Wie ich spiel' in Biel
Van 19 juli t/m 1 augustus werd in het Zwitserse Biel een 13-tal toernooien gehouden: 3 invitatietoernooien t.w. een grootmeestertoernooi gewonnen door de Israeliër Grünfeld, een damesgroep gewonnen door mevr. Vreeken en een scholieren toernooi gewonnen door Jan de Wit uit Rotterdam, die natuurlijk weer door Blakmoor begeleid werd.
Daarnaast waren er nog 10 verschillende open toernooien, waarvan ik zelf in het Meistertürnier heb meegespeeld en Erik Oosterom in het zgn. Hauptturnier. Erik kwam tenslotte op 5½ uit 10 en dat is onvoldoende voor promotie naar het meestertoernooi. Voor iemand die bijna clubkampioen van LSG is geworden vind ik dit toch maar een hoogst teleurstellend resultaat. Met wat meer discipline moet het hem toch zeker kunnen lukken de vereiste 7 punten bijeen te spelen.
De andere mogelijkheid om zich te plaatsen is een Nederlandse ELO-rating boven de 2120 te behalen of een valse rating op te geven, waarover straks meer, want dat is door enkele landgenoten gedaan.
In het meestertoernooi scoorde ik 6½ uit 11, natuurlijk niet slecht, maar ik heb toch aantoonbaar 2½ punt laten liggen. Daar moet natuurlijk wel bij bedacht worden dat je dan in de volgende ronde andere tegenstanders had gekregen.
Maar laat ik eerst de uitslag van het toernooi met het resultaat van internationaal bekende spelers en de hoogst geëindigde laten geven. Deze is uiteraard niet volledig omdat er tegenwoordig veel te veel internationale meesters zijn. Bij de huidige titelinflatie valt het niet meer bij te houden wie er zo een in oorsprong elitetitel van IM bezit. (...)
Het toernooi werd gespeeld volgens het Zwitserse systeem, maar in een versie die ik nog niet eerder had meegemaakt. Normaal is dat men zo mogelijk gepaard wordt tegen spelers met hetzelfde aantal punten, en als dan meerdere tegenstanders in aanmerking komen, op basis van de weerstandspunten en de kleurverdeling. Het eerste, paring van spelers met hetzelfde aantal puntenaantal tegen elkaar werd ook hier toegepast, maar vanaf de derde ronde werd de per ronde gecorrigeerde rating gehanteerd als tweede paringscriterium, na het totaal aantal punten. Je speelde dus zoveel mogelijk tegen mensen met hetzelfde aantal punten wier nieuwe rating zoveel mogelijk met de jouwe overeenkomt. Wat de kleurverdeling betreft heb ik een keer tweemaal achtereen zwart gehad, en een keer tweemaal achtereen wit.
Zoals uit het bovenstaande wel blijkt is de eindranglijst dus niet te zien als een zuivere afspiegeling van de onderlinge krachtsverhoudingen, maar is het veel nuttiger en interessanter om de lijn van de voortdurende rating-correctie te volgen. Op die manier was van ronde tot ronde te controleren of er in je rating een stijgende of dalende lijn zit en of er überhaupt iets van je rating deugt.
Ik kan aan de hand van dit toernooiresultaat onomstotelijk vaststellen: op de Nederlandse lijst staan er ongeveer honderd zwakkeren boven mij, twee jaar geleden zelfs tweehonderd. Dat heb ik toendertijd beweerd en uiteraard heb ik volkomen gelijk. Mijn rating aan het eind van het toernooi was exact gelijk aan die van Willemsen. Ook stel ik tot mijn genoegen vast hoe enkele landgenoten die met een valse rating in dit toernooi waren toegelaten volkomen door de mand zijn gevallen. Neen, ik noem geen namen maar er was een melkmuil bij die zichzelf een rating van ELO 2200 had toegedicht en zich enkele ronden voor het einde van het toernooi terugtrok wegens ziekte. De diagnose van de Bieler arts ken ik niet, maar een score van ½ uit 8 laat vermoeden dat we hier met oorzaak en gevolg van doen hebben. Het zou ook zinloos zijn hier namen te noemen, want het baasje komt helemaal niet op de Nederlandse lijst voor. Ik begrijp niet waar dit dégéneré het lef vandaan haalt om ondanks zijn ziekte tijdens de laatste ronde zijn struisvogelkuikenskop in de toernooizaal te vertonen.
