De held
Het is nu zo'n twee jaar geleden dat ik gevraagd werd om in te vallen in het vierde, in het seizoen dat dat nog KNSB speelde. Ik had een paar maanden niet geschaakt en in die tijd was het team in grote moeilijkheden gekomen. Uit de eerste vijf wedstrijden was, geloof ik, één matchpunt behaald en dat is niet veel.
Ik was bijzonder vereerd met het verzoek. De wedstrijdleider extern had mij met grote stelligheid verzekerd dat ik de ommekeer teweeg zou brengen, dat het met mij niet meer mis kort gaan en daarmee had hij een gevoelige snaar geraakt. Vanaf dat moment voelde ik een warm gevoel in mijn borst en ik wist alle ogen op mij gericht. Ik was de laatste kans voor het team, de redder in nood, de laatste strohalm. Ik was de held.
Ik begon mijn missie met een verliespartij in 19 zetten. Hierna haalde met veel moeite een halfje binnen om vervolgens in de laatste partij weer hopeloos onderuit te gaan. Mede door deze verrichtingen verloor mijn team ook de drie volgende wedstrijden. Het had één match punt uit acht wedstrijden en dat liet weinig ruimte voor positief denken; degradatie was onvermijdelijk geworden.
Ondertussen pakten zich donkere wolken samen boven onze vereniging, want ook het derde was in groot gevaar gekomen. Voor de redding van het vierde waren veel goede spelers uitgeleend en nu moest de laatste wedstrijd absoluut gewonnen worden, anders zouden er twee teams degraderen. Maar waar de nood het hoogst is, is de oplossing nabij. De wedstrijdleider extern had nog een troef achter de hand en juist op dit moment besloot hij hem op tafel te leggen. Met die troef moest die beslissende wedstrijd wel gewonnen worden; met die troef kon het niet meer misgaan. Die troef? Dat was 1k natuurlijk.
Ik zette hem heel mooi op, die partij, dat weet ik nog goed. Langzamerhand werd mijn voordeel steeds groter maar op het beslissende moment miste ik een tactische wending en mijn tegenstander kon de boel vergrendelen. Er was absoluut geen doorkomen meer aan maar een blik op de andere borden bracht mij er toe om nog een laatste, krampachtige poging te ondernemen. Je bent de held of je bent het niet, nietwaar? Dat ik de partij uiteindelijk verloor en dat we hiermee juist een halfje te kort kwamen om ons te handhaven, dat is napraten.
Ik herinner me die steeds terugkerende droom. Een grote brandende fiat en op de zesde verdieping staan twee wondermooie vrouwen die om hulp roepen. "Wacht!" roep ik, "Houd vol. Ik kom jullie redden!" Maar tot mijn verbazing barsten ze in hoongelach uit. "Jij, ons redden? Net zoals LSG 4 zeker, en LSG 3!" En schaterend springen ze in de vlammen.
Dit jaar voelde ik dat ik de kans had om alles in één klap goed te maken. Ik was tot in de achtste ronde ongeslagen, had de hoogste score van het team en af en toe had ik zelfs redelijk gespeeld. Daar kwam nog bij dat mijn team (het eerste dit keer) een paar keer wat ongelukkig verloren had en dat er nog kansen waren om te degraderen. Om ieder risico uit te sluiten, moest er in de laatste ronde gewonnen worden. Moet ik nog meer zeggen? De vereniging had mij nodig en ik was er!
Peter Passenier - Peter de Roode
1. e2-e4 c7-c5 2. c2-c3 e7-e6 3. d2-d4 d7-d5 4. e4xd5 e6xd5 5. Pg1-f3 Pb8-c6 6. Lf1-e2
Een subtiliteit die ik had bedacht tijdens mijn partij tegen Adrian Clemens in het afgelopen Noteboomtoernooi. Normaal wordt hier 6. Le3 gespeeld, maar het leek me beter om die loper nog even te laten staan. Als zwart nu c4 speelt, zoals in de partij, is er de mogelijkheid om later La3 te spelen en zo van de slechte loper af te komen.
