Captain: Peter van der Hoeven

Verslagen:
Ronde 7: Inter Nos 1
Ronde 6: AAS 3
Ronde 5: ASC 3
Ronde 4: Philidor 4
Ronde 2: Bodegraven 2
Ronde 1: Rijnwoude 1

 

LSG


Tweede klasse A Eindstand 2006-2007

2e klasse AMPBP12345678
1AAS 31337½ 545575
2LSG 712413 
3Philidor 410324 46
4Bodegraven 2826½34 45
5Oegstgeest 4625½34 45
6Inter Nos 1423134 54
7ASC 3219½23 
8Rijnwoude 1119334 

Ronde 7: Inter Nos 1

Het seizoen 2006/2007 zit er op. LSG7 is teleurstellend tweede geworden in de 2e klasse LSB A-poule. Dat betekent helaas geen promotie. Weliswaar heeft AAS3 onverwacht nog één matchpunt laten liggen tegen een ontketend Philidor (het werd daar 4-4), maar dat mocht ons niet baten. Sterker nog, het had maar weinig gescheeld of wij hadden in de laatste ronde tegen Inter Nos matchpunten gemorst. Toen de rook was opgetrokken, konden we enigszins beschaamd terugkijken op een nipte 3½-4½ overwinning. Bart had tijdens de match nog geopperd dat het toch wel zuur zou zijn als wij tegen Inter Nos op 4-4 zouden uitkomen, wanneer AAS zou verliezen. Dan zouden we immers voor de tweede maal binnen één seizoen het kampioenschap uit handen hebben gegeven.

Deze voorspelling zat uiteindelijk heel dicht bij de werkelijkheid. Aangetekend moet worden dat wij onze twee op papier sterkste spelers (Vincent en Chris) moesten missen. Daar staat weer tegenover dat we konden beschikken over twee uiterst competente invallers (Rick en Jos). Dat bleek geen overbodige luxe. Volkomen terecht stonden onze tegenstanders zich na afloop te verkneukelen over hun knappe teamprestatie. Wat overigens niet onvermeld mag blijven, is dat na aanvang van de partijen een LSG-telefoon afging (sic!). Dat dit vergrijp onbestraft bleef, mag mijns inziens zonder meer als uiterst sportief worden aangemerkt. Hieronder vindt u weer de individuele bevindingen:

Diagram Jos - Inter Nos

Bord 5: Jos:
"Ik kreeg in mijn partij tegen R. van Sandijk een gunstige variant van het Göring-gambiet op het bord. Zo gunstig dat ik dacht met een loper-offer op f7 meteen beslissend voordeel te halen. Helaas was dat iets te lichtzinnig en bleef ik gewoon een stuk achter... Daarna wist ik nog wel aanvalskansen te creëren, maar mijn tegenstander maakte geen fout. Ik had nog gehoopt dat hij in onderstaande stelling met g6 het hinderlijke paard zou verjagen (naar g7), maar helaas... Er gingen steeds meer stukken van het bord en uiteindelijk bleef een totaal verloren eindspel over."

Bord 1: Rick:
"Met wit tegen Breedijk kreeg ik voor het eerst in lange tijd het Von Henning-Schara gambiet te bestrijden. Dat is een variantje van de Tarrasch waarin zwart te weinig heeft voor de pion maar wel erg actief staat. Sommige mensen vinden dat mooi en gedurfd schaak. Met veel moeite kon ik me de hoofdvariant voor de geest halen, maar op de dertiende zet speelde ik een te passieve zet waar wit meestal bruut b4 speelt. Breedijk kreeg een sterke aanval, miste de beste voortzetting en koos toen voor een eindspel waarin hij volgens mij niet beter stond. Het werd vervolgens een toreneindspel en daarna - te laat gezien - een voor mij eng pionneneindspel. Ik had de indruk dat Breedijk dacht dat de pionnenrace simpele winst voor zwart op zou leveren, maar helaas voor hem moest hij tussendoor een koningszet doen. Toen kon ik kiezen voor een dame-eindspel met een pion minder of voor een pionneneindspel. Mede vanwege mijn achterstand op de klok koos ik voor het laatste. Dat was een onjuiste beslissing. Ik heb de precieze zettenreeks niet kunnen reconstrueren, maar het lijkt erop dat zwart vrijwillig via b7-b6 een tempo weggaf, zodat ik de oppositie kon nemen met remise als resultaat. Breedijk bleef het nog lang proberen, ofwel omdat hij mijn elementaire eindspelkennis wou testen ofwel omdat hij het zelf niet meer wist. Dat laatste lijkt uitgesloten bij iemand met een rating van 1976, maar na vele jaren in de LSB verbaas ik me nergens meer over."

Bord 3: Bart:
"Tegen een koningsindische verdediging maar weer eens een ouderwetse 4 pionnen aanval van stal gehaald. De partij week al vrij snel af de aan mij bekende theorie maar ik had wel wat ontwikkelingsvoorsprong op weten te bouwen. Nadat zwart f5 kon spelen begreep ik echter weer vrij weinig van de stelling. Dankzij een onnodig loperoffer van mijn opponent kwam ik toch gewonnen te staan. Hij hoopte op een vernietigende koningsaanval maar deze sloeg niet door. Toen hij in tijdnood ook nog zijn dame liet insluiten hield hij het snel voor gezien."

