Grondoffensief

De telefoon rinkelde op het hoofdkwartier van het derde legerkorps. Aan de lijn was de opperbevelhebber. Vijandelijke troepen hadden een deel van het LSG-territorium bezet. De opperbevelhebber had voor de klassieke tangbeweging gekozen. Op de flanken zouden het eerste en vierde legerkorps de vijand omsingelen en in de pan hakken, terwijl het tweede en het derde legerkorps de vijand in de centrale sector moesten bezighouden en afleiden, zodat zij niet mee konden doen aan de meer essentiële slag op de flanken, die doorslaggevend zou zijn voor de eindoverwinning.

Leopardtank in actie

Nadat de LSG-luchtmacht de vijand met bommentapijten had murw gebeukt, werd om 13.00 uur het langverwachte grondoffensief ingezet. Dapper trok het derde legerkorps op in de haar toegewezen rechter centrale sector. Al bij de eerste schermutselingen werden successen behaald. Zo wist luitenant-generaal De Wit's achtste divisie al snel een vijandelijke cavalerie-brigade onschadelijk te maken. Dat bleek genoeg te zijn om op dat gedeelte van het front de vijandelijke stellingen te bezetten. Ondertussen was de vijfde pantser-infanterie-divisie, die geheel bestaat uit huurlingen van Scandinavische origine, onder bevel van de exentrieke generaal Lind, in verwoed gevecht geraakt met een vijandelijke divisie die naar informatie van de bevelhebber van het derde legerkorps geheel uit marxistische extremisten bestond. Het gevecht hier duurde lang. De vijand was taai en bleek niet uit haar stellingen te verdrijven. Dat was echter ook niet de opdracht, de vijand moest tegengehouden worden en dat lukte wonderwel.

De zevende divisie van luitenant-generaal De Boer leed zeer zware verliezen en moest uit de strijd genomen worden om achter de eigen linies wat te recapituleren. De tweede divisie van generaal Landsbergen daarentegen boekte grote successen. Nadat de generaal de vijand in de val gelokt had door een artillerie-batterij op te offeren, wist hij net als zijn lookalike generaal Lee 125 jaar geleden bij Gettysburg deed aan het hoofd van de eigen cavalerie de vijand beslissende verliezen toe te brengen. De naast hem strijdende divisie van de jonge overste Thiele, die één vierde Pruis en dus een grote vechtjas is, wist de vijand ook tegen te houden, na aanvankelijk onder zwaar vuur gelegen te hebben.

Ondertussen verliep de strijd op de andere fronten voorspoedig. Op de flanken maakten het eerste en het vierde legerkorps gehakt van de vijand en ook het tweede legerkorps leek op een groot succes af te gaan. Dat succes kwam er uiteindelijk niet omdat generaal Dobbelaar's 24e wielrijdersdivisie op een beslissend moment in de strijd een complete tankbrigade verloor. Door de succesvolle operaties op de flanken was de veldslag als geheel echter gewonnen voor LSG. Het derde legerkorps accentueerde dit nog doordat de derde en de zesde divisie, respectievelijk onder bevel van de generaals Van den Boogaard en Manniën, ondanks een numerieke minderheid de vijand tegen wisten te houden. Dat de commandant van de vierde divisie, de luitenant-generaal Hagendijk, in de laatste minuten van de slag nog door een vijandelijke sluipschutter getroffen werd was dan ook nauwelijks een domper op de feestvreugde. Het LSG-territorium is weer vrij van indringers. Volgens uitgelekte berichten uit het kantoren van de opperbevelhebber zal over een maand de LSG-strijdmacht enige wraakacties op vijandelijk gebied uitvoeren...

Gerard Vink

LSG-Nieuws, jaargang 29 nummer 1. Enkele malen geïmiteerd, zoals bijvoorbeeld in 'Stormwind', nooit overtroffen.