If you got a place like that to go, you just go there
If you got no place special, well, then you just go no place special
Joni Mitchell
Ooit was ik getuige van een vriendelijk, gezellig tafereel: een conducteur hielp een mevrouw en haar kinderwagen uit de trein. Die hulp was ook nodig, want de vloer van de trein was zo'n 80 centimeter boven de begane grond. De trein stond namelijk voor het station Markelo. Het vroegere station Markelo wel te verstaan. Het stationsgebouw was nu een woonhuis, met bloemetjesgordijntjes voor de ramen; het vroegere perron leidde nu naar de moestuin. De mevrouw had niet aan de noodrem getrokken: ze had eenvoudig de conducteur gevraagd of hij de trein even wilde laten stoppen. Het verzoek was ingewilligd, krakend en piepend was de trein tot stilstand gekomen.
Ongeveer op dezelfde wijze als Markelo is Lisse bereikbaar. Wel is hier nog een heus perron waar (alleen in de zomer) reguliere treinen stoppen. Treinen vol toeristen, aangelokt door de bollenvelden. Verder is Lisse uitstekend met de auto bereikbaar. Je kunt Lisse inrijden en je kunt Lisse uitrijden. Je kunt langs dezelfde weg uitrijden als inrijden, maar je kunt ook langs een andere weg Lisse uitrijden. Het maakt niet uit. Lisse is indifferent voor je gedrag. Zo naargeestig en onverschillig als Lisse is, is ook haar schaakclub: De Zwarte Pion. Zwart als de nacht. Het speellokaal is gewoonlijk verduisterd door ware rookwalmen. De enige speler zonder saffie is het zwarte schaap van de Zwarte Pion.
Zaterdag 16 december 1995 in Lisse. Een historische en donkere dag. Ik was jarig en werd 40. De schrijver A. Alberts overleed. Het was ook een zwarte dag voor het eerste van De Zwarte Pion. Waren de drie voorgaande wedstrijden met 6 - 2 verloren, nu werd het maar liefst 6½ - 1½. En nog geflatteerd.
Mijn moeder heeft die dag geprobeerd me te bellen, maar ik was niet thuis. Ik denk dat ik haar een brief zal schrijven. Of misschien kan ik haar aanpraten een buzzer te nemen.
Teamverslag 'nieuwe stijl', de opvolger van brief aan mijn moeder.
In het volgende clubblad begint een wedstrijdverslag De Zwarte Pion 2 - LSG 7 als volgt:
Daar stonden we weer frisjes, in het halfduister, in de buurt van het station te wachten, ja, op wie eigenlijk?, want een van de veronderstellingen was, dat de 'anderen' al op weg naar de plaats van onze bestemming zouden zijn. Gelukkig hadden sommige vooruitziende geesten LSG-Nieuws, 96A, waarin opgenomen de 'abstracte reisgids voor Lisse en direkte omgeving' - auteur Albert Hebels - bij zich gestoken (degenen die ook die kant op willen reizen, moeten i.v.m. het ontbreken van een plaatsnamen-register in de inhoudsopgave zoeken naar het hoofdje Markelo). Ook het feit dat een van onze invallers een geboren en getogen Lissenaar was, was niet uit te vlakken. Maar..., daar kwam om kwart over 7 John al, met het vrolijke gezicht, alsof hij vijf minuten te vroeg was. De bekende excuses natuurlijk, vast in het verkeer en dergelijke, afijn in een noodgang naar het goede adres, en de klokken liepen nog niet.