Foto: Peter van der Hoeven

Bord 7: Peter H:
"Mijn tegenstander speelde in de opening met de zwarte stukken sterk en agressief. Hij kreeg al snel een beest van een paard op e4. Na mij te hebben sufgerekend op allerlei kansrijke varianten waarbij zwart zijn loper op h3 zou offeren, kwam ik tot de conclusie dat die edele viervoeter er hoe dan ook gewoon af moest. Mijn tegenstander gaf hardop aan niets van mijn zet (Lxe4) te begrijpen. Later bleek dat dit kwam doordat hij dacht dat ik mijn witveldige loper gewoon offerde. Hem was blijkbaar even geheel ontgaan dat op dat veld vóór die zet zijn veruit sterkste stuk stond! Bizar om desondanks te moeten contateren dat hij op de overige velden best goed kon schaken. Achteraf denk ik dat veld e4 gewoon in zijn blinde vlek viel, want kort daarop liet hij de pion die mijn loper had (terug)geslagen geheel onverdedigd staan. Pak!, dus. Het kostte vervolgens nog flink wat tijd en nauwkeurig spel om deze pionwinst ook tot partijwinst uit te bouwen, maar echt moeilijk werd het gelukkig niet meer."

De laatste 4 borden moet ik zelf weer even iets verzinnen.

Bord 2: Gertjan:
Hoewel Inter Nos vanaf bord 2 al geen echt sterke schakers meer kon opstellen, kwam Gertjan er niet aan te pas. Hij verloor vrij geruisloos.

Bord 4: Jaap:
Jaap had in de opening een pion weten te veroveren en was er al gauw van overtuigd dat zijn partij niet meer verloren kon gaan. Dit bleek te kloppen.

Bord 6: Ronald:
Op zijn inmiddels vaste bord 6 probeerde Ronald met zwart van alles om het witte spel te ontregelen. Dit leek lange tijd goed te gaan, maar echte vooruitgang boekte hij niet. Toen wit uiteindelijk een zeer sterk paard midden in de zwarte koningsstelling wist te plaatsen, kon hij meteen opgeven. Het was zijn eerste nederlaag in een externe wedstrijd voor LSG.

Bord 8: Peter S:
In zijn pas tweede wedstrijd voor LSG dit seizoen wist Peter opnieuw te winnen. Het leek er op dat de zwarte koning flink onder druk werd gezet, maar in feite was het juist zwart die van de stukkenruil op de koningsvleugel kon profiteren. Dat betekende een snel ( en naar later bleek uiterst nuttig) punt.


Tekst: Peter van der Hoeven

Ronde 6: AAS 3

Het zal inmiddels genoegzaam bekend zijn: LSG 7 is er helaas niet in geslaagd om 4 bordpunten bij elkaar te sprokkelen tegen het op papier sterkere team van AAS 3. Dit tot grote teleurstelling van alle spelers, want van tevoren leek het erop dat we in de voorbereiding al het mogelijke hadden gedaan. Bovendien hadden we met een gelijk aantal matches al 5 (zegge: vijf!!) bordpunten meer bij elkaar gesprokkeld. We hebben zelfs een teambespreking op de vrijdag vooraf gehad, tijdens een gezellige maaltijd in De Bruine Boon. Weliswaar kon uiteindelijk slechts de helft van het team daarbij aanwezig zijn, maar daar kan het niet aan hebben gelegen. De weloverwogen teamopstelling die uit het overleg is voortgekomen, leek door de bank genomen de beste kansen te bieden. Gertjan en Ronald zouden wat hoger gaan spelen (resp. op 3 en 4), Chris en Bart wat lager (resp. 6 en 7) en we hadden de sterke Rick Derksen bereid gevonden om de zieke Peter Sonneveldt te vervangen. Uiteindelijk wilde Ronald toch liever aan zijn vertrouwde bord 6 spelen, waardoor Chris op bord 4 uitkwam. Het gaat echter veel te ver om het verlies alleen daarmee te verklaren.

Gertjan Schreur

Zoals verwacht kon worden, was AAS 3 op volle oorlogssterkte aangetreden. Met Rick voor Peter S zaten wij daar zelfs iets boven. Hoewel we desondanks toch beduidend zwakker waren dan onze tegenstander, werd toch stiekem gehoopt/gerekend op een stuntje. 4-4 zou voor ons voldoende zijn. Nu is promotie hoogst twijfelachtig geworden. AAS 3 zal bijvoorbeeld van Philidor moeten verliezen (gaat niet gebeuren), of AAS 3 moet volgend seizoen niet in staat zijn om een derde team op de been te brengen (niet geheel ondenkbaar). Hoe het ook zij, we hebben het niet meer in eigen hand. Hoe het allemaal zover heeft kunnen komen, kunt u (gedeeltelijk) hieronder lezen. Het zal immers geen verbazing wekken dat sommige spelers uit pure frustatie niet meer in staat waren kond te doen van hun malheur. Het spreekt echter vanzelf dat we op 20 maart 2007 als team hebben gefaald.

Bord 5: Jaap van der Heijden:
"Ik neem aan dat ik net zoals de rest van het team vol goede moed en hoop de kampioenswedstrijd begon. Ik had zwart en daar had ik bewust voor gekozen in de gezellige teambespreking. Ik was nog goed gemutst toen mijn tegenstander opende met 1. c4 omdat ik graag Damegambiet speel en dus kon reageren met 1... c6 wat in veel gevallen leidt naar zettenverwisseling van de hoofdvariant. Toen mijn tegenstander echter besloot de witte loper te ontwikkelen naar g2 was ik snel uit mijn openingsboek, ik had het gewoon nooit tegengehad. Ik besloot geen d5 te spelen (wat eigenlijk wel voor de hand ligt) omdat wits witte loper dan op de het pionnenblok b7 en c6 blijft kijken. Het gevolg was dat ik me genoodzaakt voelde wel e5 te spelen om wat druk te geven op het centrum en wat spel te krijgen. Uiteindelijk had ik eigenlijk het idee best goed ontwikkeld te staan totaan de zet dat wit besloot d4xe5 te spelen en dus de d-lijn open kwam. Mijn tegenstander kon toen de torens verdubbelen op die lijn en dat truukje kon ik hem niet nadoen maar ik had nog gehoopt de torens te kunnen afruilen. De zet die mijn tegenstander deed om dit te voorkomen was een hele sterke en pakte mij op het zwakke punt in de stelling en hield mij in een greep met verschillende penningen waar ik niet meer op kon reageren. Achteraf bleek een koningszet nog spel te kunnen geven maar die had ik niet gezien. Helemaal klem stond ik en toen wit de stelling openbrak met f4 stond ik verloren omdat ik een stuk ging verliezen. Ik heb toen opgegeven."