6... c5-c4 7. b2-b3 c4xb3 8. a2xb3 Lf8-d6 9. 0-0 Pg8-e7 10. Lc1-a3
De partij tegen Adrian werd hier remise gegeven, dus veel had ik er niet van geleerd. Na afloop had ik consequent volgehouden dat ik eigenlijk beter had gestaan en om dat Adrian me op een gegeven moment gelijk had gegeven, was het systeem in mijn herinnering blijven hangen als bijzonder kansrijk voor wit.
10... 0-0 11. La3xd6 Dd8xd6 12. Tf1-e1 Pe7-g6 13. Le2-f1 Lc8-g4 14. Pb1-d2 Ta8-c8
Maar hier moest ik mijn oordeel bijstellen. Zonder al te veel bijzonders te doen heeft zwart een stelling bereikt die ik eigenlijk veel liever met zwart zou spelen, vooral als mijn tegenstander ook mijn volgende zet zou doen.
15. b3-b4?
Zie diagram 1. Dit verzwakt de boel eigenlijk alleen maar. Echter, een andere zet, of liever gezegd: een ander plan, is niet te vinden. Wat heeft wit toch verkeerd gedaan in de opening?
15... b7-b6 16. Dd1-b3 Tc8-c7 17. b4-b5 Pc6-a5 18. Db3-b4 Dd6xb4 19. c3xb4 Pa5-c4 20. Pd2xc4 d5xc4 21. d4-d5?
Met Léon Konings heb nog even naar de partij gekeken en hij vond dit niet zo'n beste. Inderdaad ziet gewoon 21. Pd2 er beter uit al staat zwart wel beter na 21... Tfc8 22. Tec1 (anders 22... Ld7) Le6.
21... Lg4xf3 22. d5-d6 Tc7-d7 23. g2xf3 Td7xd6 24. Lf1xc4
Dit kostte me heel veel. tijd. In eerste instantie was ik 24 Txa7 van plan, om op Tc8 25. Lxc4 te spelen. Ik liet het na om dat ik bang was voor 25... Txc4 26. Te8 Lf8 27. Ta8 g6 en de witte damevleugelpionnen gaan eraan. Léon vond iets simpelers: 27... Tg6 28. Kf1 Tcl+ 29. Ke2 en nu had ik gezien dat ik niet mat stond, maar 29... Te6 ruilt wel een toren.
24... Td6-d7 25. Tal-dl Td7-c7 26. Lc4-d5
Zie diagram 2. Achteraf moet ik bij deze stelling denken aan een uitspraak van Aad van Moorsel. Die had me een keer, tijdens een KNSB-partij, toevertrouwd dat hij slecht stond. "Op zich is dat niet zo erg," had hij er aan toegevoegd, "maar de stelling ziet er ook nog eens zo verschrikkelijk uit. En dat drukt op het team." In mijn geval viel het dus nogal mee. Het is beroerd voor wit, maar als je door je oogharen zo'n beetje half naar de stelling kijkt, ziet het er eigenlijk niet zo slecht uit: de witte stukken staan goed gecentraliseerd. Het vervelende was alleen dat ik me zelf ook van geen gevaar bewust was en dat verklaart de volgende zetten. Ik had natuurlijk de torens op het bord moeten laten.
