
Naast Ivantsjoek, dat gebeurt dus nooit meer
Raoul van Ketel (LSG) laat grootmeesters achter zich bij Eurpa Cup voor clubteams
LEIDEN - Het is, zo zegt Raoul van Ketel direct, absoluut niet het beste toernooi dat hij ooit heeft gespeeld. Maar dat maakt de ervaring die hij vorige week in het Italiaanse Saint Vincent meemaakte, niet minder uniek.
Bij de prijsuitreiking van de 21ste Europa Cup voor clubteams, vond de 34-jarige schaker van het Leidse Schaakgenootschap (LSG) zich opeens terug op een schavotje waar bijvoorbeeld ook de Russische wereldtopper Vassily Ivantsjoek, met dezelfde gouden medaille, een plaatsje had gekregen.
"Daar heb ik wel direct een foto van laten maken. Dat gebeurt dus nooit meer."
Zes partijen speelde Van Ketel vorige week namens LSG in het tussen Frankrijk en Zwitserland ingeklemde, in de schaduw van de Matterhorn gelegen Saint Vincent. Zes partijen die LSG mede een eervolle negentiende plek in de eindstand brachten, maar vooral zes partijen die de Leidenaar aan bord zes 5,5 punt opleverden. Een score die daar in Italië door geen van de 47 andere bord-zes-spelers werd behaald, waardoor de Leidse schaker aan het eind van het Europese titeltoernooi zijn gouden medaille mocht gaan ophalen.
"Wat niet betekent dat ik bij die Europa Cup dus ook echt de beste speler ben geweest op dat bord", zegt Van Ketel. Ėrnesto Inarkiev en Sergey Karjakin eindigden bijvoorbeeld met vij fpunten als tweede en derde in die groep. Alletwee grootmeesters, alletwee ook met een Elo-rating van boven de 2600, dus ruim 300 punten meer dan ik. Met andere woorden, schakers met wie ik mezelf nooit zal mogen vergelijken."
Het resultaat van een puntentelling, gebaseerd op werkelijk gescoorde punten, en niet op (bijvoorbeeld) weerstandspunten. Van Ketel: "Als je met je team elke ronde wint, ga je voor de eerste plaats en kom je steeds sterkere tegenstanders tegen. Met LSG hadden we daar geen last van. We verloren de eerste ronde dik, met 5-5, van de latere winnaar van het toernooi, Tomsk-400 uit Rusland en daarna hebben we geen enkele echt sterke tegenstander meer ontmoet."
Een op zich al prettig gegeven waar voor Raoul van Ketel ook nog eens wat geluk bij kwam kijken. "Tegen die grootmeester van Tomsk, Andrei Belozorov, kwam ik heel goed weg met remise. En later in het toernooi, tegen Asmund Hammerstad van de Askjer Sjakklubb, stond ik echt compleet verloren. Tot hij een foutje maakte en ik het punt cadeau kreeg. Nee er zat wat mij betreft weinig tegen in Italië. En wat ik nu heb bereikt, zal me ook nooit meer overkomen. Daar ben ik realistisch genoeg voor."
Dat realisme klinkt ook door als Van Ketel zijn eigen doelen als schaker becommentarieert. De Leidenaar die nu voor het eerst boven de 2300-rating is uitgekomen en per 1 januari zijn titel van FIDE-meester zal aanvragen: "Misschien kan het allemaal nog een klein beetje beter. Maar zo'n grote sprong als ik nu, vie een gewonnen tienkamp en de Europa Cup in Italië heb gezet, ga ik niet meer maken. Zo eerlijk moet ik tegenover mezelf wel zijn."
Van Ketel, in de periode tussen 1992 en 1999 op uiterst jonge leeftijd al voorzitter geweest van het in 1895 opgerichte Leidsch Schaakgenootschap, kan zich daar ook niet echt druk om maken. De wetenschap dat de twee, drie uur die hij nu per dag aan schaken kan besteden in combinatie met het aangeboren talent niet voldoende is om zich ooit als Internationaal Meester te kunnen manifesteren, deert hem niet. Liever houdt hij zich bezig met het sportieve reilen en zeilen van zijn club, die ook dit seizoen weer op het hoogste niveau in de Meesterklasse uitkomt. Van Ketel, als organisator ook al goed voor tien Noteboomtoernooien, maar nu 'gewoon LSG-lid': "Vorig jaar zijn we als achtste geëindigd en dus net niet gedegradeerd. Ook al omdat we de laatste ronde Rotterdam versloegen, dat toen met een veredeld tweede aankwam. En dit jaar gaan we het weer niet eenvoudig krijgen, zeker niet na de 6½ - 3½ nederlaag tegen HMC uit Den Bosch in de eerste ronde. Aan de andere kant, met John van der Wiel als speler/trainer en met Eelke Wiersma dit jaar erbij als sterke Internationaal Meester, moet LSG het toch weer gaan redden.
Opmerkelijk dat een nu wellicht weer tegen degradatie vechtend team Nederland vertegenwoordigt op de Europa Cup voor clubteams? Van Ketel: "Voor buitenstaanders wellicht wel, maar in de schaakwereld is het niet zo vreemd. De paar profteams die Nederland heeft, laten het vaak afweten, omdat de sponsor de kosten van zo'n toernooi vaak niet wil opbrengen. De reis, het verblijf, puntengeld - daar kan een aardig bedrag in gaan zitten. Dus is het aan de amateurteams, en daarvan vallen er ook wel de nodige af. Soms kan er door de spelers geen geld worden vrijgemaakt, of kunnen de spelers geen vakantie nemen. Dat wij dit jaar wel zijn gegaan, komt omdat we het in het voorjaar allemaal al hebben afgesproken en hebben geregeld. Italië trok ons wel en een leuk vakantietoernooi is natuurlijk nooit weg."
Zeker niet als zo'n vakantietoernooi in het Italiaanse ook nog een meer dan verrassende gouden medaille en unieke plaatjes voor het foto-album oplevert...