Bord 7: Bart van den Bosse:

"Ik won een pion in een Slavische partij waarin ik vervolgens een aantal strategische missers beging. De pion werd teruggewonnen en ik kwam daarop in een iets minder dame pionnen eindspel terecht dat ik verloor."

Bord 2: Rick Derksen:
"De heer Jungen (1970) en ik brachten vlot een dozijn zetten theorie van de b4-variant van het klassieke Konings-Indisch op het bord. Op 13... f5 antwoordde ik met Lxf4, omdat die zet in een aantal eerdere witpartijen van mij zo steengoed was gebleken. Deze stelling was echter een klein beetje anders en Lxf4 lijkt achteraf niet zo sterk. In die paar grootmeesterpartijen waarin de bewuste stelling was voorgekomen speelde wit Pd2 of Ta3. Een voordeel van mijn voortzetting was dat ik nog wist hoe ik het best op fxe4 (in plaats van het betere exf4) kon reageren. Daarna heb ik me suf zitten rekenen aan de gevolgen van 19. Pf6+ Txf6 20. Dxf6. Zwart krijgt twee stukken voor een toren, maar het gaat erom of wits aanval of zwarts tegenaanval beslissend is. Ik besloot het erop te wagen, maar mijn tegenstander speelde a tempo 19... Kf7. Hij had verder gerekend dan ik en dacht dat Txf6 zou verliezen. Fritz, die nog verder kan rekenen, komt met een geforceerde remisevariant.
Na Kf7+ zag ik niets beters dan af te wikkelen naar een dubbel toreneindspel. Zwart stond daarin structureel beter, maar na 24. Ta3 was duidelijk dat wit door de grote activiteit van zijn torens voldoende compensatie had. Het was zelfs zo dat ik de zwarte koning in een matnet dreigde te vangen. Zwart meende dat te voorkomen met 31... Ta3 (het door mij verwachte Ta2 had remise gemaakt), maar na die zet blijkt wit mat in tien te hebben, beginnend met de manoeuvre 32. Te4+ Kf5 en alsnog 22. f3. Dit is exact de methode die door Mark van der Werf na de partij werd aangegeven, nadat de plannen van een handjevol clubgenoten hadden gefaald. In de paar minuten die ik nog had voor de tijdcontrole kwam ik er niet uit (ik vrees eerlijk gezegd dat meer tijd niet had geholpen), zodat ik afwikkelde naar een toreneindspel met een waardeloze pluspion. Mijn tegenstander bood remise aan net voordat ik twee kale koningen op het bord zou brengen. Jammer, maar voor mijn doen ondernemend gespeeld."

Bord 6: Ronald Landheer:
"Links en rechts van mij zag ik koningen de "verkeerde kant" op rollen en ik vond dus dat het tijd werd om voor LSG iets terug te doen. Gelukkig werd ik daarbij door mijn tegenstander een handje geholpen. Na een rustige opbouw, was ik in een stelling beland waarin ik van plan was met mijn pionnenmeerderheid op de damevleugel te gaan oprukken. Maar kennelijk met de bedoeling om dat te voorkomen, bracht zwart op dat moment op diezelfde vleugel een paardoffer, dat mij hoogst dubieus leek. Hoe zou het komen vroeg ik mij vertwijfeld af, dat iedereen de laatste tijd maar schijnt te denken dat-ie tegen mij ongestraft stukoffers kan plegen?! Zie ik er werkelijk zó onschuldig uit? (PH: Tja Ronald, we hadden je niet voor niets op bord 4 ingepland) Hoe dan ook, mijn pionnenmeerderheid op de dameveleugel was weliswaar weg, maar met een paard meer (tegen een pion), speelde het toch ook wel comfortabel en toen bleek dat zwart in feite geen enkele compensatie meer over had voor het geofferde stuk, hield hij het na 32 zetten maar voor gezien. Hè, hè, eindelijk weer eens een koning die de "goede kant" op rolde..."

Chris de Weert

Bord 8: Peter van der Hoeven:
"Mijn eigen partij was er één van wisselende kansen. Reeds in de opening moest ik beslissen om mijn pion op b2 weg te geven aan de zwarte dame, of deze te verdedigen door een andere voortzetting te kiezen dan ik van plan was. Daarmee zou de stelling echter vervlakken en elk punt zou nodig zijn. Ik ging dus voor het offer, maar moest daarvoor wel erg diep en lang in de stelling kijken. Mijn tegenstander kreeg dorst en wilde mij ook iets aanbieden. Het meest gepaste (lees: minst storende) moment daarvoor (vlak na het voltooien van zijn eigen zet) was echter reeds enige minuten gepasseerd. Ik verkoos daarom geconcentreerd te blijven rekenen, waarop hij mij (en anderen rond ons) bijzonder hinderlijk uit mijn concentratie meende te kunnen halen. Hij wapperde zelfs met een blaadje vlak voor mijn gezicht! Ik wees hem er toch wel enigszins geagiteerd op dat schaken een DENKsport is en dat hij met zijn gedrag flink buiten zijn boekje ging. De toon was daarmee gezet (sorry Bart!). De pion die ik in de opening had gegeven, kon ik inderdaad vrij gemakkelijk terugwinnen. Het spectaculaire moment (schijndameoffer) dat ik daarvoor koos, was evenwel niet het meest gelukkige. Het had me even later zelfs een stuk en de partij kunnen kosten, hoewel ik thuis vrij vlot nog prima verbeteringen voor mezelf heb gevonden. Zoals het nu liep, kwam ik na dameruil in een zeer voordelig eindspel met een pion meer terecht. De ruime tijdsvoorsprong van mijn tegenstander verdween als sneeuw voor de zon. Met toch wel behoorlijk de pest in, vanwege het inmiddels bekend geworden buitengewoon teleurstellende teamresultaat, schoof ik de partij balorig naar winst. Daarna restte LSG 7 niets anders dan tot diep in de nacht ons verdriet te verdrinken."

