunten kan overhouden. Maar verstrekt geen garanties: "Omdat je ook bij ESGOO niet zo goed kunt inschatten met welke spelers ze naar Leiden komen. Voor dat team komen niet alleen amateurs uit het hele land uit, maar incidenteel ook de nodige Duitse schakers. Het is moeilijk om je daarop in te stellen."
Die onzekerheid en het gegeven dat teams als Breda en Rotterdam het wel heel bont maakten door met fantasieopstellingen aan te schuiven als de play-offs al waren bereikt, zorgden er drie jaar geleden voor dat Van Wessel vrijwillig uit het eerste team stapte. "Ik heb geen problemen met profs, ik speel er zelfs graag tegen. Maar hou de competitie wel een beetje eerlijk. Nou, dat deden die clubs toen absoluut niet en daar had ik het op een gegeven moment echt helemaal mee gehad. Nee, niet omdat wij benadeeld waren. Sterker nog, ik was toen met LSG juist net in de meesterklasse gebleven omdat we in de slotronde zo'n beetje tegen Rotterdam 3 hadden gespeeld, waardoor niet wij maar Utrecht alsnog degradeerde."
Inmiddels is Van Wessel, 35 jaar en net begonnen aan zijn derde jaar als voorzitter van het uit 1895 stammende LSG, weer terug in het vlaggenschip van zijn club. En niet zonder succes. De speler die de competitie in de regel 'met een klein plusje' afsluit, mag zich - mede door een enorme blunder van HSG-topper Dennis de Vreugt - met drie uit drie topscorer van het team noemen: "Is wel lekker ja, maar die score geeft natuurlijk wel een vertekend beeld. Ook na dit seizoen ben ik tevreden met dat kleine plusje. Zeker als we met LSG weer in de meesterklasse zijn gebleven."
Een meer dan reële mogelijkheid, zo stelt Van Wessel. LSG mag het dan na het afscheid van trainer-speler John van der Wiel dit seizoen dan uitsluitend met amateurs moeten doen, dat blok is hecht en sterk genoeg om de meester-status te behouden: "Tussen onze sterkste en onze op papier zwakste speler zit een verschil van iets meer dan honderd punten: van even boven de 2400 aan ratingpunten tot rond de 2300. Geen toppers, dat zou je onze zwakte kunnen noemen. Maar het is direct ook de grootste kracht van ons team."