In memoriam P.J. Mackaay

Op 20 december 2000 overleed ons lid van verdienste en oud-voorzitter P.J. Mackaay. Een lid van verdienste heeft natuurlijk een belangrijke rol gespeeld in de historie van het Leidsch Schaakgenootschap, een rol die mij echter tot op dat moment onbekend was. Twee keer had ik hem gezien, in 1992 tijdens de 'verdediging van Spasski' en in 1995 tijdens de massakamp tegen Gent in het kader van het 100-jarig jubileum. En vanzelfsprekend had ik enkele verhalen gehoord over zijn aandeel in de viering van het 75-jarige jubileum. Er bleek zoveel meer te zijn...

Pieter Johannes Mackaay werd op 28 mei 1913 te Ouddorp geboren als oudste zoon van het hoofd van een christelijke school. Na een succesvol afgeronde studie theologie in Utrecht, aanvaardde hij de functie van predikant in de 'onvoorstelbaar arme' gemeente Westerhaar. Op 2 december 1936 trouwde hij met zijn jeugdvriendin Jeanne van de Kamp.

Vlak voor het uitbreken van de oorlog werd hij predikant in het Drentse Nieuw-Amsterdam. Mackaay vormde er een verzetsgroep. In november 1943 werd hij bevestigd als predikant in Haarlem, waar hij een tijdlang ondergedoken heeft nadat de verzetgroep in Nieuw-Amsterdam opgerold was.

In 1949 kwam hij in de buurt van LSG. Hij werd benaderd om op het Zendingshuis in Oegstgeest te komen werken. Hij aanvaardde de functie van secretaris binnenland van de Raad voor de Zending der Nederlands Hervormde Kerk met als taakomschrijving 'zorgdragen dat de zending in elke gemeente aan de orde kwam'. Naast zijn coördinerende taken, onderhield Mackaay contacten met de pers, was hij voorzitter van de Wereldomroep, en preekte hij overal in het land, bijna elke zondag, en vaak dan ook meerdere diensten.

In 1968 en 1972 organiseerde hij de grootschalige acties 'Kom over de Brug' om geld in te zamelen voor zending en werelddiakonaat. Het leverde buiten verwachting tientallen miljoenen op. Hij kreeg in 1970 de onderscheiding 'Officier in de Orde van Oranje Nassau' voor zijn jarenlange inzet. Zoals zijn vrouw later zou zeggen: 'Hij zag het als zijn taak de gemeente in de keuken van de zending te laten kijken. Hij stimuleerde mensen tot liefde voor de zending en het openen van hun portemonnee.'

Na bijna vijfentwintig jaar Oegstgeest legde Mackaay het merendeel van zijn functies neer en keerde terug in het gewone predikantschap in Lemele, een gemeente in Overijssel. Vijf jaar later, in 1978 ging hij met pensioen en vestigde het echtpaar zich in Leiden. Alhoewel pensioen? Hij bleef tot 1995 'gewoon' bijna elke zondag preken totdat zijn ogen te slecht werden.

We keren weer terug in het verleden. Mackaay ging blijkbaar zozeer in zijn roeping op dat zijn vrouw hem aanried om ter ontspanning een avond voor zichzelf te houden en te gaan schaken. 'Je ziet alleen maar zending. Je wordt nog eens zending.', aldus zijn vrouw. Zodoende werd hij in 1954 lid van het Leidsch Schaakgenootschap.

Tot zijn verbazing werd hij binnen een jaar werd hij gevraagd als kandidaat-voorzitter, en gekozen als voorzitter tijdens de ledenvergadering van 20 september 1955. Het zou het begin zijn van een periode vol activiteiten, zoals omschreven is in het jubileumboek 'De eerste honderd jaren' (J100). Vanzelfsprekend waren hier meerdere personen voor verantwoordelijk, onvermoeibaar gesteund door een actief bestuur.

In 1958 had Botwinnik een simultaan gegeven. 'In een gloedvolle toespraak had Mackaay de rijke historie van LSG afgeschilderd. Hierop bood Mackaay Botwinnik het erelidmaatschap aan, "wegen Ihres grossen Verdientes fuer die Weiterbildung des Schachspieles, wat deze met een in het Russisch gehouden rede dankbaar aanvaardde.' Zie voor een foto van deze gebeurtenis pagina 229 van J100. Het was het begin van een bijzondere band tussen LSG en Botwinnik. Botwinnik verklaarde later twee vrienden in Nederland te hebben, Euwe en LSG. In LSG Nieuws 34,1 is nog een foto uit 1980 te zien van Mackaay en Botwinnik achter het schaakbord.

Absoluut hoogtepunt van de periode Mackaay was de vierkamp Botwinnik, Spasski, Larsen en Donner in 1970. Harro Weiland: 'Door zijn contacten gingen deuren vanzelf open die voor anderen gesloten bleven, en kwam het geld binnen. Mackaay, die mede door zijn rol bij een grote oecumenische actie voor de televisie een goede bekende was bij de omroepverenigingen, wist de AVRO te interesseren voor de tweekamp. De omroep zegde een belangrijke financiële bijdrage toe.' Hoe uitgebreid zijn contacten waren, blijkt onder andere uit de uitermate indrukwekkende lijst met de leden van het erecomite dat de jubileumactiviteiten ondersteunde: een commisariss der koningin, twee burgemeesters, een oud-minister en een staatssecretaris om enkele notabelen op te sommen. De inspanningen van het werkcomite bestaande uit Mackaay, Weiland en Volten zou uiteindelijk resulteren in een ledenaanwas van 72 in 1969 naar 99 in 1970, om het jaar daarop over de 100 heen te gaan.

De benoeming tot lid van verdienste vond plaats in 1973: 'Een nieuwe aderlating onderging het LSG in het begin van dit jaar toen ds. Mackaay ons mededeelde dat hij moest bedanken voor het voorzitterschap wegens zijn verhuizing naar Overijssel. Ik mocht U in het LSG-nieuws reeds verslag doen van de algemene ledenvergadering op 5 februari, waarin onze vice-voorzitter (Mellink) de vele verdiensten memoreerde die ds. Mackaay voor het LSG heeft gehad, resulterend in een met algemene stemmen aangenomen voorstel om hem te benoemen tot lid van verdienste.' In zijn dankwoord ging Mackaay in op de achter hem liggende periode, waaruit bleek hoeveel organisatorische arbeid de schaakevenementen gekost hadden. Zijn vrouw: 'Hij heeft genoten van zijn jaren als voorzitter.' Harro Weiland sprak over 'vanzelfsprekend, natuurlijk leiderschap'.

Nog een keer terug in de schijnwerpers. In 1992, tijdens een bijzondere ledenvergadering om Spasski te royeren, verklaart Mackaay tegen het voorstel te zijn en hij geeft een verduidelijking hoe 'het erelidmaatschap in 1970 tot stand is gekomen. Daarin wordt duidelijk dat er niet naar de politiek, maar naar het schaken werd gekeken.'

In 1995 vond zijn laatste verenigingsactiviteit plaats tijdens de massakamp tegen Gent tegen een oud-voorzitter van Gent in 'Het Haagsche Schouw', 11 maart 1995. De laatste jaren volgde hij het schaken bij LSG en daarbuiten op de voet, totdat zijn eens ijzersterke gezondheid hem uiteindelijk in de steek liet. Hij werd op 27 december 2000 begraven in Warmond.

Handtekening Mackaay
Tekst: Geralt Serdijn
Onderzoek: Arend Booij