Geen persoonlijk verslag dus van Vincent, Gertjan en Chris - wel 2 foto's, Gertjan boven en Chris daaronder. Vincent speelde op bord 1 een prima partij. In hogere zin heeft hij zelfs nog ergens even gewonnen gestaan, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij zelfs dacht verloren te staan toen hij remise kreeg aangeboden en aannam. Gertjan deed op bord 3 wat hij kon, maar dat was uitgerekend op 20 maart wat minder dan gebruikelijk. Kortom: hij verloor. Chris kreeg op bord 4 remise aangeboden en weigerde dit. Vervolgens gaf hij pardoes een stuk weg en daarmee de partij.

Op donderdag 19 april spelen we onze laatste wedstrijd, uit tegen Inter Nos. Die moet hoe dan ook worden gewonnen (al is het alleen maar om de enorme frustratie weg te werken), maar ik vrees met grote vrezen dat we er geen kampioen meer mee zullen worden.


Tekst: Peter van der Hoeven

Ronde 5: ASC 3

Als "opwarmertje" voor de beslissende wedstrijd tegen AAS 3 op 20 maart, mocht LSG 7 op dinsdag 27 februari in Alphen aantreden tegen het achttal van ASC 3. Het leek er even op dat we voor het eerst dit seizoen in de volledige bezetting zouden spelen. Peter Sonneveldt had immers besloten om zijn rentree te maken. Helaas was Chris de Weert dit keer verhinderd, zodat toch weer een invaller nodig was. Gelukkig vond ik Jan Verheijen opnieuw bereid om deze taak op zich te nemen. Omdat Chris normaal gesproken bord 2 bezet, en ik Jan absoluut niet wilde "opofferen", moest er wat in de opstelling worden geschoven. Gertjan Schreur nam bord 2 over in plaats van bord 5 en de lagere borden schoven allemaal een plaatsje op. Ik hoop dat we in de laatste twee ronden wel compleet zullen zijn. Omdat de verslagvorm waarbij alle spelers een eigen stukje aanleveren goed was bevallen, heb ik daar deze keer opnieuw voor gekozen. Jammer genoeg heeft alleen niet iedereen op tijd iets ingestuurd, zodat ik hier en daar een beetje moet improviseren. Al met al werd vrij gemakkelijk de vijfde overwinning op rij geboekt en bovendien de vierde met de ruime uitslag 6½ - 1½. Hoe dat in zijn werk ging, kunt u hieronder lezen.

Ronald Landheer

Bord 5: Ronald Landheer :
Ronald Landheer - zie foto rechts - was met de witte stukken aan bord vijf wat minder goed uit de opening gekomen dan hem lief was en net toen hij bezig was met een hergroepering van zijn materiaal, dacht zijn tegenstander dat het moment gekomen was om de witte koningsstelling maar eens open te breken met een loperoffer. Maar juist bij die koningsstelling stonden de meeste witte stukken geposteerd, zodat moeilijk in te zien was dat dit offer helemaal gerechtvaardigd was. Zwart probeerde weliswaar nog van alles, maar de aanval werd vrij gemakkelijk gepareerd en toen er na een grondige afruil voor zwart alléén nog een dame restte plus vier pionnen, en voor wit een dame, een loper en eveneens vier pionnen, was het pleit snel beslist.

Bord 3: Bart van den Bosse :
"Met wit kreeg ik een voor mij onbekende opening op het bord, na 1. d4 d5 2. c4 speelde mijn tegenstander loper f5. Dit bleek niet best. Binnen een paar zetten had ik al voordeel, wat ik behield tot zet 38. Het was tot aan dat moment een leuke pot waarin ik alles onder controle had en het punt al zo goed als geteld had. Vervolgens speelde ik echter een ongelofelijk slechte zet, waardoor ik pardoes verloren kwam te staan. Omdat mijn tegenstander zat te klunzen, had ik in een toreneindspel met 2 pionnen minder uiteindelijk nog kansen op remise [NB het stond op een gegeven moment zelfs technisch remise, PH], maar een overduidelijk gebrek aan scherpte maakte dat ik deze avond hoogstpersoonlijk verantwoordelijk kon worden gesteld voor (pas) de tweede nul van ons team dit seizoen."

Bord 1: Vincent Schenkelaars:
"Ik kwam met wit in een Budapester gambiet vrij eenvoudig tot een zeer comfortabele stelling. Zeker omdat mijn tegenstander de zwartveldige loper liet ruilen en ik een ijzersterk paard op d5 kon posteren. Het leek een kwestie van tijd totdat zwart zou bezwijken. Zwart probeerde op de koningsvleugel nog wel tegenspel te bereiken. Door wat onnauwkeurige zetten mijnerzijds had dat tot een volledige gelijke stelling kunnen komen. Maar de Alphenaar koos een verdedigende zet waardoor ik kon afwikkelen naar een dubbel toreneindspel met een pion meer en diverse mogelijkheden om een tweede te veroveren. Zover liet zwart het niet komen en gaf tot mijn verbazing al op. Ik had er al rekening mee gehouden om nog een tijdje te moeten werken voor het punt."

Bord 8: Jan Verheijen :
"Ik had na een Siciliaan de keus tussen nadeel en een rochadepionnenopmars die wel iets leek op te leveren. Het enige dat ik overzag, was een eeuwig schaakvariant, die me na 15 zetten tot remise dwong. Eigenlijk jammer, maar voor een invaller is een halfje niet eens echt slecht."