Helaas moet ik ook constateren dat er een groot verschil is tussen wat vroeger ten onrechte voor onsportief werd aangezien en onsportiviteit van tegenwoordig. Uit verhalen van vroeger krijg je de indruk dat door sommigen het roken van sigaren, te laat komen, wandelen als je niet aan zet bent en zulk soort dingen als onsportief werd ervaren. Maar daar is niets op aan te merken. Larsen zei nog eens tegen een tegenstander die zich excuseerde omdat hij te laat kwam: "No, no, it's your own time", en zo is het ook.
Maar maak de perverten van tegenwoordig eens mee (Ik heb zelfs in de krant gelezen dat er tegenwoordig grootmeesters zijn die ongestraft in strijd met het reglement de tegenstander een storende opmerking toebijten, wanneer deze volkomen correct het eenmaal aangeraakte stuk speelt!): "Volgende week op de uitspeelavond speel ik nog niet uit, want ik heb nog geen tijd gehad om te analyseren". Uit de noodmaatregel dat partijen worden afgebroken wordt op die manier een recht tot analyseren gefabriceerd. Wat mij betreft wordt er helemaal niet afgebroken, en desnoods twaalf uur achter elkaar doorgespeeld. Maaltijden kun je ook aan het bord nuttigen. Ik voel er nu eenmaal niets voor om in de eerste zitting de winst tegen Vogel te missen en in de tweede zitting van Sosonko te verliezen.
Dit toernooi heb ik twee tegenstanders gehad die mij geen hand gaven toen ze verloren en een derde die (nadat hij al tijdens een andere ronde toen hij aan het bord naast mij speelde tegen mijn sigaren had geprotesteerd) weliswaar het fatsoen had zich te laten mat zetten en na afloop een hand gaf, maar direct verklaarde dat ik in de opening een belachelijke zet had gespeeld. Die 'belachelijke' zet speel ik al jaren en ik heb daar 8 uit 10 mee. Weet hij veel! Iemand die aan alle kanten van het bord is overspeeld kan in zo'n geval beter zijn bek houden.
In het bijzonder deze drie overwinningen op moderne onsportievelingen hebben mij ten zeerste genoegen gedaan en ik heb ze dan ook alle drie voor de schoonheidsprijs ingeleverd. Ik begrijp eigenlijk niet waarom ik geen schoonheidsprijs heb gehad, of misschien ook wel. Ze zijn natuurlijk beoordeeld door IM Gereben en die kan niet schaken, sterker nog: hij kan er niets van. En een cursus Duits mag hij ook wel eens gaan volgen.
Als u partijen wilt zien kan ik natuurlijk mijn fouten breed gaan uitmeten. Het meeste leren doe je van je eigen fouten, also sprach Capablanca. Maar de conclusies houd ik liever voor me. Ik laat u de drie winstpartijen zien, waarover ik boven reeds schreef, en wel alle drie omdat ik geen keuze kan maken: ze zijn mij alle drie even dierbaar.
Smout - Harandi (Iran) ronde 1
1. e4 e5 2. f4
Daar keek zwart wel even van op. Tijdwinst is altijd prettig.
2... Lc5 3. Pf3 d6 4. c3 Pf6 5. d4 exd4 6. cxd4 Lb4+
Over de vraag af deze zet dan wel Lb6 het sterkste is spreken de boeken elkaar tegen.
7. Ld2 Lxd2+ 8. Pbxd2 0-0
Met 8... d5 of 8... De7 kan zwart direct tegenspel in het centrum beginnen.
9. Ld3 Pc6
Hier is 9... De7 misschien zijn laatste kans, wit moet dan met 10. De2 antwoorden omdat op 10. 0-0 Pd5 voordelig is voor zwart.
10. 0-0 h6 11. Db3 Tb8 12. Tae1 Ld7 13. Lb1 Ph5
Te laat. Zwart vecht reeds voor een verloren zaak. De zwartspeler, een IM tegen wie Timman vorig jaar in Rio de Janeiro met de Spaanse ruilvariant niet kon winnen en in de afgebroken stelling zelfs verloren stond, speelt in deze partij niet sterker dan mej. De Klerck, tegen wie ik ruim tien jaar geleden tweemaal in deze variant won. Ze gebruikte kennelijk een theorieboek dat 6... Lb6 een uitroepteken geeft want zo speelde zij de tweede maal, maar principiëel maakte zij in beide partijen dezelfde fout, nl. door niet vóór de 10e zet iets tegen het witte centrum te ondernemen.