26... Pg6-e7 27. Ld5-e4 g7-g6 28. Td1-c1? Tf8-c8 29. Tc1xc7? Tc8xc7 30. Te1-a1 Kg8-g7 31. Kg1-fl Kg7-f6 32. Kf1-e2 Kf6-e5 33. Ke2-e3 g6-g5 34. Ta1-a2 f7-f5 35. Le4-c6 h7-h6 36. Ta2-a1 Pe7xc6 37. b5xc6 Tc7xc6 38. Ta1xa7 Tc6-c3 39. Ke3-e2 Tc3-b3 40. Ta7-e7 Ke5-f4 41. Te7-e6 Tb3xb4 42. Te6xh6 Tb4-b2 43. Ke2-f1 Kf4xf3 44. Th6-h3 Kf3-e4 45. Th3-e3
Het toreneindspel staat natuurlijk heel slecht voor wit maar hier had zwart waarschijnlijk naar f4 moeten gaan. Met de volgende zet laat hij de koningsvleugelpionnen aan huil lot over.
45... Ke4-d4(?) - zie diagram 3 - 46. Te3-g3
Na 46 ...g4 kan wit met 47.h3 verdere vereenvoudigingen afdwingen en dat komt zwart niet ten goede. Vandaar het volgende pionoffer dat waarschijnlijk wint.
46... f5-f4!
De enige troost was dat ik niets meer kon bederven. Op dit moment kwamen de twee matchpunten binnen. LSG had zich ook zonder mij gehandhaafd.
47. Tg3xg5 f4-f3 48. Kf1-el b6-b5 49. Tg5-f5 Kd4-e4 50. Tf5-f8 b5-b4 51. Tf8-e8 Ke4-d4 52. Te8-d8
Ruud Mieremet vertelde me later dat ik het eindspel remise had kunnen houden. Ik denk dat hij doelde op 52. Tf8, wat in ieder geval een betere zet was dan wat ik deed. Zwart wint evenwel alsnog met 52... Te2 53. Kfl Te5! (Konings). De toren gaat achter de b-pion staan.
52... Kd4-c3 53. Td8-c8 Kc3-d3 54. Tc8-d8 Kd3-c2 55. Td8-c8 Kc2-bl 56. Tc8-f8 Tb2-b3 57. h2-h4 Kbl-c2 58. Tf8-c8 Tb3-c3 59. Tc8-d8 b4-b3
En ik gaf op. Een terechte verliespartij? Zonder meer. Ik zou dan ook niet zo zielig gedaan hebben, als er die middag niet iets anders was gebeurd. Ongeveer op het moment dat ik erachter kwam dat ik verloren stond, klonk er achter mij opeens een hels kabaal. Mensen schreeuwden, schaterden en renden van de analyseruimte en terug. Wat er gebeurd was heeft iedereen al in het verslag van Gerard Vink kunnen lezen. LSG 3 was in dezelfde nood als twee jaar geleden en alleen een overwinning zou nog redding kunnen brengen. Het stond 4 - 3, maar Michel Hockx was een hopeloos paardeindspel aan het verdedigen, waarbij hij twee pionnen achter stond. Toen ik hem zag ploeteren, wist ik dat de geschiedenis zich aan het herhalen was. Daar zat Michel, in mijn plaats, en weer zou er een team degraderen. Maar toen opeens barstte de feestvreugde los. De tegenstander had een paard geofferd, het offer sloeg nergens op en Michel stond plotseling gewonnen. Natuurlijk gaf hij het snel remise en daarmee waren de twee matchpunten binnen.
Prachtig, geweldig, fantastisch. Echter: toen ik had opgeven, zat Michel nog steeds in de analyseruimte, de kritieke stelling voor zich op het bord en talloze lege flesjes Hoegaarden om zich heen. Nog steeds stonden mensen in de rij om hem op de schouder te slaan of zijn hand te schudden of nieuw bier voor hem te halen. En toen drong het opeens tot me door. Hij was de held.
Gepubliceerd in LSG-Nieuws 31-5, juli 1993 en uitgebreid geciteerd in het jubileumboek 'De eerste honderd jaren, kroniek van het Leidsch Schaakgenootschap, februari 1995. Onlosmakelijk verbonden met het artikel 'Krijg ik geen erelidmaatschap dan?' van Michel Hockx.