Bord 5: Peter van der Hoeven :
Mijn tegenstander had lang niet meer extern gespeeld. Toch wist hij vanuit de opening al snel een comfortabele witte stelling op te bouwen, met pionnen op e4 en f5. Vooral die laatste pion bezorgde mij veel last. Door ruimtegebrek kon ik nauwelijks mijn stukken fatsoenlijk ontwikkelen. De e4-pion werd echter door het afruilen van de witte d-pion tegen mijn zwarte e-pion slechts door stukken verdedigd. Daar kon ik dus lekker op gaan drukken. Eerst pende evenwel een loper op g5 mijn paard op f6 en kon mijn dame op e7 geen kant op. Dat veranderde snel toen ik met de dame schaak kon geven vanaf a7 (pion f2 stond immers al op f5). Dit was een wending die wit even had gemist. Plotseling werkte voor zwart alle stukken perfect samen. Pion e4 kon eenvoudig worden veroverd en vlak daarna was zelfs stukverlies onvermijdelijk. Wit kon meteen opgeven. In de analyse achteraf toverde mijn tegenstander de ene prachtige variant na de andere tevoorschijn. Steeds bleek de witte zet h3 daarbij cruciaal. In de partij is die echter nooit gespeeld, ondanks meerdere uitgelezen momenten daartoe.

De laatste drie borden moet ik even improviseren, want de bijdragen daarvoor van de spelers hebben mij te laat of niet bereikt.

Bord 2: Gertjan Schreur :
Net als ikzelf had Gertjan nog een perfecte score (100%). Door aan bord 2 te spelen, liep hij het risico die kwijt te raken. Gelukkig speelt Gertjan beter naarmate de tegenstander sterker is. Zo ook nu: gezonde opening, pionnetje veroverd en puntje gepakt.

Bord 4: Jaap van der Heijden :
Jaap speelde na de remise van ronde 4 (die hem van de 100% afbracht) weer een strakke partij. Probleemloos stuurde hij naar winst met de witte stukken. Ik heb er helaas weinig van gezien en/of onthouden. Misschien volgt dit nog.

Bord 7: Peter Sonneveldt :
Geralt stond er al even bij stil: na maanden van herstel van een gevaarlijke hersenvliesontsteking was Peter eindelijk weer in staat om terug te keren in het team. Sterker nog: Voor hem was dit pas de eerste partij voor LSG 7 van dit seizoen. Hij is bezig met een eigen verslag, dus dat houdt u nog tegoed. Voor dit moment volsta ik met de volgende opmerkingen. Vanuit de opening leek Peter met de witte stukken weinig tot niets te bereiken. In zowel het midden als op de koningsvleugel stond alles muurvast. Uiteindelijk wist Peter een venijnig gaatje te forceren op de damevleugel door zijn a-pion op te schuiven. Mede doordat zwart lang had gerocheerd, bleek dit plan ineens beslissend. Kortom een waardige rentree, die vertrouwen geeft voor het loodzware thuisduel tegen AAS 3 op 20 maart.


Tekst: Peter van der Hoeven

Ronde 4: Philidor 4

Dinsdag 30 januari heeft het team van LSG 7 opnieuw een zeer ruime overwinning behaald in de 2e klasse LSB groep A. De uitslag 6½ - 1½ (alweer) geeft echter niet helemaal de verhoudingen weer. Weliswaar heeft de webmaster uitgesproken dat men inmiddels op dit soort uitslagen bij LSG 7 rekent, maar zo vanzelfsprekend is dat allerminst. Ook in deze klasse is Philidor (althans op papier) een tegenstander van formaat. Tijdens de wedstrijd zag het er ook lange tijd uit of een ruime overwinning verder weg was dan ooit dit seizoen. Vooraf had ik ook al voorzichtig uitgesproken dat wat mij betreft een kleine overwinning tegen Philidor voldoende was. Een vluchtige blik langs de borden na bijna twee uur spelen leerde mij dat zelfs dat resultaat misschien te optimistisch zou zijn en dat er wellicht puntenverlies dreigde. Het pakte uiteindelijk toch nog allemaal erg goed uit. Borden die verloren leken, wisten minimaal remise te bereiken en borden waar de stand min of meer in evenwicht leek, draaiden uit op winst. Voor dit verslag had ik de spelers gevraagd hun belevenissen in een paar regels op papier te zetten, omdat ik mijn eigen partij persé wilde winnen en daar al mijn tijd voor nodig had. Hieronder vindt u het resultaat van deze werkwijze:

Jaap van der Heijden

Chris (bord 2):
"Ik kwam steeds slechter te staan en toen materiaal verlies onvermijdelijk was, besloot ik een kwaliteit te offeren. Mijn tegenstander antwoordde echter verkeerd, waardoor hij een stuk en dus ook de partij verloor."

Bart (bord 3):
"In een slavische verdediging overzag ik met zwart op zet 9 een elementaire tactische wending. Hierdoor verloor ik een pion en kwam daarbij ook tamelijk verdrukt te staan. Het zag er eigenlijk nogal hopeloos uit, zo beaamden ook mijn beide buurmannen Chris en Jaap. Dit betekende langdurig en nauwkeurig verdedigen. En ondertussen maar hopen dat mijn tegenstander ook ergens een steek zou laten vallen. Hij bood me echter weinig kans maar verzuimde ondertussen zelf ook meerdere malen zijn voordeel uit te bouwen. Op zet 33 had hij met dameruil een riante winststelling (+ 3.00) kunnen verkrijgen, maar liet dit na. Toen ik 3 zetten later zelf (overigens gedwongen) tot dameruil overging kwam er voor mij een iets minder toreneindspel op het bord waarin ik uiteindelijk onder (wederom) flinke tijdnood (ja verdedigen kost nu eenmaal tijd) zelfs wat initiatief wist te verkrijgen. Met twee torens op de 2e rij koos ik (met nog 5 minuten op de klok) om tot eeuwig schaak over te gaan, waar ik op dit moment - met volgens Fritz een miniem plusje (-0.22) - zelfs nog voor winst had kunnen spelen. De moeilijkheid van de stelling in combinatie met m'n weinige tijd, plus het feit dat ik minstens 30 zetten lang verloren had gestaan, maakte dat ik een zwaarbevochten halfje prefereerde boven de onzekere voortzetting van een zware strijd. Al had ik achteraf natuurlijk voor het punt moeten gaan."