14. De3 Pe7
Op 14... f5 volgt 15. exf5 en zwart kan niet terugslaan wegens de vork g4.
15. f5
Dat is natuurlijk het doorhakken van de knoop en de moeilijkste zet uit de partij. Ik kan niet zeggen dat mijn tegenstander het moeilijk maakt.
15... Pf6
15... d5 16. g4 Pf6 (op 16... dxe4 wint 17. De4 een paard) ziet er nog uit als tegenspel, maar met het pionoffer e5 loopt wit door de zwarte stelling heen.
16. Df4 Ph7 17. Kh1 Lb5 18. Tf2 Pc6 19. h4 Tfe8 20. g4 f6 21. Tag1 De7 22. a3 Pd8 23. La2 Pf7 24. g5 fxg5 25. hxg5 hxg5 26. Pxg5 Phxg5 27. Txg5 Df6 28. Tfg2 Tf8 29. Tg6 Dxd4 30. Dh6
Zie diagram. Hier viel de zwarte vlag en zwart ondertekende het notatiebiljet dat hij vervolgens liet liggen. Hij zou d'r eens iets van kunnen leren! Ikzelf had op dat moment 1 uur 22 min. gebruikt. Nog nooit heb ik met zo'n gemak van een meester gewonnen. In de slotfase heb ik alleen nog maar naar de esthetische kwaliteit van de zetten gekeken. 30. f6 was thematisch maar 30. Dh6 beviel mij het best, niet alleen omdat het ondekbaar mat is, maar ook omdat ik de combinatie van Dh6 en La2 zo mooi vond en om de zwartspeler te laten merken dat hij aan alle kanten van het bord is overspeeld.
Smout - Schlamp (BRD) ronde 8
1. e4 c5 2. Pf3!
'Geen angst voor de sterkste zetten, al leiden zij tot diep uitgeanalyseerde stellingen. Angst is een slechte raadgever', aldus sprak ik mijzelf bij deze en de volgende zetten moed in.
2... d6 3. d4! cxd4 4. Pxd4! Pf6 5. Pc3 a6 6. Lg5! e6 7. f4!
De Göteborger aanval. Ik was benieuwd wat er zou komen.
7... Db6
En daar komt de aap uit de mouw.
8 Dd3! TN
Dat staat - merkwaardig - nergens in. 8. Pb3 is natuurlijk correct, maar Karpov en de oudere Spasky zijn mijn voorbeelden niet. Enerzijds kan ik zo'n uitdaging niet op me laten zitten, anderzijds belooft het diep geanalyseerde 8. Dd2 Db2 9.Tb1 Da3 10.f5 Pc6 11. fxe6 fxe6 12. Pxc6 bxc6 13. e5 dxe5 14. Lxf6 gxf6 15. Pe4 niet veel voor wit (Grünfeld - Liberzon enkele dagen tevoren in het grootmeestertoernooi).
8... Dxb2
Ook voor zwart is er geen weg terug: hij zal het zelf moeten bedenken.
9. Tb1 Da3 10. Lxf6 gxf6 11. Le2 Pc6 12. Pb3 Ld7 13. Lh5 Tc8 14. 0-0 Pa5 15. Kh1 Db4
Ik acht het niet mijn taak om analyses van deze openingsvariant te publiceren, maar de tekstzet verliest in ieder geval.
16. Pd5!
Zie diagram. Om twee redenen bevredigt deze zet mij zeer: ten eerste omdat deze zet de zelfstandige betekenis van 8. Dd3 illustreert, ten tweede omdat het geen standaardoffer op d5 is, want dat dient om de e-lijn te openen.
16... exd5 17. Dxd5 Dc4 18. Lxf7 Ke7 19. Pxa5 Dxd5 20. Lxd5 b5 21. c4 h5 22. Lb7 Tc5 23. Lxa6 bxc4 24. Pxc4 Lh6 25. Pe3 Ta8
Zwart heeft zich in deze fase goed verdedigd en het vinden van de sterkste afwikkeling is voor wit lang niet eenvoudig.