Ronald (bord 6):
De partij van Ronald Landheer was er één met wisselende kansen. Ronald offerde op een gegeven moment een pion om een aanvallende stelling te krijgen maar koos toen niet de beste voortzetting. Wel smaakte hij het genoegen om een vrije d-pion tot promotie te brengen (volgens zijn zeggen speelde hij toen voor het eerst met 2 dames sinds zijn prille carriere bij LSG), maar zijn tegenstander wist met eeuwig schaak het evenwicht te bewaren.

Jan (bord 8):
"In een van twee kanten solide opgezette Engelse partij zag het er na de opening naar uit dat het niets meer opleverde dan een hoop gemanoeuvreer zonder resultaat. Ik informeerde daarom toen ook of ik remise aan mocht nemen/bieden. Gelukkig kon ik de druk opvoeren, waardoor hij moest kiezen tussen stukverlies of een geïsoleerde dubbelpion. Desondanks hield hij lang stand, omdat o.a. het materieel in evenwicht bleef. Pas na de 54e zet was er geen houden meer aan en deed mijn tegenstander in tijdnood en in een verloren stelling een onreglementaire zet, waarna hij opgaf.

P.S. Ik deed toch iets onnauwkeurig in bovenstaand diagram. Ik aan zet, zijn laatste zet was ... Kh8-h7 om zijn pion te beschermen, zonder een batterij op de g-lijn te verhinderen. Om zijn toren te pennen, zette ik foutief voort met Df5. Veel beter was Ld2xh6, want de toren op g6 staat al gepend."

Jaap (bord 4) - zie foto:
"Vrolijk begon ik aan mijn partij, maar na een paar zetten bleek dat ik in bepaalde varianten van het damegambiet toch niet weet hoe je die gegeven pion moet terugwinnen. Na een wat scherp middenspel kreeg ik dat dan toch voor elkaar. Ik had er wel een geïsoleerde pion voor teruggekregen. In het eindspel bleek die te ver te zijn opgeschoven en onverdedigbaar met het oog op de opkomende koning van mijn tegenstander. Weer een pion achter dus. Maar wat overgebleven was was een toreneindspel, en ik weet wat ze daarover zeggen: All rook endings are drawn. Mijn tegenstander besloot dan ook remise aan te bieden. Ik zou het misschien toch even geprobeerd hebben."

Gertjan (bord 5):
"M'n tegenstander opende met de Bird opening (1.f4) en we kwamen in een omgekeerde Leningrad terecht. Ik heb altijd gedacht dat als je tegen het Hollands e4 of in mijn geval met omgekeerde kleuren e5 kon doordrukken dat je dan een aardige stelling kon krijgen. Daarom was ik in m'n nopjes toen ik dit kon bereiken. Echter als respons kon hij zijn f pion doorschuiven naar f5 en was het opeens niet zo duidelijk meer. M'n tegenstander kreeg een krachtige koningsaanval, die ik wel gezien had, maar dacht te kunnen negeren om mijn pionnen in het centrum door te drukken. Dit werkte niet helemaal volgens plan en een tijdje later stond ik totaal verloren. Het enige lichtpuntje was dat hij nog erg weinig tijd overhad en toen hij zijn dame op een verkeerd veld zette en ik m'n centrumpion naar voren kon schuiven en tegelijkertijd zijn dame kon aanvallen, was het zo goed als gedaan. Mijn twee pionnen op de 3e rij waren te sterk en hoefde ik alleen nog op te passen voor een paar tactische matgrapjes en een blijkbaar dolle toren voor eeuwig schaak. Gelukkig kon ik met m'n koning ontsnappen naar b6 en zo het puntje pakken. Al met al een zeer mooie overwinning van ons team, al was er wel wat geluk voor nodig om tot deze mooie score te komen."

Vincent (bord 1):
Blijkbaar ging Vincent er van uit dat ik zelf wel wat zou schrijven, want tot op heden heb ik nog niets ontvangen. In een gelijkopgaande partij (die een beetje leek op mijn Koningsindiër op bord 7, maar waarbij zwart veel minder ver was gekomen met zijn koningsaanval) had Vincent geen echt grote problemen. Toch had hij de medewerking van zijn tegenstander nodig om overeind te blijven, mede omdat hij een verkeerde volgorde gebruikte om zijn paarden in het spel te brengen. Tot vlak voor tijd (beide spelers hadden nog 20 seconden over) bleef er evenwicht. Dat veranderde heel plotseling op het moment dat de tegenstander remise voorstelde. Dit liet hij namelijk vergezeld gaan van een enorme blunder (toren verlaat de onderste rij) die mat in één toeliet.

"Met nog 20 seconden voor beide spelers bood ik remise aan. Ik stond op dat moment al wel weer veel beter (L+P+D tegen T+D en twee pionnen meer), maar gezien de stand op de borden leek me dit aanbod legitiem. Mij tegenstander dacht vervolgens 10 seconden na over het aanbod en zei vervolgens dat hij door wilde spelen en voerde zijn zet uit die mat in 1 toeliet." De volledige partij om na te spelen.

Peter (bord 7):
Mijn eigen partij was ook een Koningsindiër. Tijdens Corus had ik hier flink mee geoefend (zonder resultaat overigens) en daar kon ik nu dankbaar gebruik van maken. Geheel de klassieke opzet volgend (met gesloten centrum, aanval over de damevleugel door wit en koningsaanval door zwart) wist ik mijn tegenstander dol te draaien. Sneu was dat hij op een bepaald moment heel haastig begon te zetten om de tijdcontrole te halen, terwijl ik degene was met veel minder tijd. Bovendien hadden we de controle al lang gehaald, maar was hij heel wat zetten vergeten op te schrijven. De witte stelling stortte op een gegeven moment letterlijk in en nadat ik zijn koning over het bord had gejaagd en al doende wat stukken had ingerekend gaf hij toch maar gauw op.

Met ASC 3 op 27 februari en Inter Nos 1 op 19 april hebben we nog wat "lichte" tegenstanders voor de boeg. De beslissing gaat waarschijnlijk vallen thuis op 20 maart tegen AAS 3. Zoals het er nu uitziet, zullen zij van ons moeten winnen om kampioen te worden. We staan namelijk na 4 ronden in wedstrijdpunten gelijk, maar al 3½ bordpunten vóór.


Tekst: Peter van der Hoeven

Ronde 2: Bodegraven 2

Op maandag 20 november hadden we met een vrijwel voltallig LSG7 afgesproken om naar Bodegraven 2 af te reizen. Teamgenoot Peter Sonneveldt kon helaas nog niet mee, zelfs niet als supporter. Wel kan ik gelukkig melden dat hij inmiddels weer thuis is en daar verder aan zijn herstel kan werken. We hopen allemaal van harte dat hij in januari (een maand waarin we 2x thuis extern spelen) weer van de partij zal zijn. Deze keer viel Jos Landsheer nog voor hem in.

Onze tegenstander mocht niet worden onderschat. Tegen het team van Oegstgeest 4 hadden ze in de eerste ronde immers nog 4-4 gespeeld. Dat deden we dan ook niet. In een buitengewoon rumoerige zaal, waar bovendien een snerpende pieptoon voor constante hinder zorgde, werd op menig bord aan een scherpe stelling gebouwd. Ondertussen bracht een heuse koffiejuf koffie, thee limonade en koekjes rond.

Bord 5 (Gertjan Schreur) zorgde reeds om 20:45 uur voor het eerste punt. Snoeihard offerde hij zich door de zwarte koningsstelling. Het zag er spectaculair uit, maar volgens Gertjan bracht hij gewoon een "Pongo'tje", dwz een standaardoffer om mat te forceren. Voor hem was dit dus allemaal bekende kost afkomstig uit twee dikke boeken, die hij uitvoerig heeft bestudeerd. U bent dus gewaarschuwd als u ooit tegenover hem komt te zitten!

Bart van den Bosse

Op bord 3 (Bart vd Bosse) was intussen een stuk geslagen ten koste van slechts 2 pionnen. Enigszins dronken van macht dacht Bart vervolgens een dubbele aanval met de dame te kunnen spelen, die minimaal 1 pion zou terugwinnen. Helaas bleek het (gedwongen) antwoord daarop (f5!) zo sterk dat hij geruime tijd nauwkeurig moest gaan verdedigen. Toen de problemen over waren, bleek ook die partij een aardige Pongo in zich te bergen, waardoor het om 21:40 uur al 0-2 stond.

Daarna gingen de ontwikkelingen even erg snel. Op bord 4 (Jaap vd Heijden) was een eindspel met een pion meer ontstaan. De weg naar winst leek lastig, maar toen wit ten onrechte besloot de laatste lichte stukken te ruilen, was Jaap in zijn element. Bekwaam joeg hij zijn (vrij)pionnen naar voren en tekende hij om 21:45 uur 0-3 aan.

Kort daarna (21:50 uur) deed zich een vervelend feit voor op bord 6 (Ronald Landheer). Ronald had in een zeer prettige stelling een aardig uitziend offer over zich heen gekregen. Het bord was nog vrij vol en het zou zeer interessant zijn geweest om te zien of dit offer correct was (waarschijnlijk niet). Helaas kreeg de tegenstander op dat moment de mededeling dat zijn vrouw ernstig ziek was geworden. Hij kon zich uiteraard niet meer concentreren, gaf op en vertrok. 0-4.

De helft van de punten was daarmee binnen en dat vond Chris de Weert op bord 2 een mooi moment om remise aan te bieden. Zijn pittige tegenstander van 1900+ had met wit niets bereikt en nam dit aanbod om 22:00 uur aan. Een zeer goede prestatie van Chris en daarmee waren de matchpunten tenminste al weer binnen. ½-4½.

Een goed half uur later moest de eerste echte nederlaag van dit seizoen worden opgetekend; Op bord 1 ging Vincent Schenkelaars naar eigen zeggen "compleet lek over de witte velden". Een gepend paard kon uiteindelijk niet meer worden verdedigd tegen de steeds talrijker wordende zwarte stukken. Om 22:35 werd het daarmee 1½-4½.

Omdat Jos graag met wit wilde spelen, had ik dit keer bord 8 voor mijn rekening genomen. Door de wat onconventionele openingsbehandeling van mijn tegenstander had ik besloten wat meer risico te nemen. Ik moet achteraf toegeven dat ik met twee pionnen achterstand en een triplepion op de f-lijn waarschijnlijk in schaaktechnisch opzicht iets over de rand van het acceptabele ben gegaan. Mijn actie door het centrum deed mijn tegenstander echter spoken zien, waardoor hij een kleine onnauwkeurigheid beging. Alleen op het zuivere stukoffer in de combinatie waarmee ik de partij beëindigde, ben ik evenwel echt trots. Weliswaar kon wit zich door het geven van een pion nog wat taaier verdedigen dan in de partij (torenoffer en opgave), maar winst was onafwendbaar. 1½-5½ om 22:55 uur.