26. Tb6!
Om 26... Tc6 met 27. Pf5+ gevolgd door 28.Txc6 29. Ld3 en 30. Lb1 te beantwoorden en wit kan zijn twee pluspionnen consolideren.
26... Le6 27. a4 Tc3 28. Pd5
Deze afwikkeling verraste de zwartspeler kennelijk want hij dacht vrij lang na over zijn gedwongen zet.
28... Lxd5 29. exd5 Lxf4 30. Tb7+ Kd8 31 Lb5
De lopers zijn zo ongelijk dat ik ze liever op het bord hield. Toch vraag ik me af of het viertoreneindspel niet makkelijker wint.
31... Le5 32. Th7 Tb8 33. Txh5 Kc7 34. Tb1 Tg8 35. Lc6 Tc2 36. Th7+ Kc8 37. Ld7+ Kd8 38. Le6
En zwart zette de klok stil. Deze tegenstander begon met dezelfde rating als die in de volgende partij en scoorde evenals deze 5½ punt in totaal. Ondanks dat eindigde mijn tegenstander in de volgende partij met een aanzienlijk hogere rating!
Smout - Chr. Meier (BRD) ronde 11
1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Lb4 4. e5 Pe7 5. a3 Lxc3 6. bxc3 c5 7. h4
'Lächerlicher Zug!'
7... Dc7 8. Th3 Pbc6 9. h5 Ld7 10. h6
Zie diagram. Van der Wiel was van mening dat zwart dit niet had mogen toelaten en h6 had moeten spelen. Dat is echter ook al in partijen van mij voorgekomen, bijv. Smout - Cor Jansen Witte Paard SvG - LSG 2, 1979, zie LSG-nieuws van april 1979(?). Uitgemaakt is deze kwestie in elk geval niet; zo liet Uhlmann te Raach 1969 tegen Drimer de witte pion op h6 toe, terwijl Dückstein tegen dezelfde tegenstander eveneens te Raach 1969 met h7-h6 remde. Beide partijen werden remise. Gertjan de Boer die h4 óók belachelijk vond, verkondigde dat zwart 7... cxd4 8. cxd4 Da5+ had moeten spelen. Maar ik discussieer niet met zo iemand die je als laatste waarheid iets komt vertellen wat je al jaren geleden op het bord gehad hebt.
10... gxh6 11. Lxh6 0-0-0 12. Lg7 ThgB 13. Lf6 Tdf8
En voorlopig blijft dit zielige stelletje torens zo staan.
14. dxc5 Pg6 15. Pf3 Da5 16. Dd2 Dxc5 17. Kd1 Kb8 18. Txh7
De vrucht is rijp, maar tevens om Tf8 te binden.
18... Ka8 19. Kc1 Pge7 20. Pd4 Pf5 21. Pb3 Db6 22. Df4
Hier merkte ik tijdens het rondwandelen dat de Roemeense meester Ungureanu in deze partij verdiept was. Waarschijnlijk kende hij de variant omdat zijn landgenoot Drimer het speelt.
22... d4 23. c4 Pa5 24. Th3 La4 25. Pd2 Pc6 26. g4 Pfe7
Tijdens de vier volgende zetten zat mijn tegenstander kleine velletjes van een vieze, voze vrucht te schillen. Ik houd het erop dat het een rotte mispel was.
27. Tb1 Dc5 28. Pe4 Da5 29. Pd6 b6 30. Lg2 Kb8 31. De4 Pg6 32. Tb5!
Zie diagram. Zwart is overspeeld 'auf allen Abschnitten des Brettes'.
32... Lxb5 33. cxb5 Tc8 34. Pxc8 Txc8 35. bxc6 Dc5 36 c7 Kxc7 38 Db7 mat.
Dat is nog eens fatsoenlijk, daar kan Harandi wat van leren. Wie het eenmaal zover heeft laten komen moet zijn tegenstander het genoegen gunnen de mat zet te mogen uitvoeren. Mijn tegenstander gaf mij een hand en er ontwikkelde zich de volgende korte dialoog:
Maier: "Unglaublich, was für ein Schrott man heutzutage spielen kann!"
Ik: "Das versteh' ich nicht".
Maier: "Ich versteh' das auch nicht"
Ungureanu, van wie ik in de tweede ronde had verloren en met wie ik tijdens het toernooi verder niet meer gesproken had, kwam op mij af om te vragen of ik gewonnen had. Dat deed mij goed.