Jos was op bord 7 zo snel klaar met zijn ontwikkeling dat hij met schaak een loper op het door pion a6 verdedigde veld b5 durfde te zetten, terwijl hij reeds een pion achterstond. Enigszins teleurstellend werd dit offer niet aangenomen. De zwarte koning week uit naar f8, waarna Jos de damevleugel kon gaan leegslaan. Wel moest hij nog even uitkijken voor een venijnige zwarte damezet die op mat zou kunnen uitdraaien. Ook kon hij niet verhinderen dat zwart zich toch nog enigszins ontwikkelde. Om 22:35 kreeg hij een remiseaanbod, maar dat sloeg nergens op. De weg naar winst was op dat moment nog lang, maar niet moeilijk meer. Steeds vrolijker produceerde zwart bovendien steeds slechtere zetten, zodat om 23:10 uur de eindstand op 1½-6½ werd bepaald


Tekst: Peter van der Hoeven

LSG 7 - Rijnwoude 1

LSG 7 is het seizoen 2006/2007 goed begonnen. Tegen een veredeld B-team (Rijnwoude 1 speelde met 5 of 6 invallers) hebben we met 7½ - ½ meteen maar zoveel mogelijk bordpunten bij elkaar geschraapt. Het ging hier en daar ook wel erg gemakkelijk. Wij speelden overigens ook met een invaller (Jos Landsheer, zie foto) die vorig seizoen nog deel uitmaakte van LSG 7, maar nu voor LSG 8 uitkomt. Jos viel in voor Peter Sonneveldt die gelukkig weer herstellende is van een hersenvliesontsteking die zich in het weekend heeft openbaard. Wij wensen hem beterschap en hopen dat hij 20 november weer zelf van de partij kan zijn.

Jos Landsheer

Jos mocht met wit op bord 8 een batterij bouwen met Db3 en Lc4, kijkend naar leeg veld f7 en een niet gerocheerde koningsvleugel. In plaats van met Pa5 deze batterij eens goed te testen (schaak was niet te voorkomen), speelde zwart passief Pe7 en dat gaf Jos de gelegenheid om er spectaculair op los te schijnofferen en matnetten te weven. Tegelijkertijd joeg hij de zwarte koning het hele bord over. Om 21:30 uur had zwart daar genoeg van en gaf op. 1-0.

Mijn eigen partij op bord 7 eindigde ongeveer tegelijkertijd. Op een kruideniersachtige manier (zoals Chris Molsbergen het ooit eens omschreef) had ik gaandeweg wat witte pionnetjes veroverd. Toen mijn tegenstander vervolgens nog eens een hele loper wegblunderde, vond hij het genoeg. 2-0.

Op bord 4 had Jaap vd Heijden een vol paard weten te winnen, waardoor een eindspel van twee paarden tegen een was ontstaan. Vakkundig wist hij dit voordeel te gebruiken om alle zwarte pionen in te rekenen, waarna de weg naar winst niet moeilijk meer was. Daarmee was het ruim voor 22.00 uur al weer 3-0.

Op bord 5 speelde Gertjan Schreur met zwart een heel aardige partij. Hij had een pion voorsprong bereikt, maar had drie pionnengroepjes en zijn tegenstander maar 2. Hij overwoog daarom sterk om remise an te bieden, maar deed dat gelukkig niet. Met een aardige wending wist hij wat stukken te ruilen en tegelijk nog een pion te winnen. Dit leverde om 22.15 uur het vierde punt op.

Op bord 6 speelde Ronald Landheer zijn eerste partij voor LSG 7. Hij bouwde met wit een mooie stelling, maar het was lastig om een doorbraak te forceren. Zijn tegenstander had het zwaar, want die zat te zuchten, te fluiten en in zichzelf te roepen dat schaken zo moeilijk is. Dat is op zich wel zo, maar door het weggeven van de c-lijn maakte hij het zichzelf nog eens extra lastig. Ronald plaatste er 2 torens op en blies, mede ondersteund door een sterke loper en de dame, van daaruit de zwarte stelling hardhandig op. Om 22.25 uur was het al 5-0.

Op bord 2 speelde Chris de Weert een vreemde partij. In iets wat begon als een Boedapester besloot hij al vroeg zijn koning op een vol bord in het centrum te houden. In de analyse achteraf bleek hoe dat hem gemakkelijk in grote problemen had kunnen brengen. In de partij liep het gelukkig beter. Geduldig kon wit bijna alle pionnen naar voren spelen (Halma?) en een ervan kon zelfs met schaak en torenwinst laten promoveren. De tegenactie van zwart stelde niets voor, waardoor 6-0 kon worden opgetekend.

Op bord 1 speelde Vincent Schenkelaars tegen een wat aarzelend openende tegenstander. Hij speelde echter traditiegetrouw zelf ook voorzichtig, waardoor het zelfs leek of hij wat gedrukt kwam te staan. Aan minimaal remise heb ik echter geen moment getwijfeld en dat werd zelfs nog meer toen wit ernstig mistastte. Winst van de kwaliteit en vlak daarna nog een vol stuk was het gevolg. 7-0.

Alleen Bart van den Bosse op bord 3 speelde toen nog. Vanuit een evenwichtig stelling met wisselende kansen leek remise lang onafwendbaar, zeker toen Bart in flinke tijdnood kwam en bovendien met dameruil het enige probleem van zijn tegenstander, een isolani, oploste. Hij wist na een aardige stukkenruilcombi evenwel een nieuw probleem te scheppen (dubbelpion), maar de tijdnood bleef. Met nog 3 seconden op de klok was ook de laatste zet voor de tijdcontrole minder nauwkeurig (axb4 ipv b5!). Twee remisevoorstellen sloeg hij vervolgens af, maar om 22.55 uur zag hij in dat er met het kleine plusje op het bord in combinatie met erg weinig tijd niets meer te halen viel. Dat bracht de eindstand op 7½-½.

Quote van de tegenstanders onderling: Vraag: "Wil je wat drinken?" Antwoord: "Nee, ik zit te denken!".


Tekst: Peter van der Hoeven

Foto's: Xuadres